Het was een heldere maanverlichte nacht. Me volledig bewust van wat er gebeurde bevond ik me plots, los van mij fysieke lichaam, zwevend in de voortuin. Ik wist perfect waar mijn fysiek lichaam was en ik was ook niet verbaasd over wat me overkwam. Door er enkel aan te denken verplaatste ik me zwevend voor- en achteruit. Tot een angstgevoel me plots overviel en ik als het ware terug naar mijn lichaam werd gezogen.
‘Ik walg van dit etter-lichaam, ziek en vergankelijk’
Het is dus tanha (begeerte, letterlijk: dorst) die de wezens voortstuwt in de keten van wedergeboortes: ‘Bij wie de dorst naar bestaan afgesneden is, wiens geest vredig geworden is, hij zal de keten der geboorten ontstijgen; voor hem is er geen wedergeboorte meer.
Salla-Sutta, ‘de doorn’ een meditatie over de dood
Toen de Boeddha het uiteindelijke nibbana was binnengegaan, weenden sommige monniken (bij wie de hartstochten nog niet waren verdwenen) met opgeheven armen. Zij vielen als geveld neer en rolden heen en weer, weeklagend: “Al te snel is de Verhevene heengegaan, al te snel is het Licht uit de wereld verdwenen!”
Karma in de tijd van de Boeddha
Onvermijdelijk wierp de leer van de wedergeboorte de vraag op naar het subject van de wedergeboorte: wie of wat is het dat wedergeboren wordt?
André Baets – over najaarsoverstromingen, poelkikkers en libellen
Je kan met redeneren, met woorden, nooit het mysterie van het leven ontcijferen. Je kunt er over praten, omschrijvingen geven. Maar het eindeloze van een Boeddha, zonder grenzen, zonder beperkingen, kan je nooit door woorden leren; je moet het ervaren. Doordringen in het mysterie kan je enkel door stil te worden. Zoals de riviergod stil werd bij het zien van de oceaan en in die oceaan ervoer wat oneindigheid is.
Als de Boeddha een mens was- waarom wordt er dan in de suttas over goden en godheden gesproken?
Als de Boeddha een mens was en geen uit een of andere hemel neergedaalde god en het boeddhisme dus geen godsdienst is, waarom wordt er dan in de suttas regelmatig over goden en godheden gesproken?
André Baets – omgaan met de (eigen) dood
De Boeddha komt in de Pali-Canon, als hij met nabestaanden praat, soms schijnbaar hard en gevoelloos over. De Verhevene was geen mooiprater en troostte niet met holle woorden, maar met de waarheid, hoe onbarmhartig die ook mocht klinken
André Baets – de Boeddha als mens
De historische Boeddha is al lang dood. En dat komt de latere volgelingen goed uit. Over een dode meester kan je fantaseren, je kunt hem belangrijk maken, beter, bovenaards. Je kunt projecteren, een droom om hem heen weven. Dan wordt hij meer mythe dan realiteit. En de Boeddha is er niet meer om te zeggen: “Nee, zo bedoelde ik het niet.”
André Baets – besmette kost
‘Besmette kost waar een luchtje aan zit’ is een omschrijving van het Pali woord ‘amagandha’ wat letterlijk ‘geur van rauw vlees (hebbend); vieze geur, kadavergeur, rotte geur, stinkende substantie’ betekent.
Ik keur alles af…
Een wijs man overweegt: “Als ik aan deze visie koppig zou vasthouden, de uitspraak zou doen: “Dit alleen is de waarheid, iets anders is onzin”, dan zou er onenigheid ontstaan met degene die zegt dat hij alles goedkeurt en met degene die zegt dat hij het ene goedkeurt en het andere afkeurt. Deze onenigheid leidt dan tot twistgesprekken; twistgesprekken tot ruzie en ruzie tot geweld. Dit voor zichzelf voorziend geeft en wijs man deze visie op.”
“Geef toorn op, laat eigendunk varen,”
In dit samyutta [‘boek’] bezoeken de goden de Boeddha meestal in de nacht. Hun verschijning wordt aangekondigd door een groot licht dat de hele omgeving overstraalt.
De Boeddha- en de uitleg over karma
De Boeddha nuanceert de uiteenzetting over karma en stelt nu dat karma uit dit leven niet altijd direct in het volgende leven gevolgen hoeft te hebben, maar ook pas in een later leven tot rijping kan komen. Daarom kunnen mensen die nu slecht leven in een hemelse wereld terechtkomen en die goed leven in de hel.











