Jaren geleden liet ik in een interview de zin vallen: ‘Dat is een typische westerse manier van denken’, waarop de interviewer, een beetje pissig, repliceerde: ‘wat is daar mis mee?’. Daar is niets mis mee, maar contact met andere culturen kan ons leren dat onze manier van denken niet de enige mogelijke manier is. Dat is verrijkend.
Vanuit mijn contact met zen, ben ik gaan beseffen hoezeer onze ethiek een moeten-ethiek is. Ethiek gaat over wat moet en wat niet mag. Het lijkt te vanzelfsprekend voor woorden. Het vindt zijn oorsprong in het monotheïsme, het is de wet van God. Merkwaardig genoeg hebben de atheïsten God uit het plaatje verwijderd, maar het moeten behouden.
Een mogelijk alternatief is een keuze-ethiek. Uitgangspunt is dat een mens de auteur is van zijn eigen gedrag. Dat ontkent niet het belang van anderen en van de omgeving, maar de omgeving bepaalt niet iemands gedrag. Gedrag is een reactie van het individu op de omgeving. Dat wil dus zeggen dat er ruimte is voor keuze. Die ruimte is uiteraard niet onbeperkt, maar ze is er.
Hoe kiezen? Het tautologische antwoord is: vermijden wat lijden veroorzaakt en doen wat leidt tot welzijn. Ik noem het tautologisch omdat lijden gedefinieerd is als datgene wat we niet willen. Welzijn is hier de tegenpool van lijden.
Hier wordt het moeilijk: Wat veroorzaakt lijden, wat leidt tot welzijn? Dit vraagt om enige wijsheid. Stel, ik ben heel verdrietig en ik weet dat een fles whisky mijn lijden snel wegneemt. Het onmiddellijke lenigen van dit lijden veroorzaakt uiteindelijk een veel groter lijden. Een verslaving is lenen om je schulden af te betalen. Onmiddellijke behoeftebevrediging is niet altijd wijs.
Een ander punt is dat de meeste mensen deugen. De meeste mensen, op de occasionele psychopaat na, hebben iets als een geweten. Dat wil zeggen dat behoeftebevrediging ten koste van het welzijn van de ander op lange termijn ook niet werkt. Een levenslang knagend schuldgevoel is geen welzijn. Ik heb als psychiater veel in palliatieve zorg gewerkt. Dat zijn de thema’s die in die ogenblikken vaak op de voorgrond komen. Ik heb meermaals aan iemand gevraagd: denk eens terug aan momenten dat je iemand blij gemaakt hebt.
Wat veroorzaakt lijden/welzijn voor mezelf en de ander? Het is een voortdurend open vraag. Er is nooit een zwart-wit antwoord. Een moeten-ethiek is veel gemakkelijker. Je weet tenminste waar je aan toe bent. Maar ook dat is een keuze.
Ik verkies een keuze-ethiek. Moeten en mogen hoort voor mij thuis in wetgeving. Dat is noodzakelijk om een samenleving te organiseren. Dat geeft de grenzen aan. Binnen die grenzen is er een enorme keuzevrijheid.


Siebe zegt
Wat beschreven wordt in meer wetenschappelijke kringen niet beschouwd als ethiek maar moraal. Ethiek bevraagt de moraal. Het bevraagt wat een mens of samenleving goed en fout vindt. Heersende normen en waarden (=moraal) worden kritisch onderzocht en bevraagt. Je bent niet een ethisch mens, zeg maar, als je je precies houdt aan heersende normen en waarden. Meer als je je eigen besef van goed en fout ontwikkelt, als je principiëler wordt zeg maar, als je meer zelfstandig over zaken hebt nagedacht en niet alleen maar doet wat een groep of samenleving goed en fout vindt.
Als mens wil je uit jezelf vaak loyaal zijn aan vrienden, familie, collega’s, baas, land. Hun belangen beschermen. Je wilt niet uit de boot vallen. Past je aan. Maar dat is ook weer niet echt een gewetensfunctie aan het werk vind ik.
Ik vind het een pijnlijk gebeuren om ook meer volwassen te worden, meer persoonlijk, qua besef van goed en kwaad. Je eigen koers vinden en varen.