In september krijgt Menno te horen dat hij zal worden overgeplaatst naar KNO, om daar zijn opleiding tot verpleger te vervolgen. Met gemengde gevoelens neemt hij afscheid van zuster Wegink en de collega’s op afdeling V en W. Enerzijds is het fijn om een volgende stap te zetten, in de wetenschap dat hij nieuwe indrukken op zal gaan doen, anderzijds valt het hem zwaar om juist naar KNO te gaan, waar hij nog maar zo kortgeleden als patiënt heeft gelegen. Vol goede moed, en gesterkt door een goede beoordeling voor praktijk door zuster Wegink, meldt hij zich bij zijn nieuwe afdelingshoofd.
Menno – ars moriendi
Meneer Van Hall slaapt. Menno ’s maag rommelt. Zijn darmen spelen op. Hij wil naar het toilet, maar durft niet om aflossing te vragen en blijft daarom maar zitten. Hij maakt zijn hand voorzichtig los en zoekt de polsslag van de patiënt. Zesennegentig slagen per minuut telt hij. Menno zucht, schuift zijn stoel een beetje naar achteren en begint allerlei figuurtjes in het witte pleisterwerk van het plafond te bestuderen. Hij voelt zich slaperig worden.
Menno – groentje
“Ben jij homo of zo?” vraagt een vroegere klasgenoot aan Menno wanneer hij hem een keer samen met een paar anderen op straat in Utrecht tegenkomt. “De verpleging? Dat is toch geen werk voor jongens? Billen wassen… ha, ha, ha… Getverderrie. Volgens mij ben jij echt van de kletsklets.” Na deze woorden slaat hij met zijn rechterhand op de rug van zijn linkerhand. Menno reageert niet en loopt door.
Menno – pre-klinische periode
Menno staart een paar tellen gebiologeerd naar de enorme billen. Het zijn beslist de grootste die hij tot dan toe ooit heeft gezien. Om de thermometer te kunnen plaatsen moet hij met zijn linkerhand de bovenste bil enigszins omhoogduwen, zodat hij zicht krijgt op de plaats waar hij de anus hoopt te vinden. Het ziet er daar beneden echter anders uit dan hij verwacht.
Menno – van school af
Rond een uur of negen neemt een van de zwaarste gesprekken uit Menno ’s leven een aanvang. Hij vertelt van zijn reis naar Amsterdam en over de gesprekken die hij in het Wilhelmina Gasthuis en in het S.A.Z.U. heeft gevoerd. De opmerking over naïef zijn, groen als gras of een mietje, slaat hij over. Vader en moeder zeggen niets. Zelfs nadat hij eindigt met “en dus ga ik nu van school af,” blijft het lange tijd stil. Tenslotte zegt vader: “Daar komt niets van in.”
Menno – yoga
Door zijn gesprekken met Bart neemt Menno ’s belangstelling voor Yoga alleen maar toe. Hij zoekt naar meer mogelijkheden om zich er in te kunnen verdiepen. Hij bestelt zelf de lessen van SRF uit Amerika, en studeert erop. Bart geeft waar nodig wat ondersteuning door te vertalen. Daarnaast neemt Menno stapels boeken door, vooral om erachter te komen dat hij alleen maar moe wordt van alle commentaren die anderen op oorspronkelijke teksten geven.
Menno – autobiografie van een yogi
Menno neemt doorgaans ruim de tijd om zorgvuldig één of twee spannende avonturenverhalen uit te kiezen. Aansluitend loopt hij naar de boekenkasten met non-fictie om er lukraak een paar uit te pakken. Thuis ziet hij dan wel of er iets interessants tussen zit of niet. Meestal leest hij er slechts enkele pagina’s uit, om te constateren dat de boeken hoogst oninteressante onderwerpen behandelden. Een enkele keer zit er onverwacht toch een leuk boeken tussen, zoals een boek van Thor Heyerdahl over zijn reis met de Kontiki, of een boek van Albert Schweitzer over zijn Afrikaanse missie in Lambarene.
Menno – gewelddadig
De mogelijkheid van een derde wereldoorlog wakkert Menno ’s nieuwsgierigheid aan voor wat er in de eerste en tweede wereldoorlog is gebeurd. Wat hij daarover leest, voedt zijn verbeelding met afschuwelijke gedachten, die op hun beurt weer worden versterkt door foto’s uit geïllustreerde naslagwerken en beelden uit documentaires of speelfilms. Hij kan er vaak niet van slapen. Vooral twee foto’s bezorgen hem nachtmerries. De eerste foto toont een stapel lijken in een bevrijd concentratiekamp, de tweede slachtoffers van de bom op Hiroshima.
Menno – tweetalig
Er zijn meer factoren die Menno de lust tot leren ontnemen. Hij spreekt er met niemand over, uit wisselende mengelingen van angst, boosheid, eigenwijsheid, gekrenktheid en pure rebellie. Hij ondergaat school als pure vrijheidsberoving en vindt de inhoud van de meeste lessen amper de moeite waard om op te blijven letten, doordat ze op geen enkele manier beantwoorden aan zijn behoeften. Het meest duidelijke voorbeeld is Duits.
Menno – omdat ik het zeg
Volgens de ene docent is de HBS voor Menno veel te hoog gegrepen en kan hij het niveau totaal niet aan, volgens de ander is hij intelligent genoeg maar is hij gewoon te lui, en volgens weer een ander heeft hij vooral aanpassings- en concentratieproblemen.
Loop, maar niet naar Santiago de Compostela?
Niet naar Compostela dus, volgens Hans, maar – vraag ik mij dan af – wanneer je je door weerzin tegen de religieus getinte geschiedenis van Europa en de huidige maatschappelijke tendensen laat tegenhouden om op pad te gaan, of om een pad te blijven volgen, kun je dan niet beter gewoon thuisblijven? Waar in Europa is nog grond te vinden waarop geen bloed is vergoten? Waar zijn oude kunstwerken te vinden die niet direct of indirect zijn te verbinden met schendingen van mensenrechten. Wellicht volslagen onbewust, maar desalniettemin?
Menno – Ophangen
Menno vindt het rigide schoolregime onverdraaglijk. Sommige leraren zijn volgens hem zelfs echte tirannen, zoals ene Verburg, docent biologie. Hij eist aan het begin van het jaar dat iedere leerling een schrift met een hard kaft heeft. Wanneer het Verburg duidelijk is dat Menno er geen bij zich heeft, stuurt hij hem direct naar huis om er een te halen. Menno mag zijn schooltas niet meenemen maar moet hem in de klas achterlaten.


