De grote angst, blijkbaar, als het gaat over mindfulness en het boeddhisme zit vervat in de vraag: ‘is het boeddhisme een religie?’ Sommige mensen zien mindfulness als een sluikse manier om mensen tot het boeddhisme te brengen. Iemand introduceerde de term ‘stealth Buddhism’. Stealth is de term die gebruikt wordt voor bommenwerpers die niet door de radar gedetecteerd kunnen worden en zo onverwacht kunnen toeslaan.
Het heeft iets van een spionagefilm. Ik kan mij niet voorstellen welke duistere machten Jon Kabat-Zinn, of misschien mijzelf, zouden ingehuurd hebben om onder het mom van mindfulness in het geheim zieltjes te winnen voor het boeddhisme. Je moet een zieltjeswinner zijn om zoiets te kunnen bedenken. En inderdaad, als ik ‘zieltjeswinner’ google, dan krijg ik meteen een aantal pagina’s die zeggen dat zieltjes winnen de voornaamste opdracht van het christendom is. Ik laat het even aan de christenen zelf om met dat soort uitspraken in het reine te komen.
Het grote verschil tussen het boeddhisme en de levensbeschouwingen die we hier in het Westen kennen, inclusief het vrijzinnig atheïsme, zit niet in de antwoorden die gegeven worden, maar in de vragen die gesteld worden: westerse filosofieën en religies gaan over ‘wat is?’ en ‘wat moet?’. Het boeddhisme gaat over de vraag ‘wat helpt?’
Zo is het boeddhisme ook begonnen. Er zijn weinig of geen historische bronnen over de persoon die we nu de Boeddha noemen. De eerste teksten zijn opgetekend enkele eeuwen na zijn dood. Stel je voor dat historici overtuigend zouden aantonen dat Jezus Christus nooit bestaan heeft en dat hij een literaire creatie is van een groep ‘evangelisten’. Vanuit de vraag ‘wat is?’ zou dat een groot probleem zijn. Vanuit de vraag ‘wat helpt?’ is de historiciteit van de Boeddha niet zo belangrijk. In het latere boeddhisme komen er talloze andere Boeddha’s op het toneel die overduidelijk geen historische figuren zijn.
Historisch of niet, het verhaal vertelt dat een ontredderde jonge man, ongeveer 2500 jaar geleden in Noord-India, alles achterliet en op zoek ging naar een antwoord op het lijden, ‘wat helpt?’. Wat veroorzaakt lijden, wat leidt tot welzijn? Na zes jaar vruchteloos alles uitproberen komt hij tot een vrij eenvoudige vaststelling: lijden wordt veroorzaakt door onze verlangens.
Vanuit een ‘wat moet?’-insteek klinkt dat meteen als: ‘het boeddhisme zegt dat je geen verlangens meer mag hebben’. Waar komt dat moeten vandaan? O ja, dat hebben wij er zelf aan toegevoegd. Voor de Boeddha is het niet meer dan een eenvoudige beschrijving: lijden is als we niet krijgen wat we verlangen en als we krijgen wat we niet verlangen. Maar we hebben verlangens, dus hoe gaan we daar goed mee om? ‘Wat helpt?’ Wel, als we ons niet willoos laten meeslepen in onmiddellijke behoeftebevrediging maar wijs met onze verlangens omgaan, dan ontstaat er iets heel anders.
Bovenstaande paragraaf is een heel korte samenvatting van wat in de Palicanon breed wordt uitgewerkt. De tekst vertelt dat de Boeddha er aanvankelijk verder niets mee wou doen. Hij had zijn antwoord op zijn vraag en hij dacht dat anderen er niet voor open zouden staan. Volgens de legende is het Brahma zelf die uit de hemel afdaalt om de Boeddha te smeken om toch te onderrichten. Daar hoor je de ‘wat is?’-mensen weer komen. Een god? Zie je wel! Maar het is een verhaal. Het is een sterk beeld dat wel vaker in oude literatuur terugkomt. Zoals in de Ilias, waar Athena aan Achilles verschijnt in een moment van grote twijfel.
De Boeddha besluit te gaan onderrichten en afhankelijk van de toehoorder zoekt hij telkens weer naar nieuwe woorden om het uit te leggen. ‘Wat helpt?’ Het boeddhistische woord hiervoor is de dharma. Het latere boeddhisme zet die traditie voort en creëert een plethora aan verhalen, praktijken en beelden. Zo ontstaan verschillende tradities. Zo is ook mindfulness ontstaan.
Filosofen en godsdienstwetenschappers werpen zich dan meteen op de verhalen, op de geschriften. Vanuit de ‘wat is, wat moet?’-vraag zoeken ze naar de verschillen in al die stromingen en ontwikkelingen, zoals ze zouden doen met westerse filosofieën en religies. Alle aandacht gaat daarbij naar de teksten alsof dat het enige belangrijke is.
De eerste Jezuïeten in Japan werden er al gek van toen ze zelf boeddhistische teksten in de oorspronkelijke taal begonnen te lezen. Hun conclusie was dat de Boeddha een grote bedrieger was omdat hij in al die teksten iets anders zegt. Voor mij zijn het allemaal verschillende pogingen om de dharma uit te drukken.
De beelden en gebruiken krijgen in het Westen veel minder aandacht. Het grapje gaat dat men binnen een paar honderd jaar zal denken dat het westerse boeddhisme ontstaan is in tuincentra. Maar als ik door China reis, dan besef ik hoezeer het daar in de eerste plaats de beelden zijn die tot de mensen spreken. We hebben de neiging om veel daarvan bijgeloof te noemen. En dat is het misschien ook. Maar de drommen mensen die wierook komen offeren voor Guanyin, krijgen hoe dan ook met de glimlach van Guanyin de boodschap mee. Het is maar wat helpt.
Iemand zei mij eens dat we zouden moeten proberen om het boeddhisme te ontdoen van zijn culturele ballast, om zo tot de essentie te komen. Maar dat idee op zich is typisch westers. Het zou alleen maar betekenen dat je de dharma nu in een westers jasje steekt. En dat moeten we ook. Mindfulness is een poging daartoe. En wat wij in onze traditie met zen doen is dat ook. Het is risicovol. Hoe zorgen we ervoor dat we het hart van de zaak niet verliezen? Dat is geen nieuwe vraag. De vraag is zo oud als het boeddhisme zelf en ze moet telkens weer gesteld worden.
Dus als je mij zou vragen: wat is de kern van het boeddhisme? Dan kan ik alleen maar antwoorden: ik kan je een verhaal vertellen. Een oud verhaal of een nieuw verhaal. En hopelijk drukt het de dharma uit.


Geef een reactie