De laatste woorden van de Boeddha op zijn sterfbed waren:
‘Vaya dhamma sankhara, appamadena sampadetha—Ik zeg jullie: alles wat de mens bezielt, is aan vergankelijkheid onderhevig. Streeft niet aflatend!’
De Boeddha gebruikte samsara slechts als metafoor om aan te geven dat de mens op élk moment en van moment-tot-moment verandert. Nooit één ogenblik gelijk blijft. Dat de mens metaforisch elk moment ‘sterft’ om het volgende moment a.h.w. ‘herboren’ te worden. Het is in deze figuurlijke betekenis dat wedergeboorte moet beschouwd worden in de sutta’s.
Ajahn Chah:
‘We moeten voorbij alle dualiteit gaan, alle concepten, alle goed en kwaad, alle zuiverheid en onzuiverheid. We moeten voorbij zelf en niet-zelf gaan, voorbij geboorte en dood.
Een zelf zien als iets dat wedergeboren wordt is het echte probleem van de wereld. Zuiverheid is zonder grenzen, onaantastbaar, is voorbij alle tegenstellingen en alle schepping.’
Wedergeboorte brengt niets bij. Dat staat alleen voor rondjes draaien. Voor samsara. Steeds hetzelfde doen in de ijdele hoop dat het resultaat ooit eens anders zal zijn.
Albert Einstein noemde dit de definitie van waanzin. Hoe zou reïncarnatie immers kunnen helpen als de wedergeborene ook in zijn volgende leven de ware aard van de dingen niet ziet? Uitsluitend inzicht kan de dhammanuvatti uit dukkha bevrijden. In dit leven. Geen begoocheling over een hypothetische toekomst.


Siebe zegt
Metaforisch bedoeld samsara?
“What is it that produces a person?
What does he have that runs around?
What enters upon samsara?
What determines his destiny?”
“Craving is what produces a person;
His mind is what runs around;
A being enters upon samsara;
Kamma determines his destiny.” (SN1.57)
– “Bhikkhus, this samsara is without discoverable beginning. A first point is not discerned of beings roaming and
wandering on hindered by ignorance and fettered by craving. (SN15.2)
“Bhikkhus, this samsara is without discoverable beginning.. .. It is not easy, bhikkhus, to find a being who in this
long course has not previously been your mother . . . your father … your brother … your sister … [I901 … your son … your
daughter. For what reason? Because, bhikkhus, this samsara is without discoverable beginning.. . . It is enough to be liberated
from them.” (SN15.14-19)
“It is, bhikkhus, because of not understanding and not penetrating the noble truth of suffering that you and I have roamed
and wandered through this long course of samsara. It is because of not understanding and not penetrating the noble truth of the
origin of suffering … the noble truth of the cessation of suffering . . . the noble truth of the wayleading to the cessation of suffering
[432] that you and I have roamed and wandered through this long course of samsara.
Iedereen staat vrij zijn interpretatie te geven maar om nou dingen te zeggen als…de Boeddha gebruikte samsara slechts als metafoor om aan te geven dat de mens op élk moment en van moment-tot-moment verandert?
Waarom kunnen mensen nooit gewoon het laten bij wat zij zelf “Geloven” wat de Boeddha bedoeld heeft etc.
Waarom altijd die stelligheid? Wat moet het suggereren. Ik vind…het klopt niet.