Naar mijn gevoel gaat boeddhisme te gemakkelijk over ‘mij’ en niet over de ‘ander’. En voor zover het op de ander gericht is, gaat het vaak om een naïef ‘lief zijn voor elkaar’ zonder de slag te maken van woorden naar daden, zonder een ketenverantwoordelijkheid te activeren die verder reikt dan ik-en-mijn-directe-omgeving. In het Mahayana van tegenwoordig komt paradoxaal genoeg gedrag voor dat men historisch gezien aan het Hinayana-kamp toeschreef. Velen schuilen binnen het boeddhisme tegen de boze buitenwereld in plaats van de bevrijding de wereld in te brengen.
Zen
Ardan – Subtiele agressie.
Het begint dus met subtiele agressie naar jezelf. En kan uitmonden in een enorme agressie naar anderen. Het klinkt als een enorm cliché. Maar is mijn inziens wel helemaal waar. Hoezeer ben je in staat om écht vriend te zijn met jezelf.
Noorder Poort – 49ste dag herdenkingsceremonie voor Ardan Lucas Timmer
Op donderdag 26 september is er om 15.00 uur een 49ste dag herdenkingsceremonie voor Ardan op de Noorder Poort.
Boeddhistisch universalisme
Chih-i bouwde voor het Chinese boeddhisme het soort Grote Tent. Vanuit Zen zijn Amida en nembutsu in zekere zin bijzaak, maar in een Grote Tent zouden ze er op voet van gelijkwaardigheid bij kunnen horen. Er gaat een wereld voor me open. Er is wellicht nog veel meer dan Amida en nembutsu. Boeddhisme is in de loop van de geschiedenis zo verkokerd en gespecialiseerd geraakt, maar er zijn dus meer historische voorbeelden van een inclusieve beoefening.
De Grote Tent van Tegenspraak
De Grote Tent van Tegenspraak als beeldspraak kan richtinggevend zijn van het soort publieke boeddhistische discours dat je je zou wensen. De Grote Tent zelf als beeldspraak kan richtinggevend zijn voor het type boeddhisme waarvoor je je sterk wilt maken. In mijn voorstelling van de Grote Tent is er ergens ook ruimte om een kaarsje op te steken zonder dat het hele tentdoek in de hens gaat.
Er wijzer van worden
De eerste twee jaar dat ik mijn zentraining (intern) deed op het zencentrum de Noorder Poort in Wapserveen, heb ik geen boeken gelezen. En zeker geen boeken over zen of over boeddhisme. Eigenlijk ben ik daar heel blij om. Daardoor kon ik mijn ervaringen niet ‘invullen’ .
Uitvaren met een schip dat op zee zal vergaan
Het lijden (dukkha) is niet het centrale idee van het boeddhisme. Geluk (sukha) is een even courant woord in de Palicanon. Ook de eerste edele waarheid is niet meer dan een platitude. Het is een simpele vaststelling. Er is nu eenmaal lijden. Overigens, als dat niet jouw ervaring is dan heb je er weinig boodschap aan. Geen probleem, er zijn nog interessante dingen in de wereld. Niemand zegt dat je de Boeddha moet geloven.
Lof der zekerheid
De middenweg is voor iedereen toegankelijk. We moeten niet wachten tot we doodgaan om dood te gaan. Kijk naar onze meditatiepraktijk. We gaan zitten met een milde open aandacht. We sluiten niets uit, we houden niets vast, we weten niet wat er gaat komen. Soms is er rust en vrede, soms vliegt de angst ons aan. Het hoort er allemaal bij. Er is niets om ons aan vast te klampen, geen iets en geen niets. We doen het gewoon, van moment tot moment, van adem tot adem. Sommige boeddhistische tradities definiëren zichzelf als een voorbereiding op de dood. Maar onze praktijk is in de eerste plaats leven, leven de maalstroom, in de middenweg tussen illusie en desillusie.
Imagining the blue light – lessen van Sri Kumaré
En toch, overal ter wereld vind je schrijnen, tempels, kerken, praktijken, priesters, leraars … Telkens herkennen we dat als religie, maar als we religie proberen te definiëren komen we er niet aan uit. Zelfs de grote wereldreligies zijn nooit tot een gemeenschappelijke definitie van religie kunnen komen.
Meditatie is heel eenvoudig
Toegegeven, ik heb veel andere instructies uitgeprobeerd. Ik heb mijn adem gevolgd, mijn adem geteld. Ik heb met mu gezeten, tot ik helemaal mu werd, met talloze andere koans gezeten. Bodyscans gedaan. De activiteit van mijn geest benoemd. Naar de geluiden van de wereld geluisterd, tot het onderscheid tussen de luisteraar en de sirene van de voorbijrijdende ambulance wegviel. Loopmeditatie, in het bos of thuis midden in de nacht met een baby in de armen, na de voeding, tot we samen een boertje deden waarna ik hem veilig weer in de wieg kon leggen. Ik heb gezeten, gezongen, gedanst en gesprongen. Toch kom ik steeds weer bij deze oorspronkelijke instructie uit.
Als een bende idioten
Het meest extreme voorbeeld van Amy Chua’s drieslag vind ik in de autobiografie van Rudolf Höss, de kampcommandant van Auschwitz. Ik ben het boek ooit in Auschwitz beginnen lezen om te begrijpen hoe iemand zo kan ontmenselijken dat hij tot zoiets in staat is. Het is bloedstollend. Aan het begin beschrijft hij dat hij, als SS-officier vol hooggespannen idealen, het gevoel had door zijn meerderen maar als tweederangs bekeken te worden en hoe zijn aanstelling in Auschwitz de kans was om zich te bewijzen. Wat je naar de keel grijpt is het bevlogen idealisme waarmee hij schrijft. Als het boek ging over het oprichten van een hospitaal ergens in het oerwoud, zouden we het vol bewondering lezen.
Is meditatie gevaarlijk?
Is meditatie gevaarlijk? De vraag duikt telkens opnieuw op, helaas vaak na een tragische gebeurtenis. Mensen die intensief of occasioneel aan meditatie doen gaan er onder door en niemand weet goed wat er moet gebeuren.






