Ik vraag me nooit af waarom ik leef, wat de zin van mijn of het leven is, of het leven wel zin heeft, wie ik was voor mijn geboorte en wie ik zal zijn na mijn dood. Ik ben daar niet geïnteresseerd in. Ook niet in of en hoe ik fysiek en mentaal aftakel. Dingen gebeuren, komen en gaan. Zo is de praktijk. Alle zingeving is door mensen bedacht, verzonnen. Allemaal woorden. De behoefte om dingen te benoemen. Je bemoeien met jezelf.

Ik ben blij met kleine en grote dingen- gisteren zag ik een mooi bosviooltje in een kuip waarin ook een vlinderstruik op het balkon. Zo lief. En ik ben blij dat mijn auto start als ik de sleutel omdraai. En dat mijn vriend de straatkrantverkoper nog in leven is- ik had hem maanden niet gezien. Verder ben ik blij met alles en iedereen. Ik zie en omarm. Meer niet.

Ik probeer me ver te houden van oordelen, mensen de maat nemen. Ik luister en ik zie hoe anderen dingen beleven of beschrijven. Vanuit hun positie, hun beleving, hun wereld en achtergrond. Ik leer daar van- ja, zo had ik het nog niet bekeken. Of ik leer daar niet van, ja, zo had ik het al bekeken. Of ik zocht niet, waarom ook. Ik voel me autonoom, al ben ik dat natuurlijk niet. Zeker niet in tijden van corona. Mijn drukke hoofd is leeg. Zonder vragen.

Niks moet, alles mag, zei mijn boeddhistische leraar.

Niks moet, alles mag, zeg ik.

Onderzoek de dingen, zegt de Boeddha, mijn grote vriend.

De laatste dagen ben ik bezig met mijn uitvaart, een raar woord eigenlijk. Gewoon wat dingen op een rijtje zetten, financiën regelen, niks bijzonders eigenlijk. Laat het heel sober zijn, geen sprekers, ja misschien mijn kleinkinderen die nog iets te vertellen hebben over hun opa, laat ik mijn dochter weten. Het graf ligt al klaar in de bossen van Beekbergen. Ik kom eraan, roep ik, tegen de bomen daar, maar ik weet nog niet wanneer.

Vanmorgen bekroop mij een gevoel van weemoed. Het is niet de angst om te sterven maar het achterlaten van mijn dierbaren en spulletjes die ik zo liefdevol verzorg. Een gevoel van egoïsme?

Ik weet nog goed hoe ik bijna 25 jaar geleden de deur van mijn ouderlijk huis achter me dichttrok na het overlijden van mijn moeder. Het was leeg,  ik was leeg, de zon scheen door de ramen. Nog één keer liep ik door de kamers en langs de kapstok waar nog heel lang na haar dood haar jas had gehangen alsof ze elk moment thuis kon komen.

Moedig voorwaarts!

BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak,  woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen is waargenomen, het abonnement op te zeggen. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren maar niet weten waartegen. Het boeddhisme de rug toe te keren.  Of aan de drugs te gaan. En zo gaat het maar door.

Categorieën: Joop Hoek, Columns
Tags: , , ,

Lees ook:

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

2 reacties op Het jaar 2020 – dag 128 – dooddenken

  1. Gerry Verbeek schreef:

    Mooie tekst Joop.
    Ik hoop echter dat je nog even onder ons blijft, voordat je uit gaat varen.

  2. Ruud van Bokhoven schreef:

    Mooi verwoord Joop, het leven dat vergankelijk is dichterbij halen wat voor de een nog ver weg is en bij een ander dichterbij en voor de ander die uit zijn of haar jas is gegaan zonder er in terug te keren.
    Een mensenleven is kort, benut zijn tijd en geniet ervan zolang het kan.
    Namasté🙏