Vrijdag was de geboortedag van mijn lieve oma Trui. Zij was die dag nog meer in mijn herinnering dan anders. Zij hield onvoorwaardelijk van haar zes kleinkinderen, van mij, was gastvrij, empatisch zouden ze nu zeggen en goed op de hoogte van wat er speelde in haar omgeving. Mijn oma was erg sociaal en had veel vrienden en kennissen. Kunstenaars ook. Wij, de kleinkinderen, gingen dikwijls met haar op pad. Met veel plezier.
Dementie komt in onze familie niet of nauwelijks voor. Maar dat lot trof wel mijn oma. Ze was toen begin negentig en begon belangrijke zaken te vergeten, zoals het vuur onder een pan te doven. Politie te paard surveilleerde 24/24 op verzoek van andere bewoners van de Meidoornstraat in het Oude Noorden van Rotterdam of er bij oma Trui al rook uit het pand kwam -hoeft niet per se witte rook te zijn- en de huizen ontruimd moesten worden. Zo ging het dus niet langer.
Mijn moeder en zussen en andere familieleden waren in die maanden als het ware bij mijn oma ingetrokken zodat ze nog thuis kon blijven wonen. Maar op en gegeven moment werd voor iedereen de last te zwaar en de situatie te gevaarlijk. Op heldere momenten werd met mijn oma besproken of het niet beter was om haar woning, waar ze al decennia in woonde, te verlaten en naar een tehuis te gaan. Mijn oma zag de bui al hangen en besloot in verzet te gaan.
Ik moest haar gaan bijstaan, vond ze. ‘Laat Joop maar komen’. Mijn opa en ik dragen dezelfde voornamen en blijkbaar had ze er ook vertrouwen in dat ik haar zou redden van de detentie in een tehuis.
En zo zat ik als jonge vent en kleinkind vroeg in de avond tegenover haar aan tafel met het pluche kleed en moest ik haar redden. Ze was stil en keek mij vragend aan. Ik wist van de problemen die door de dementie veroorzaakt werden, dat ze absoluut niet meer alleen in haar woning kon blijven. Dat zei ik haar ook met pijn in mijn hart. ‘Oma, zo kan het niet langer, je moet hier weg.’
Niet lang erna werd ze opgenomen in een verzorgingstehuis in Schiebroek. Als ik haar bezocht zat ze altijd in haar eentje, de vrouw met zoveel vrienden en kennissen, haar tasje tegen haar lichaam gedrukt. En na een paar maanden stierf ze.
Ik weet dat het feitelijk juist was wat ik deed, maar ik heb me altijd een Judas gevoeld. Laat Joop maar komen, zei mijn oma. Zoveel vertrouwen had ze in haar kleinzoon. Soms is het leven echt klote van de bok, zeggen ze in Twenthe.


Geef een reactie