Elke psychotherapeutische aanpak is volgens mij gebaat bij zo weinig mogelijk barrières tussen psychotherapeut en cliënt. In de praktijk betekent dit in stilte en liefdevol aanwezig zijn bij je cliënt. Omgekeerd belet liefdevol aanwezig zijn niet om professionele therapeutische vaardigheden toe te passen.
Ksaf
Kernelementen van boeddhistische psychotherapie (1)
Een eerste vraag waar ik lang mee zat was: waarom zou ik mezelf eigenlijk een ‘boeddhistische’ psychotherapeut noemen? Een cliënt vraagt zich toch niet af welk soort therapie hij krijgt, hij wil gewoon iets doen aan zijn probleem? Maar een andere vraag waar ik ook al lang mee zat was: hoe gaat het verder met mijn cliënt nadat we aan zelfinzicht hebben gewerkt? Wanneer hij weer ‘gewoon’ moet overleven in een maatschappij met een immens vacuüm als het over zingeving gaat? Mijn conclusie is dat psychotherapie niet ‘neutraal’ is omdat onze samenleving het ook niet is. Onze levensbenadering wordt voortdurend in de richting geduwd van een technologische, materialistische, individualistische en zelfs concurrentiële visie.
Ksaf – Koele beschrijvingen en droge lijstjes
Toen ik voor het eerst boeddhistische teksten las, had ik vooral moeite met het schijnbare fatalisme in gortdroge beweringen zoals ‘het leven is lijden’. Tot ik inzag: het is nuchter gezien toch zo? Het leven is vaak best moeilijk. Dat kon ik pas toegeven toen ik ‘lijden’ leerde vervangen door ‘stress’, het loutere feit dat we allen problemen en ongemakken ondervinden. Dat klonk al veel gewoner. Ook de schijnbaar strenge boeddhistische houding tegenover begeerte vond ik eerst erg veroordelend. Vooral een koele omschrijving als die van onze verderfelijke ‘dorst’ naar genot. Tot ik begeerte en genot leerde vervangen door gewoon ’zich hechten aan.’ We kleven tenslotte vast aan onze behoeften en onze opvattingen.
Hoe bewust is mijn ethisch handelen?
Boeddha definieerde de drie vormen van lijden als drie obstakels voor geluk. Hebzucht, afkeer en onwetendheid noemde hij bovendien ook ‘vergif voor zowel het verstand als het lichaam.’ Die drie obstakels vormen een ketting en versterken mekaar.
Alles is geest
Wanneer ik mediteer, denk ik telkens weer: “hoe saai, al die gedachten en reacties in mijn geest, hoe vervelend toch al die krampen en kriebels in mijn lichaam.” Tot ik besef: ook dat is een gedachte.
Het lijden begint
…
Omgaan met geestelijke energie (3) – Fijnzinnigheid is van levensbelang
Ook als volwassene blijft het een voortdurende uitdaging om onze aandacht te verleggen van het problematische naar iets positiefs. ‘Positief denken’ is echter vaak een cliché geworden, de oppepper ‘Yes you can’ kan erg vermoeiend zijn.
Omgaan met geestelijke energie (2) – Geestelijke energiebesparing
Vaak zit ons bewustzijn in een sluimertoestand, van gewoontehandelingen tot regelrechte sleur. Onze energie lekt weg via onbewuste processen. Gurdjieff pleit ervoor om uit onze slaaptoestand te treden door ons ‘onszelf te herinneren’: ons telkens opnieuw bewust worden dat we helder en aanwezig kunnen zijn in plaats van weg te doezelen in gewoontepatronen.
Omgaan met geestelijke energie (1) – O zuivere en lichte vlam
Ook mijn toestand van onzekerheid is een uitgangspunt van het boeddhisme. Het zenboeddhisme gebruikt de termen ‘leegte’ of ‘niet-weten’ als fundamentele eigenschappen van een open bewustzijn. Vaste ideeën en concepten, verlangens en oordelen loslaten. We staan op een draaiende bol in een draaiende omloop rond een ster. We staan bovenop leegte en na onze dood worden we zelf leegte.
De kunst niet te zijn
‘Ik heb besloten dat ik vanaf vandaag niet meer ben.’
Mildheid en meedogenloosheid
Laten we mild zijn voor onszelf. We zijn zo kwetsbaar en we leven niet zo lang. Wanneer we mild zijn voor onszelf hebben we geen schuld, moeten we niets veroordelen, zelfs niet beoordelen. Ook anderen niet, want ook lijk dat niet altijd zo, zij zijn even kwetsbaar als wij. Dat is de essentie van boeddhistisch mededogen.
Weg van de stress
Een beetje stress is nodig om alert te zijn, maar teveel stress veroorzaakt een chronische overbelasting. Mijn lichaam maakt geen onderscheid tussen stress en angst. Zolang de overbelasting duurt, lijkt voor mijn lichaam ook het gevaar te duren. In onze samenleving kan ik niet simpelweg vechten of vluchten zoals mijn voorouders uit de oertijd. Ik doe mijn best om te ontspannen maar de stress blijft op een mysterieuze manier onder mijn vel kruipen.












