Alice in Verhalenland

Beste Hans,

Is de dood voor jou een realiteit of een concept?

Beste Alice,

De dood is voor mij een concept.
Realiteit is voor mij ook een concept.
Jou is voor mij ook een concept.
Concept is voor mij ook een concept.

Concepten zijn ook realiteit.
Maar wat is realiteit?
Realiteit is een illusie, zeggen ze.
Of is dat ook maar een illusie?
Of is illusie ook maar een concept?

Alice: Ik bedoel, zal jij naar jouw mening gewoon sterven? Denk jij dat je geboren bent? Wie denk jij dat je bent?

Hans: Dat ik zal sterven is een gedachte.
Dat ik onsterfelijk ben is ook een gedachte.
Dat ik sterfelijk noch onsterfelijk ben ook.
Dat ik voorbij sterfelijkheid en onsterfelijkheid ben ook.

Dat ik geboren ben is een gedachte.
Dat ik ongeboren ben is ook een gedachte.
Dat ik geboren én ongeboren ben ook.
Dat ik voorbij geboren en ongeboren ben ook.

Dat ik iemand ben is een gedachte.
Dat ik niemand ben is ook een gedachte.
Dat het allemaal maar gedachten zijn ook.
Dat het een gedachte is dat het allemaal maar gedachten zijn ook.

Alice: Volgens mij is ons stoffelijke omhulsel vergankelijk, maar datgene wat het belichaamt niet.

Hans: Dat ik een stoffelijk omhulsel heb is een idee.
Dat het iets belichaamt is ook een idee.
Misschien wordt het zelf wel ergens door omhuld of belichaamd, al was het maar door een idee.
Wie of wat wordt er volgens jou door mijn stoffelijk omhulsel belichaamd?

Mijn ziel?
Mijn diepste wezen?
Mijn hoogste zelf?
Mijn ware aard?
Mijn oorspronkelijke gezicht?
Mijn boeddhaveld?
Niet-ik?
Bewustzijn?
Leegte?
Het Ene?
God?

Bestaan die eigenlijk wel?
Of zijn het ook maar ideeën?
Of is dat ook maar een idee?
Of is idealiteit ook een vorm van bestaan?
Of is bestaan ook een vorm van idealiteit?

Ik heb eigenlijk geen idee.
Of moet ik zeggen dat ik alleen maar ideeën heb?
Of moet ik zeggen dat ideeën mij hebben?
Of moet ik zeggen dat ze alleen maar langskomen, en zo ja, waarlangs precies?

Langs de kenner van het gekende zeker weer.
Of is de kenner van het gekende ook weer zo’n idee?
Ja vast, van de kenner van de kenner van het gekende.
En die dan?

Nee, ik kom er niet uit.
Wat een nachtmerrie.
Misschien kan jij me uit mijn droom helpen.
Of is dat ook weer zo’n idee?

Alice: Volgens mij is het allemaal heel simpel. Je omhulsel is sterfelijk maar jij bent in wezen doodloos en ongeboren.

Hans: Miauw.

Alice: Hoe bedoel je?

Hans: Maak dat de kat maar wijs.

Alice: De Cheshire Cat? ;-)

Hans: Als we maar in Wonderland blijven.

 

De Cheshire Cat is een kat met een ondeugende glimlach in ‘Alice’s Adventures in Wonderland’ van Lewis Carroll.

Deze tekst maakt deel uit van Zondagskindjes, een serie teksten over niet-weten die geen deel uitmaken van een serie. Illustraties: Lucienne van Dam.

 

 

Categorieën: Hans van Dam
Tags: , , , , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu