‘Ben jij gehecht aan het leven, Hans?’
‘Ik denk het niet, maar wie weet.’
‘Wat als je ineens ontdekt dat je er toch aan gehecht bent?’
‘Mij best.’
‘In een noodsituatie bijvoorbeeld, waarin je tot je eigen verbazing voor je leven vecht of hals over kop op de vlucht slaat?’
‘Vechten en vluchten zijn normale reacties onder abnormale omstandigheden.’
‘Jij zou er niet mee zitten?’
‘Ik denk het niet, maar wie weet.’
‘Zou je ermee zitten als je in een noodsituatie niets deed om je eigen leven te redden?’
‘Zelfde antwoord.’
‘Of niets deed om andermans leven te redden?’
‘Idem.’
‘Of er juist alles aan deed?’
‘Dito.’
‘Zelfs als je daarbij gehandicapt raakte of om het leven kwam?’
‘Enzovoort.’
‘Riskant spelletje.’
‘Ik doe geen spelletje, ik doe een voorspelling.’
‘Een voorspelling is geen voornemen?’
‘Ik neem geen voorschot op de toekomst.’
‘Als je je niets voorneemt, hoe hou je dan je roer recht?’
‘Ik heb geen roer, dus ik hoef het ook niet recht te houden of om te gooien. En ik neem me best weleens iets voor. Ik ga er alleen niet van uit dat ik me aan mijn voornemen zal houden.’
‘Waarom zou je je niet aan je voornemen houden?’
‘Omdat het maar een voornemen is? Omdat het niet mijn voornemen is maar gewoon iets wat ongevraagd in me opkwam? Omdat voornemens voorspellingen zijn, die soms uitkomen en vaak niet? Omdat ik me weer eens heb bedacht? Omdat ik mezelf niet doorzie? Omdat ik de situatie niet overzie? Omdat ik noch de situatie noch mezelf in de hand heb? Omdat de werkelijkheid zich niets van voornemens aantrekt?’
‘Dus jij staat nergens voor in?’
‘Ergens voor instaan, dat is pas riskant. Jezelf op voorhand vastzetten en rijk rekenen, of arm. Ik heb het te vaak zien mislukken, bij mezelf en bij anderen.’
‘Dus dat doe je niet meer.’
‘Ook daar sta ik niet voor in.’

