Ook zijn belangrijkste leerlingen, zoals Sariputta en Moggallana, komen aan het woord.
Andre Baets
De Boeddha – over het slachten van dieren
De Boeddha verweert zich tegen de beschuldiging dat hij vlees zou eten van dieren die speciaal voor hem geslacht worden. Hij zegt dat ook zijn leerlingen dat niet doen en zet de regels voor de Orde over het eten van vlees uiteen. Hij wijst er verder nog op dat zijn monniken de brahmavihara’s beoefenen en daardoor niet geneigd zijn zichzelf of andere levende wezens te schaden.
Boosheid of kwade wil – hindernissen die onze geestelijke ontwikkeling blokkeren
Kwade wil of boosheid valt onder de categorie haat, want ook een lichte vorm van kwade wil kan uitlopen tot boosaardigheid of zuivere haat. Een smeulend vuurtje kan al snel uitlopen tot een heuse bosbrand.
Als individu ben je nooit alleen…
Als individu ben je nooit alleen; er moet altijd op de één of andere manier rekening gehouden worden met anderen. Doe je dit niet, hou je geen rekening met anderen, dan plaatst de Boeddha die persoon onder type twee: “zij die anderen kwetsen, kwaad doen”.
Je bent goed zoals je bent…
Twee uitspraken van de Japanse zenleraar Shunryu Suzuki roshi komen in dit verband bij me op. Tijdens een zazen sessie zij hij in een korte toespraak: “Ieder van jullie is volmaakt zoals hij is… maar een beetje verbetering kunnen jullie wel gebruiken.” Bij een andere gelegenheid gaf hij als antwoord op de vraag wat hij van zijn leerlingen vond: “Jullie zijn allemaal verlicht… totdat jullie je mond opendoen.”
Siddhattha Gotama, de boeddhist
Jaren geleden alweer zond de cultuurzender ARTE een film uit over het leven van de historische Boeddha. In het tv-blad las ik de korte inhoud: “De jonge prins Siddhartha, ontevreden met zijn oppervlakkige luxeleven, besloot om familie en bezittingen achter te laten, de wildernis in te trekken en boeddhist te worden.” Dit klinkt op zijn […]
Ik mag mezelf geen kwaad doen…
De ‘echte wereld’ is de wereld van samsara, de wereld waarin we niet alleen zijn maar rekening moeten houden met anderen. Waar hetgeen ervaren wordt in de training/meditatie aan de praktijk moet getoetst worden. Een wereld die nood heeft aan mensen die zich ten volle wijden aan het spiritueel pad, rekening houden met de anderen en ja, tussendoor, als de omstandigheden erom vragen, zichzelf een beetje opofferen en daardoor soms ervaren dat het leven in samsara onlosmakelijk verbonden is met lijden.
Over vergankelijkheid
Heer, kan men eigenlijk wel geschokt zijn om wat niet aanwezig is in de buitenwereld?”
“Dat is mogelijk”, sprak de Verhevene.
Omgaan met de (eigen) dood
Zo komt de Boeddha in de Pali-Canon, als hij met nabestaanden praat, soms schijnbaar hard en gevoelloos over. De Verhevene was geen mooiprater en troostte niet met holle woorden, maar met de waarheid, hoe onbarmhartig die ook mocht klinken. Het overlijden greep hij aan als middel om vergankelijkheid, verandering en – als dit door de betrokkene niet beseft werd – het daaruit voorvloeiende, door gehechtheid ontstane, lijden te verduidelijken.
Uposatha
In de Kandaraka-Sutta geeft de Boeddha een uitvoerige uiteenzetting over de vier typen van personen in de wereld: “Degene die zichzelf kwelt, schade berokkent; degene die anderen kwelt, schade berokkent; degene die zowel zichzelf als anderen kwelt, schade berokkent en als vierde degene die noch zichzelf, noch anderen kwelt, schade berokkent. Alleen het laatste type [zo zegt de Boeddha] leidt een waarlijk heilig leven” [d.i. een leven dat tot ontwaken kan leiden].
Over vergankelijkheid
Heer, kan men eigenlijk wel geschokt zijn om wat niet aanwezig is in de buitenwereld?”
“Dat is mogelijk”, sprak de Verhevene.
De Boeddha, psychologische aspecten
Als Suddhodana, de raja van Kapilavatthu, had gehoopt dat zijn zoon, Siddhattha, zou opgroeien als een vastberaden, de wereld toegewende man van de daad met politieke ambities, dan werd hij teleurgesteld.









