Wanneer het pad zich verdiept, kan er een subtiele verschuiving plaatsvinden die nauwelijks opvalt. Wat eerst als grof verlangen (taṇhā; tṛṣṇā) herkenbaar was—gericht op bezit, ervaring of erkenning—neemt een verfijndere vorm aan: het verlangen naar inzicht, naar zuivering, naar bevrijding.
Pali-Canon
Guy – dhammazaadjes – Bevrijding kent geen dualiteit
…
Guy – dhammazaadjes – Voorbij het meest verhevene
Er zijn momenten in de beoefening waarop de geest stil wordt, het lichaam verzacht en de adem lijkt zichzelf te ademen. Wat eerst onrustig en gefragmenteerd was, verzamelt zich in helderheid en rust. In die verstilling kan vreugde opkomen—licht, levendig, soms intens. Dit wordt herkend als pīti (id.), een eerste teken dat de geest zich losmaakt van grofheid. Wanneer deze vreugde verzacht, verdiept zich een stillere kwaliteit van welbevinden, sukha (id.), die de geest moeiteloos draagt.
Guy – dhammazaadjes – Pāli leren
Pāli leer je niet om een taal te beheersen, maar om iets minder verkeerd te begrijpen. Niet om woorden te verzamelen, maar om te zien waar woorden naar verwijzen.
Guy – dhammazaadjes – Verfijning van denken is geen bevrijding
De geest kan zich eindeloos verfijnen. Hij kan spreken over bewustzijn, over gewaarzijn, over het ongeconditioneerde, over wat blijft en wat niet verdwijnt. Maar hoe subtiel ook, zolang er gedacht wordt, is er geen zien.
Guy – dhammazaadjes – Wanneer Het Hart Ontwaakt—Saṃvega
Saṃvega verwijst in de vroeg-boeddhistische sutta’s naar de ontreddering die ontstaat wanneer werkelijk wordt gezien hoe fundamenteel vergankelijk (anicca; anitya), onbevredigend (dukkha; duḥkha) en ongrijpbaar (anattā; anātman) het bestaan is. Het is geen depressieve reactie, maar een helder inzicht dat de vanzelfsprekendheid van het bestaan ondergraaft.
Guy – dhammazaadjes – Dogma versus inzicht
Wanneer de leer van de Boeddha evolueert naar een institutionele religie wordt alles wollig en warrig.
Guy – dhammazaadjes – De smaak van bevrijding
Dhamma laat zich niet opdelen in verscheidenheid. Er is slechts één natuurwet. Eén Dhamma. Er valt geen essentieel verschil te onderkennen tussen de veelheid aan denkbeelden, aan interpretaties, aan stromingen.
Guy – dhammazaadjes – De Boeddha was geen dromer
De Boeddha was geen dromer. Hij baseerde zich op de realiteit zoals ze wérkelijk was. Op de natuurwet. Op Dhamma. Niet op tradities; niet op geruchten; niet op vermoedens; niet op gissingen; niet op axioma’s; niet op het aanvaarden van zienswijzen na overpeinzing; niet op waarschijnlijkheid; niet op wat anderen gezegd hadden…
Guy – dhammazaadjes – Méér hoeft er niet gezegd te worden…
Geef alle aandacht aan de realiteit van dit moment: observeer hoe je op dít moment sterft—hoe je in élk moment sterft. Hoe je op élk moment geboren wordt. Registreer dat, voel dat, begrijp dat.
Ik keur alles af…
Een wijs man overweegt: “Als ik aan deze visie koppig zou vasthouden, de uitspraak zou doen: “Dit alleen is de waarheid, iets anders is onzin”, dan zou er onenigheid ontstaan met degene die zegt dat hij alles goedkeurt en met degene die zegt dat hij het ene goedkeurt en het andere afkeurt. Deze onenigheid leidt dan tot twistgesprekken; twistgesprekken tot ruzie en ruzie tot geweld. Dit voor zichzelf voorziend geeft en wijs man deze visie op.”
Guy – dhammazaadjes – De vijf overdenkingen
De Boeddha reikt ons vijf overdenkingen aan om angst voor lijden (P. dukkha) te leren herkennen, erkennen en gelijkmoedig te omarmen.
Guy – dhammazaadjes – Samadhi
Samadhi is die ‘speciale’ geestestoestand die voorbij onze verlangens en afkeer gaat, voorbij dualiteit, voorbij identificatie.
Guy – dhammazaadjes – De rol van de leraar
De vroeg-boeddhistische teksten zijn erg duidelijk over de rol van de leraar. Het is de rol van de leraar om de leerling te ‘veredelen’, d.i. om een ‘edel persoon’ (P. ariya-puggala) van hem of haar te maken. Om van een ‘wereldling’ (P. puthujjana) een ‘edel mens’ te maken. Een stroombetreder. Een sotapanna.
Het negende deel van de Dhamma-Zaadjes is uit.
Dit boek van Guy Eugène Dubois is een bloemlezing van korte teksten over Dhamma—de Leer van de Boeddha—die dagelijks naar de leden van Boeddha in de Stad, de onafhankelijke boeddhistische vereniging van Antwerpen worden toegestuurd.
Guy – dhammazaadjes – Je pense, donc je suis…
Anicca. Alles verandert. Alles vergaat. Je lichaam. Je perceptie. Je gewaarwordingen. Je reacties. Je bewustzijn.
Guy – dhammazaadjes – Wakker worden
De beoefenaar vóór en ná het wakker worden blijft niet dezelfde mens. Het verschil zit hem in de realisatie van het inzicht: het ‘zien’ van de illusie, de begoocheling. Maya.
Stroombetreding is géén inwijding. Géén esoterie. Het is het ogenblik dat plóts, spontaan, onverwachts, maar zeer manifest (als alle voorwaarden ertoe vervuld zijn) alles duidelijk wordt over de ware aard van de dingen.
Guy – dhammazaadjes – Upekkha
Upekkha is datgene wat de dhammanuvatti ervaart wanneer hij/zij niet reageert op gewaarwordingen of gevoelens (P. vedana): geen sankhara’s van verlangen bij aangename gevoelens en gewaarwordingen; geen sankhara’s van aversie bij onaangename gewaarwordingen of gevoelens.
Guy – dhammazaadjes – De ware aard van het leven
Net zoals een rivier die van de berg naar beneden stroomt, zonder even stil te houden, alles op zijn tocht meesleept, net zo is het leven van een mens—beperkt, onbeduidend en gekenmerkt door spanningen en wanhoop. Iemand die geboren is kan zich niet bevrijden van de dood.
Guy – Dhammazaadjes – Kort en bondig
Dukkha.
Guy – Dhammazaadjes – De khandha’s
Indien de dhammanuvatti over zijn lichaam echt zeggenschap zou bezitten, zou hij geen pijn, ziekte, ouderdom en dood toelaten.
Guy – Dhammazaadjes – Kijk met Boeddha-ogen
Licht voor jezelf.
Guy – Dhammazaadjes – Uit niet-zelf vloeit wijsheid en mededogen voort
Op boosheid kan je geen beoefening bouwen. Wanneer je, zoals Avalokiteshvara, bereid bent om te kijken met je hart, wordt het lijden in al zijn facetten duidelijk zichtbaar. En bereidheid om te kijken met liefdevolle vriendelijkheid (P. metta) is bereidheid om die pijn ook onder ogen te zien en te trachten ze te lenigen. Net zoals Avalokiteshvara zijn elf gezichten en zijn duizend armen mededogend ontvouwt.
Henk – Begeerte, verlangens en ander leed
In de Pali-canon neemt begeerte en het opgeven en beëindigen daarvan een centrale plaats in. Maar wat is begeerte? Begeerte die lekker duidelijk is kun je gemakkelijk identificeren als een aan de oppervlakte liggend verlangen wat je meestal zonder al te veel problemen kunt onderdrukken.
Een zintuiglijke prikkel activeert de dirigent van ons hormoonorkest en een immens innerlijk koor zingt fortissimo: “Ik wil dit hebben!”
Een ander deel van ons brein begint redelijke tegenwerpingen te componeren (beter van niet, jôh, onverstandig, je hebt al te weinig tijd, je bent te dik, te dun, niet sterk genoeg, te sterk, niet mooi genoeg, te mooi, enzovoorts).




