Het is lente en het frisse lentegroen verschijnt overal aan de bomen en struiken. Ook de kruiden groeien hard. Veel van die blaadjes zijn eetbaar. Dat is fijn, want zelfgeplukte blaadjes zijn over het algemeen een stuk gezonder dan bladgroente uit de winkel, ik schreef er al eerder over. Ze bevatten veel meer vitaminen en mineralen, en gezonde micro-organismen die goed zijn voor gezonde darmen. Bovendien zijn ze niet behandeld met pesticiden en zonder kunstmest opgegroeid, komen ze niet uit een verwarmde kas, zijn niet verpakt in plastic en hebben geen energieverslindende reis achter de rug. De afstand van groeiplaats tot consument is slechts een armlengte lang.
Columns
Over antropologie 24 – dana
Dana is een belangrijk begrip in het Boeddhisme. Het betekent zoiets als vrijgevigheid en dat is met name belangrijk voor de spirituele praktijk. In allerlei boeddhistische en hindoeïstische tradities staat het voor geven, liefdadigheid, en het beoefenen van deze deugden is in deze religies noodzakelijk
Bodai – ‘De ziel van mijn kom is haar leegte’
Bodai krijgt de slaapplaats van een dode man aangeboden. Hij vraagt aan de zwerver die hem begeleidt: ‘Op de plek van een overledene?
‘Prima plek, hoor, hij is 86 geworden en dat is lang niet gek voor een bedelaar.’
Guy – dhammazaadjes – Samadhi
Samadhi is die ‘speciale’ geestestoestand die voorbij onze verlangens en afkeer gaat, voorbij dualiteit, voorbij identificatie.
Bodai – ‘Ik ben geen bedelaar, maar een monnik’
De zwerver raakt op dreef: ‘Je hebt in zeven jaar nog niet veel geleerd, hè. Het enige wat je geleerd hebt is een vroom gezicht trekken, en die klap heeft ook niet veel geholpen. Je zou eigenlijk takken moeten gaan sjouwen om nog wat te leren. Rot op met je liedje het gaat om geven, alleen maar geven.’ Beteuterd kijkt Bodai naar de kom water in zijn handen, de dag begon al raar maar nu is het nog veel gekker. De bedelaar vraagt: ‘Wat ben je van plan?’ ‘Van plan, ik weet het niet, ik, ik…’Diepe zucht.
Gesprekjes: Pacifist
We zaten met z’n tienen in een pannenkoekenschip aan een lange tafel. We wachten op de pannenkoeken. Ondertussen kakelde iedereen als een kip zonder kop. Het was een kakofonie, of beter gezegd: een klereherrie. Ik kan daar slecht tegen.
Bodai – ‘Ik ben niet in de wieg gelegd voor monnik’
De wereld schudt op z’n grondvesten een inktzwart gordijn schuift voor de zon, dan is het doodstil. Bodai staart in een inktzwarte omgeving. Er is geen wind, geen gevoel van de warmte van de zon, geen geur van de bomen, het gras, geen zwaartekracht,…er is alleen inktzwarte duisternis. Gelukkig voelt hij zijn stoel nog. Als hij zijn voeten op de grond wil zetten is er geen grond, onwillekeurig grijpt hij zijn stoel vast, bang er vanaf te vallen. Zijn ademhaling is gejaagd, niet zo rustig als normaal. Alles is doodstil en inktzwart, hij is bang om in een oneindige diepte te vallen.
Het jaar 2026 – dag 100 – groentenmoord
Groenten worden dagelijks wreed vermoord.
Somewhere over the rainbow, skies are blue.
Take care out-there.
Vrijdag Zindag – Zinspeeltuinen voor iedereen
Waarom een Zinspeeltuin? De Zinspeeltuin vult het gat dat de ontzuiling heeft achtergelaten. Tijdens de verzuiling was er, misschien te sterk, een helder bewustzijn van waarden. Die verschilden sterk per zuil, maar de alternatieven waren duidelijk. Na de ontzuiling ontstond waardenbewusteloosheid. In die sfeer kregen allerlei -ismen meer ruimte: individualisme, nihilisme, populisme en consumentisme. Autocraten […]
Het jaar 2026 – dag 99 – brievenbus
De brievenbus en het verzet.
Somewhere over the rainbow, skies are blue.
Take care out-there.
Wanneer een samenleving in de overlevingsstand raakt (4)
We leven in een samenleving waarin veel gebeurt. Er wordt georganiseerd, gemeten en besloten, en toch ervaren veel mensen dat er iets ontbreekt. Iets eenvoudigs en tegelijk wezenlijks: ruimte voor ontmoeting, ruimte om te voelen wat er speelt, om te luisteren zonder meteen te reageren, om bij de ander te blijven, ook als het schuurt.
Bodai – Het zitten begint te wennen
Je begrip over alles is incompleet, natuurlijk spring je niet in de rivier, je bent nog niet herboren, je slaapt nog, daarom ben je nog niet in staat het geheel, de eenheid te zien. Je hebt er van gehoord en het voelde goed- het was duidelijk en het klopte, maar dat is alles. En dan kom je naar mij om te vertellen dat je een stofje bent. Er zijn momenten dat het oké is om een nietig stofje te zijn.








