Toen ik voor het eerst boeddhistische teksten las, had ik vooral moeite met het schijnbare fatalisme in gortdroge beweringen zoals ‘het leven is lijden’. Tot ik inzag: het is nuchter gezien toch zo? Het leven is vaak best moeilijk. Dat kon ik pas toegeven toen ik ‘lijden’ leerde vervangen door ‘stress’, het loutere feit dat we allen problemen en ongemakken ondervinden. Dat klonk al veel gewoner. Ook de schijnbaar strenge boeddhistische houding tegenover begeerte vond ik eerst erg veroordelend. Vooral een koele omschrijving als die van onze verderfelijke ‘dorst’ naar genot. Tot ik begeerte en genot leerde vervangen door gewoon ’zich hechten aan.’ We kleven tenslotte vast aan onze behoeften en onze opvattingen.
Ksaf
Hoe bewust is mijn ethisch handelen?
Boeddha definieerde de drie vormen van lijden als drie obstakels voor geluk. Hebzucht, afkeer en onwetendheid noemde hij bovendien ook ‘vergif voor zowel het verstand als het lichaam.’ Die drie obstakels vormen een ketting en versterken mekaar.
Alles is geest
Wanneer ik mediteer, denk ik telkens weer: “hoe saai, al die gedachten en reacties in mijn geest, hoe vervelend toch al die krampen en kriebels in mijn lichaam.” Tot ik besef: ook dat is een gedachte.
Het lijden begint
…
Omgaan met geestelijke energie (3) – Fijnzinnigheid is van levensbelang
Ook als volwassene blijft het een voortdurende uitdaging om onze aandacht te verleggen van het problematische naar iets positiefs. ‘Positief denken’ is echter vaak een cliché geworden, de oppepper ‘Yes you can’ kan erg vermoeiend zijn.
Omgaan met geestelijke energie (2) – Geestelijke energiebesparing
Vaak zit ons bewustzijn in een sluimertoestand, van gewoontehandelingen tot regelrechte sleur. Onze energie lekt weg via onbewuste processen. Gurdjieff pleit ervoor om uit onze slaaptoestand te treden door ons ‘onszelf te herinneren’: ons telkens opnieuw bewust worden dat we helder en aanwezig kunnen zijn in plaats van weg te doezelen in gewoontepatronen.
Omgaan met geestelijke energie (1) – O zuivere en lichte vlam
Ook mijn toestand van onzekerheid is een uitgangspunt van het boeddhisme. Het zenboeddhisme gebruikt de termen ‘leegte’ of ‘niet-weten’ als fundamentele eigenschappen van een open bewustzijn. Vaste ideeën en concepten, verlangens en oordelen loslaten. We staan op een draaiende bol in een draaiende omloop rond een ster. We staan bovenop leegte en na onze dood worden we zelf leegte.
De kunst niet te zijn
‘Ik heb besloten dat ik vanaf vandaag niet meer ben.’
Mildheid en meedogenloosheid
Laten we mild zijn voor onszelf. We zijn zo kwetsbaar en we leven niet zo lang. Wanneer we mild zijn voor onszelf hebben we geen schuld, moeten we niets veroordelen, zelfs niet beoordelen. Ook anderen niet, want ook lijk dat niet altijd zo, zij zijn even kwetsbaar als wij. Dat is de essentie van boeddhistisch mededogen.
Weg van de stress
Een beetje stress is nodig om alert te zijn, maar teveel stress veroorzaakt een chronische overbelasting. Mijn lichaam maakt geen onderscheid tussen stress en angst. Zolang de overbelasting duurt, lijkt voor mijn lichaam ook het gevaar te duren. In onze samenleving kan ik niet simpelweg vechten of vluchten zoals mijn voorouders uit de oertijd. Ik doe mijn best om te ontspannen maar de stress blijft op een mysterieuze manier onder mijn vel kruipen.
De kunst van het onzegbare
Het is opvallend hoeveel mensen getroffen worden door de regels van het refrein van ‘Anthem’, een song van Leonard Cohen. Een zanger en boeddhist met Joodse wortels die hij in krachtige, Bijbelse beelden wist te vatten. Ik stel voor om ‘Anthem’ tot westers boeddhistische volkslied uit roepen.
De herontdekking van de natuur
Al in 1991 schreef de bioloog Rupert Sheldrake ‘De wedergeboorte van de natuur.’ Daarin staan inzichten die we ons blijkbaar nog altijd eigen moeten maken. Dat we ons als mens boven de natuur plaatsen waardoor we het vanzelfsprekende recht lijken te hebben om deze planeet ongestraft leeg te plunderen en te vergiftigen. Dat we ons als mens buiten de natuur plaatsen waardoor we onze wortels en onze afhankelijkheid verloochenen, om vervolgens verbaasd te zijn dat we ons vervreemd voelen, gestresseerd zijn, steeds meer allergieën en angststoornissen hebben. Om maar een paar ongemakken te noemen.
Dagend inzicht
…
De drie biggetjes van het ego
Veranderlijkheid maakt ons bang, niets blijft zoals het is. Onze angst is de wolf. De boze wereld die onze huisjes niet alleen omver kan blazen maar subtiel langs onze kieren en constructiefoutjes kan binnendringen. Onze geest bezweert pijn en angst met opvattingen en oplossingen die we aandikken tot ze solide lijken als steen. Daardoor staat er een muur tussen ons en de naakte realiteit. Achter de muur is het veilig maar ook eenzaam, vervreemdend. We voelen vaag aan dat er iets niet klopt. De breuk in onze geest isoleert ons van de stromende natuur. En ons isolement maakt ons opnieuw bang. De wolf sluipt niet alleen buiten rond maar zit in ons en huilt in onze dromen.
Ksaf – Twee boeddhistische conversaties
‘De Joodse therapeut Victor Frankl overleefde een concentratiekamp van de nazi’s. Achteraf schreef hij dat wie samen met hem het kamp overleefde vaak iemand was die dacht aan wat hij zou doen als de oorlog voorbij was. Dat waren dan vaak bijvoorbeeld musici die bleven oefenen om hun instrument te bespelen, of een chirurg die mede-gevangen verzorgde en zich bleef voorbereiden om ooit weer te opereren.’
Grote geest
Een Zenmonnik omschrijft de verhouding tussen ego en Boeddha-bewustzijn simpelweg als ‘kleine geest’ tot ‘Grote geest’. Een Zuiverlandmonnik noemt het de verhouding tussen mij als onwetende dwaas tot het land van de Boeddha’s. Een Tibetaanse monnik spreekt van mijn menselijke geest en de ‘oergeest’.
Het aardse paradijs
In Plum Village vroeg een jong meisje aan Thich Nhat Hahn: ‘Ik ben zo bang dat we de aarde vernietigen, wat kan ik doen om dat te voorkomen?’ Zijn antwoord: ‘Verder doen wat moet gedaan worden. De kans is groot dat het binnen enkele decennia gedaan is met de menselijke beschaving. De aarde zal dan zonder ons bestaan.’
Er is iets
…
Kleine bijna dood ervaring
…
Collectief manisch-depressief
Ik sta telkens verbaasd van hoeveel ik zelf moet. Zelfs deze tekst schrijven moet, al zit niemand er op te wachten. Deze tekst was dood, ik had er eigenlijk geen zin in, zolang ik ‘moest’ schrijven over boeddhisme. Pas toen ik de tirannie van mijn innerlijke dwang doorzag, kwam de tekst tot leven. Tot het leven dat er al was, achter de depressie, en dat ik enkel moest beschrijven.
Ksaf – Wees een liefdevol eiland voor jezelf
In het boeddhisme omschrijven we liefde als ‘liefdevolle vriendelijkheid.’ Het is liefde voor alles en iedereen, belangeloos, zonder vooroordeel en zonder voorbehoud. Een liefde die veel verder gaat dan onze typisch westerse, meestal romantische of sentimentele voorstelling. Om daartoe in staat te zijn, is een hele weg nodig. Boeddha noemde die weg de dhamma, het pad van wijsheid en mededogen. Toen Boeddha stierf zei hij tegen zijn volgelingen: ‘Wees een eiland voor jezelf, laat de dhamma je eiland zijn, de dhamma is je toevlucht en niets anders’
Religie en onzekerheid
Religie moet letterlijk verdiepen en verheffen, door te stellen dat inzichten van binnenuit komen én vanuit het aannemen van een breder perspectief dan dat van ons ego. Religie moet radicaal geweldloos zijn en radicaal eerlijk in het weerstaan aan behoeften die ons klein en bang houden.
Geweldloosheid
Geweldloosheid is een van de boeddhistische levenshoudingen. Het is goed om te beseffen dat geweld in de eerste plaats bestaat uit klein dagelijks geweld, bijvoorbeeld als we onze irritatie of kwaadheid op een ander gooien. De meeste mensen veroordelen fysiek geweld. Maar alleen al met woorden kunnen we een ander even diep kwetsen.
Is gelijkmoedigheid saai?
Mensen die weinig van het boeddhisme afweten vragen me wel eens: word je niet onverschillig of cynisch als je gelijkmoedigheid verwerft? Alleen al het feit dat deze mensen mij die vraag stellen, toont aan hoe weinig ze mij kennen. Ooit vroeg ik mij ook af of ik niet verschrikkelijk saai zou worden, in het onwaarschijnlijke geval dat ik enige gelijkmoedigheid zou kennen. Bovendien zat ik toen ook met de vraag: als gelijkmoedigheid al saai is, hoe erg moet verlichting dan niet zijn?























