Steeds als de wind waait
zet de vlinder zich opnieuw
op een wilgentak.
Matsuo Bashō (1644-1694)
En steeds opnieuw komt Bashō weer tevoorschijn. En terecht. Ook uit deze haiku blijkt maar weer waarom hij de meester is van de haiku-poëzie.
Het lijkt zo’n simpele observatie:
Each time the wind blows
the butterfly sits anew
on the willow.
Misschien zat Bashō zelf met zijn rug tegen een boomstam uit te rusten tijdens een van zijn reizen. Toen het begon te waaien zag hij een vlinder die neerstreek op een wilgentak. Meer is het niet.
Maar welke gedachten kan hij hierbij hebben gehad? Hij ziet een fragiele vlinder en een wilgenboom. Deze laatste stevig geworteld in de aarde. Wanneer de wind opsteekt vliegt de vlinder er niet tegenin, maar past zich aan. Hij laat zich meevoeren en vindt opnieuw een rustplaats op een wilgentak.
Hier zit een les voor ons in. Wanneer er een moeilijke situatie ontstaat is het verstandig om daar niet tegen te vechten, maar om in het moment te blijven. Om mee te bewegen met het natuurlijke ritme van het universum, net zoals deze vlinder doet. Waarom komt me dit op deze plek toch zo bekend voor?
We weten het allemaal wel. En toch is het voor velen heel moeilijk om de vrede van dit moment te vinden en vast te houden. Niet te vechten tegen de lastige dingen die ons overkomen in het leven, maar gewoon mee te bewegen met wat zich aandient. En daarop te reageren als dat noodzakelijk is.
Bashō wist dat. En hij kon al deze gedachten heel subtiel in zeventien lettergrepen verwoorden. Met recht: meesterlijk!
Vertaling van de haiku in het Engels door Stephen Addis, Fumiko Yamamoto en Akira Yamamoto. De Nederlandse vertaling is van mij.


Geef een reactie