De grote valkuil is to do-lijstjes in de meditatie invoeren. Het begint heel onschuldig. We hopen een moment rust te vinden in de drukte van ons bestaan. We hopen wat helderheid te vinden in ons hoofd. En inderdaad soms vinden we rust en helderheid. En dan denken we: dit is het. En dan komt er een moment dat het niet meer lukt. Terwijl er niets te lukken valt. Als er onrust komt kunnen we ook dan blijven zitten en bij die onrust aanwezig blijven? Dat is het hele punt.
Zen
Dick – Edel leven
Kun je het hebben over ‘makkelijke’ en ‘moeilijke’ zen? Misschien wel. Als ‘moeilijk’ citeerde ik onlangs in een praatje enkele quotes van Dürckheim, vertaald uit het Duits. Geleerde verhandelingen over wat zen is. Het was erg slecht vertaald, maar dat was toch niet het enige, denk ik. Als ‘makkelijk’ citeerde ik Yuanwu’s Vogelnest-monnik die op de vraag waar het allemaal om draait, antwoordde: Doe geen kwaad, beoefen het goede. Klinkt simpel, maar alsof dat ‘makkelijk’ is …
Bereid om te helpen
Wat is zorg? De eerste stap zet je met de toverspreuk: Wat heb je nodig? Dan laat je je met je hele wezen in met de situatie. Er is geen verleden en geen toekomst, alleen nu: mouwen opstropen en aanpakken, in de auto stappen en spullen brengen, aan het bed zitten en luisteren, je hand op iemands arm leggen, koffie zetten, op het web zoeken.
In zazen komt het bestaan tevoorschijn
Zazen helpt mij en is voor mij een noodzaak. In het zitten komt het bestaan tevoorschijn. Als ik zit dan is dat de realiteit. Zazen kan niet gescheiden worden van leven, van bestaan, van zijn. Het is één, het is waarheid en omvat alles.
Bodai – boosheid
Het herderinnetje word steeds bozer en zegt: ‘Uit wat voor gesteldheid heb ik mijn lunch aan jou gegeven? Uit medemenselijkheid, uit werkelijk mededogen. Wat zoeken die uitgemergelde skeletten daar in dat bos, een stelletje eigenheimers zijn het. Mededogen kun je op elke straathoek praktiseren, niet in dat bos. Ze onttrekken zich er aan, lafbekken zijn het.’
Bodai – het uitdelen van de rijst
Het ging Bodai boven de pet. Roven? Die rijst was toch niet gestolen en het vingergras groeide in het wild, die heb ik niet gestolen. Een klein beetje uit z’n hum zei Kaun: ‘Kom we gaan mediteren’.
Bodai – in het bos
Bodai heeft de nacht doorgebracht in het bos en wordt wakker door het getjilp van een eenzame vogel. Hij ziet verder niets, het bos waaruit het geluid komt is nog aardedonker. In het midden van het kamp gloeit het vuur van de vorige avond nog na. Aan de overkant klinkt het gekraak van iemand die zich op zijn bamboebed omdraait. Dit is voor Bodai wel een rare toestand, hij is wel wat gewend maar dakloos zijn was altijd maar van tijdelijke aard.
Bodai – de wakkere monnik
De bedelaar zegt: ‘Vannacht is Uru overleden, je kunt wel op zijn plek slapen.’
Bodai – tempelkat vangt vleerhond
Zijn hoofd tolt van gedachten, vandaar trekken ze naar zijn buik en veroorzaken een draaikolk van emoties die de overhand nemen. Waar komen die emoties vandaan? Maar dat is alweer een gedachte, concentreer je op het tellen van je ademhaling, ook een gedacht, maar vooruit maar. Adem in adem uit, blijf met je aandacht bij je buik.
Paul – Lekker zennen
Op TV werd een man met een Boeddhabeeld op de vensterbank gevraagd of hij iets van het boeddhisme wist. Hij antwoordde eerlijk: “Het boeddhisme interesseert me niet, boeddha wel”.
Bodai – de bel
De bel- het was tijd voor de tempeldienst en iedereen liep erheen. De Doan, de monnik achter de gongen en bellen, sloeg een steeds sneller ritme op de grote tempelgong. Iedereen was binnen en de diepe zware stem van de Doan zong de eerste regels ‘Sankira mooooooooonnnn’.
Bodai – Varsika (de regentijd)
Bodai begon zo langzamerhand aan het kloosterleven te wennen. ’s Morgens meditatie en gym, na het eten werken en tempeldienst. Na de lunchpauze, werk en tempeldienst en na Yakusaki (diner) meditatie en daarna naar bed.






