Toen we eind jaren ’80, samen met Ton Lathouwers, zijn leraar Ashin Jinarakkhita in Indonesië bezochten, kregen we de opdracht mee om het boeddhisme een vorm te geven die hier bij ons in het Westen past. Ook al vatte ik daar toen de draagwijdte niet van, het is voor mij altijd een leidraad gebleven.
Een vraag die ik lang heb laten sudderen is: hoe moeten we het toevlucht nemen concreet vorm geven in onze traditie? Bij Ton was het een heel simpele individuele ceremonie, één op één, waarbij enkel de Tisarana en de Gelofte van de Bodhisattva gereciteerd werden. Ik wou er toch wat meer body aan geven.
Bij het denken hierover kwamen er een aantal keuzes bovendrijven.
1 traditie
Een eerste keuze is dat ik het belangrijk vind om onze geschiedenis te honoreren. Dat is anders dan bij voorbeeld in mindfulness waar we de boeddhistische traditie expliciet buiten beeld laten. In de context van een ziekenhuis hebben de deelnemers daar weinig boodschap aan. Maar in de context van zen wil ik heel expliciet de band behouden met de geschiedenis en de traditie waar onze zen uit voortgekomen is. Ook al zijn we niet traditioneel, toch willen we de band met de traditie en onze voorouders niet verbreken.
2 geen hiërarchie
Ik heb te vaak gezien in zengroepen dat er een impliciete hiërarchie ontstond waarbij degenen die toevlucht genomen hadden toch een stapje hoger stonden dan de anderen. Dat werd ook zichtbaar gemaakt door de rakusu, een soort slabbetje dat je dan droeg bij het mediteren. Je kon er, in het opklimmen naar leraarschap, zelfs eentje in het paars krijgen.
Dat wil ik dus absoluut niet. Dat past niet in onze cultuur en het creëert iets wat helemaal in tegenspraak is met de geest van het toevlucht nemen.
3 niet moraliseren
Onlangs vroeg iemand mij: ‘Is het boeddhisme een religie?’
Mijn vraag was: ‘Wat bedoel je met het woord religie?’
‘Wat moeten jullie en wat mogen jullie niet?’
‘Als je religie zo definieert, dan is het boeddhisme geen religie’.
Ik zie de sila, de ethiek van het boeddhisme niet als een set van geboden en verboden maar als keuzes die we in ons leven kunnen maken. Het is iets dat diep in ons hart resoneert en dat we willen cultiveren.
Het is belangrijk om dat heel expliciet te stellen, omdat onze monotheïstische cultuur helemaal ingesteld is op moeten en niet mogen.
4 niet eenmalig
In sommige tradities is toevlucht nemen een eenmalig gebeuren. In sommige Westerse tradities betekent het zelfs officieel ‘boeddhist’ worden. Alsof je je tot het boeddhisme zou kunnen ‘bekeren’. In andere tradities dan weer, nemen de aanwezigen bij elke bijeenkomst collectief toevlucht.
Ik kies niet voor een eenmalige individuele ceremonie, maar voor een ritueel dat collectief of individueel kan zijn, en dat we heel ons leven kunnen blijven herhalen. Iets wat ons helpt te blijven cultiveren wat diep in ons hart resoneert. We kunnen het samen zingen op een zen-bijeenkomst of een retraite. Maar je kunt het geluidsbestand ervan ook voor jezelf thuis afspelen, als je daar zin in hebt.
5 symbool
Ik begrijp de betekenis van het slabbetje in sommige tradities. Mensen houden van symbolen. En een symbool kan iets zijn wat ons er weer aan herinnert en ons er weer mee verbindt.
De mandala van de Vijf Boeddhafamilies kan zo een symbool zijn. Je kunt het gemakkelijk zelf ineen knutselen in de vorm van vijf gekleurde schijfjes in hout of een ander materiaal. In de zengroep leggen we vijf houten schijfjes op het altaar. Ik merk dat nogal wat mensen het ook thuis ergens leggen. Het is een mooi symbool.
6 de teksten
Het ritueel start bij het boeddhisme van de Palicanon, met een vers uit de Dhammapada (Dhp 183). In dat vers alleen al zit het hele boeddhisme vervat. Daarna zingen we de traditionele Tisarana in het Pali.
Dan gaan we verder met de mahayana Sankriet-traditie en we zingen de namen van de boeddha’s van de Vijf Boeddhafamilies, de boeddha’s van de Borobudur in Indonesië. We zingen ze op de melodie van de refreinen van de sutrazang in de Mahakaruna Chan. Telkens beginnen we met de woorden ’Een worden met …’. Je zou het het tantrisch element van het ritueel kunnen noemen. Als je wil kun je bij het zingen de mudra’s van de Boeddha’s aannemen. Uiteindelijk zijn al die boeddha’s en bodhisattva’s, personificaties van aspecten van onszelf. Anders zou er niets kunnen resoneren.
We eindigen in China. We zeggen de Geloften van de Bodhisattva, een Chinese parafrase van de Vier Edele Waarheden. En we zingen, op een Chinese melodie, de naam van de bodhisattva die in onze traditie het meest op de voorgrond staat: Guanyin.


Geef een reactie