Ouder geworden –
glijd ik al dansend uit over
een watermeloenschil.
Sōchō (1760/61-1814)
Er zijn twee beroemde dichters geweest met de naam Sōchō.
De eerste leefde van 1448 tot 1532. Hij was een gerenommeerde renga-dichter en kroniekschrijver. Hij heeft zijn dagboeken nagelaten, die ons inzicht geven in het leven van de samoerai en de cultuur van zijn tijd.
Maar degene waar ik het over wil hebben is Tabeke Sōchō, zoon van de beroemde kalligrafist Yamamoto Ryōsai. Tabeke Sōchō zelf was een succesvol schilder en haiku-dichter.
In deze haiku beschrijft hij een herkenbaar beeld. Een heer, ik ga uit van een heer, die niet wil toegeven dat hij ouder wordt, en nog vol jeugdig enthousiasme danst, glijdt uit over de schil van een watermeloen. Een gênante situatie.
Ouder worden is een weg met vele hobbels, geen traject dat altijd even elegant verloopt. Ik denk dat ieder, niet meer piepjong persoon zich zijn of haar eigen pijnlijke situaties wel herinnert.
En dat is niet erg. Eigenlijk is het zelfs raar dat dergelijke voorvallen herinnerd worden als pijnlijke situatie of als gênant. Want ook het ouder worden is een proces. We zijn nog nooit oud geweest en daar moeten we mee leren omgaan. En dat leren we al doende.
Zoals de hoofdpersoon in deze haiku van Tabeke Sōchō. Hij danst met volle overgave, vergeet dat hij ouder is geworden en minder flexibel, en gaat dan glorieus onderuit omdat hij op een watermeloenschil trapt. Dat gebeurt hem geen tweede keer. Hij leert ervan. En is de volgende keer voorzichtiger.
Het kan ons allemaal gebeuren. Dus niks om je voor te schamen.


Geef een reactie