Wat wij werkelijk zijn is lastig onder woorden te brengen. Of juist heel makkelijk. Wezenlijk zijn wij de bodhi-mind, zoals hele generaties White plum-leraren het formuleerden, steeds een beetje anders.
Zen
Dick – Aandacht is toelaten
Is er iets dat onze aandacht trekt, dan ontstaat er vanzelf een focus. Geen focus van grijpen of pakken, maar een focus van toelaten, binnenlaten. De boom die we zien, laten we toe in ons bewustzijn. De merel die we plotseling horen, welkom!
Taigu – De hunkering naar heil en de macht van zelfbedrog
Boeddhisme is naar ieders persoonlijke voorkeur uit voorraad op maat leverbaar in een veelheid van mengvormen. Met of zonder devotie.
Taigu – Het lijden in de wereld
Het komt Taigu voor dat boeddhisme te vaak gaat over ‘verlichting’ en te weinig over het lijden in de wereld, dat eerst moet worden opgelost voordat iemand zich in spirituele zin bevrijd kan wanen. Het existentiële kerndilemma van boeddhisme is dat wij ieder delen in de rotheid van de wereld, terwijl wij over het vermogen beschikken onze bevrijding dichterbij te brengen door het lijden van de ander te verminderen. In sommige teksten wordt dit vermogen ‘boeddhanatuur’ genoemd.
Dick – De zin van zen
Een monnik zei tegen zijn meester Sozan: Ik ben totaal radeloos, kunt u me helpen? De meester riep zijn naam: ‘Seizei!’ ‘Ja meester’ antwoordde de monnik. ‘Je hebt al drie glazen van de beste wijn uit China achter je kiezen en je blijft volhouden dat je nog niet eens natte lippen hebt!’
Taigu – Het eerdere en het latere
Hisamatsu was een vriendelijke, maar messcherpe man met een karakteristieke witte baard en een leraarsstok. Behalve filosoof verbonden aan een universiteit was hij een natuurtalent in zen. Na een kloostertraining stond hij op en vestigde zich op eigen gezag als zenleraar. Zijn missie na de Tweede Wereldoorlog was het vermolmde Japanse zen ingrijpend te vernieuwen en het toegankelijker te maken voor leken.
Dick – Altijd weer terug naar de ervaring
De onwetendheid waarop de Boeddha doelt, ontstaat als je je laat meeslepen door primaire, door het ego-gestuurde impulsen. Allemaal angst. Primair: Angst voor tekort, onveiligheid, ziekte en dood. Op een subtieler niveau: angst om gekwetst te worden, angst om de schuld te krijgen, angst om ongelijk te krijgen, angst niet serieus te worden genomen, angst dat je iets verkeerd hebt gedaan. Dat is de onwetendheid waar we het liefst vanaf willen en die we ook kunnen doorzien.
Taigu – Een grote luchtbel vol compassie
“Waar was ik voordat ik geboren werd?, vraagt het kind. Zenpapa glimlacht.”
Over de kern van Zen en onvermogen tot spirituele zelfverheffing.
Dogen, een dwaalweg?
Dogen, een dwaalweg?
Dick – Het komt niet binnen
Ik herinner me dat, toen ik net met zitten begon, de woorden van leraren soms vertraagd binnenkwamen of helemaal niet. Het was alsof ze door een muur heen moesten. Achteraf zie ik vooral ook dat ik ze vervormde. Vaak schiep ik zelf in hun woorden een ‘overkant’ die bereikt moest worden. Of een onneembare kloof. Zeiden ze dat of hoorde ik het zo?
Taigu – Westers boeddhisme is toekomstloos anti-westers
Westers boeddhisme is pas boeddhisme als het in verbinding met de eigen tijd in rook is opgegaan, getransformeerd in iets anders.
Bodai (slot) – ‘langzaam wordt alles scherp en helder’
Langzaam wordt alles scherp en helder, de inktzwarte duisternis omarmt Bodai met een warm en veilig gevoel. Hij ontdekt zijn ademhaling die diep de grond in daalt en weer opstijgt tot in zijn buik, zijn buik die als water in een kom zijn adem draagt. Bij elke ademhaling strekt ruimte zich verder uit tot de verste uithoeken van het universum. Dan stopt het, als de zee die zich bij eb terugtrekt- zo verdwijnt de ruimte. Bodai blijft onwrikbaar zitten en alles stroomt over hem uit, duisternis, ruimte, tijd, als een weefsel wordt hij er door omkleed. Dan buldert zijn adem weer de grond in- zijn inktzwarte omgeving dijt uit en hij stijgt op; de lege ruimte is gevuld met niets.
Bodai – Het boze herderinnetje
Langzaam verschijnen er sterren in het wateroppervlak, waar in het midden een kom sneeuwwitte rijstepap drijft- als een zilveren zwaan van schuim en schitterring. De storm in zijn lijf is gaan liggen, er is niets afwezig- de rivier, de boom, het bamboebosje, de gieren in de lucht, buiten is er niets afwezig, binnen is een stille schittering.
Bodai – De slager, de zwijnen en de heremieten
Achter de zwijnen liep een woeste horde sadhu’s monniken, gerespecteerde abten van beroemde kloosters, heiligen heremieten die allemaal riepen: ‘Grijp die moordenaar, grijp die moordenaar. ‘
Bodai – ‘De ziel van mijn kom is haar leegte’
Bodai krijgt de slaapplaats van een dode man aangeboden. Hij vraagt aan de zwerver die hem begeleidt: ‘Op de plek van een overledene?
‘Prima plek, hoor, hij is 86 geworden en dat is lang niet gek voor een bedelaar.’
Bodai – ‘Ik ben geen bedelaar, maar een monnik’
De zwerver raakt op dreef: ‘Je hebt in zeven jaar nog niet veel geleerd, hè. Het enige wat je geleerd hebt is een vroom gezicht trekken, en die klap heeft ook niet veel geholpen. Je zou eigenlijk takken moeten gaan sjouwen om nog wat te leren. Rot op met je liedje het gaat om geven, alleen maar geven.’ Beteuterd kijkt Bodai naar de kom water in zijn handen, de dag begon al raar maar nu is het nog veel gekker. De bedelaar vraagt: ‘Wat ben je van plan?’ ‘Van plan, ik weet het niet, ik, ik…’Diepe zucht.
Bodai – ademhaling
Onverwacht beginnen de monniken te zingen, tegelijkertijd wordt buiten de grote bel geluid. Dan loopt met veel gestommel de meditatiehal leeg en blijft Bodai vertwijfeld achter.
Bodai – een zware last
Het klooster van de Diepe Vrede lag net buiten de stad tegen een berghelling aan. Om half vier liep Bodai de poort binnen. In de tuin voor de tempel was een monnik aan het vegen. Bodai vroeg: ‘Is de lama thuis?’ ‘Kom maar mee’, zei de monnik. Samen liepen ze naar de zijkant van de tempel waar een houten plank aan een touw hing. Onder aan de plank hing een houten hamer. ‘Sla maar drie keer op de plank en dan zal de lama wel komen’, zei de monnik.
Bodai – Een verdwenen hoofd
Bodai richtte zich op het bos en zijn reis en zette flink de pas er in en grinnikte; Ja, ja, vleugelvoeten. Het smalle bospad begon breder te worden en het bos werd minder dicht, in de verte stond een boerderij.
Bodai – in training
En zo gebeurt het. Bodai rent samen met de monniken naar het dorp. ‘Waar kom je vandaan’, vraagt een monnik tijdens het hollen. ‘Ik kom van de Boeddhaland-tempel,’ zegt Bodai. ‘Ah, de tempel van meester Bibashi. Hoe oud is hij eigenlijk?’
Bodai – Bodai is jarig
Schaterend van de lach zei de meester: ‘Een klap met de stok en je slaat een levensgroot gat in de fantasie en door dat gat sijpelt de werkelijkheid binnen.’
Bodai – zwerver tussen lichaam en geest
Ik woon nu alweer vijf jaar hier. Ik heb lang nagedacht over waarom mijn stiefvader mij altijd sloeg. Ik denk dat het was omdat hij anderen altijd de baas over hem liet spelen en eigenlijk bang voor ze was. En dan sloeg hij mij omdat ik niet van hem kon winnen. Ik heb geleerd om daarvan weg te lopen en me niet te laten slaan.
Taigu – Satori
Hisamatsu over zen en ontwaken: het leest zo glashelder in een tijd waarin zen onderhevig is aan vertroebeling, aan commercialisering en een noodlottige verstrengeling met een ontspannings- en wellnessoefening genaamd mindfulness.
Zen in love (Brussel)
…
Taigu – Boeddhistisch universalisme
De geschiedenis is een grillige optelsom van wegen en afslagen. Tiantai baarde het Japanse Tendai dat eeuwen later uit de gratie raakte en grote hervormers als Honen en Shinran, Eisai en Dogen, en Nichiren voortbracht.










