Als je niets gelooft is er geen situatie om meester van te worden, geen plek om heen te gaan.
Hans van Dam
Preek 7 – Kijken zonder kopen!
Uiterlijk maak ik geen onderscheid tussen werelds en heilig, innerlijk verwijl ik niet in het absolute. Ik ken zekerheid noch twijfel en kijk overal dwars doorheen.
Meester Tja 113 – Hoe weet ik dat de wereld is zoals ik hem zie?
Ik beschouw het Tja als mijn ziel, mijn ziel als mijn lief, mijn lief als mijn thuis, mijn thuis als mijn wijk en mijn wijk als de wijde wereld.
Meester Tja 112 – In je zwakte gaan staan
Alleen wie in zijn zwakte gaat staan, kan de volle kracht van het Tja ervaren. Alleen wie zijn kleinheid realiseert, belichaamt het Grote Tja.
Meester Tja 111 – De openbaring van het Grote Tja
Ik herken het Grote Tja in vrede en in oorlog, in soberheid en in zwelgen, in Boeddha en in Mara. Ik herken het overal en ik vrees het – niet.
Meester Tja 110 – Denk je erover, dan denk je het dood
Begeer je het, dan verstopt het zich. Negeer je het, dan mis je het.
Preek 6 – Boeddha is een woord!
Je blijft maar naar de boeddha zoeken, maar boeddha is een woord. Woorden verwijzen naar andere woorden, er is geen einde aan. Als je al niet weet wat je zoekt, hoe moet je het dan ooit vinden?
Preek 5 – Doe niet zo moeilijk!
Padvinder, je zoekt de stok in je hand. Je zoekt de zee op het land.
Meester Tja 109 – Moordenaars en minnaars
Het Grote Tja is onnavolgbaar als de wereld, onvoorspelbaar als de mens, ondoordringbaar als het lichaam, onbegrijpelijk als de geest. Groot verstand, klein verstand – niemand kan ze vatten.
Meester Tja 108 – Leer eerst maar eens één ding kennen
Vraag je hem: ‘Leer ons de moeder aller dingen kennen’, dan zegt Meester Tja: ‘Leer eerst maar eens één ding kennen.’
Meester Tja 107 – Midden tussen nee en ja
Ooit wist ik van niets. Dat was het kleine tja. Ineens wist ik van alles. Dat was het einde van het kleine tja. Nu weet ik weer niets. Dat is het Grote Tja.
Meester Tja 106 – Zeg vooral niet hoe het moet
Wees niet als meester, niet als leerling.


