Zondagmorgen ging ik al vroeg naar de bakker en zag een jongeman met een zak pistolets uit de bakkerij komen. Hij ging met onzekere stap, zich vasthoudend aan de gevel. Onmiddellijk kwam volgende gedachte bij me op: “Hoe is het toch mogelijk dat een jonge gast zo zijn leven en gezondheid vergooit door heel de nacht op café te zitten zuipen om dan ’s morgens, nog dronken naar de bakker te gaan”. Een gevoel van walging en afkeuring kwam bij me op. Ik had de jonge man al geklasseerd onder de hoofdding ‘losers’. Ondertussen was ik de winkel binnengestapt en hoorde de aanwezige klanten de jonge man prijzen om zijn moed en doorzettingsvermogen en dit omdat hij al zo snel na een hersenbloeding probeerde om zelfstandig te leven. Een gevoel van schaamte overviel mij. Hoe snel was ik niet geweest met (ver)oordelen, zonder niet eens de ware toedracht te kennen. Enkel afgaand op mijn eigen ervaringen, voorkeuren en conditioneringen. Nog steeds, als een ongewone situatie mijn aandacht trekt, probeer ik, met bovengenoemd voorval in het achterhoofd, niet te oordelen.
Columns
Vrijdag Zindag – Kerkkrimp 2: nieuw elan
Het spirituele binnenwerk krijgt een radicale update, al geldt tegelijk: koester wie er nog zijn! Maar wie attent blijft, ziet hoe zich nieuwe kansen en visies aandienen. Hernieuwd elan is de motor. De ‘kramp van de krimp’ (Dick Tieleman) maakt plaats voor optimistische beweeglijkheid. Urgentie voedt de noodzaak van een stevig heroverwegen van tradities en gevestigde vormen van kerkzijn, alsof alles opnieuw begint. Wie afhaakt omdat het allemaal te snel gaat, wordt omarmd en er weer bijgehaald. Creativiteit krijgt alle ruimte.
Sogenji desu: KUFU
“En… wat heeft zo’n jaartje in een Japans zenklooster je nou gebracht?”
‘Om de andere oever (nibbana) te bereiken dient het najagen van alle geneugten vermeden worden (1)’
De Boeddha vergelijkt onze reis door samsara ( de aan ons verschijnende zintuiglijke wereld) regelmatig met het oversteken van een grote, immens brede stroom (cfr. de parabel van het vlot MN 22). Maar wat in dit sutta zo origineel is, is het feit dat hij het begeren van en verlangen naar de bevrediging van zintuiglijke prikkels vergelijkt met de lekken in een boot.
Sogenju desu: TOSHI KUMI
Je denkt aan Kama Soetra, maar het wordt doodordinair strontscheppen in een zenklooster
De Boeddha – over het slachten van dieren
De Boeddha verweert zich tegen de beschuldiging dat hij vlees zou eten van dieren die speciaal voor hem geslacht worden. Hij zegt dat ook zijn leerlingen dat niet doen en zet de regels voor de Orde over het eten van vlees uiteen. Hij wijst er verder nog op dat zijn monniken de brahmavihara’s beoefenen en daardoor niet geneigd zijn zichzelf of andere levende wezens te schaden.
Guy – dhammazaadjes – De zelfloosheid van het ‘ik’
De leer van de Boeddha leert dat het ‘ik’ zelfloos is. Zonder ‘zelf’. ‘Leeg’. Anatta (P.)
Wil dat zeggen dat het ‘ik’ niet bestaat?
Absoluut niet. Het ‘ik’ bestáát. Het is aanwezig in elk moment van ons bestaan. Van onze geboorte tot aan onze dood. Zonder ‘ik’ zou er geen overleven mogelijk zijn.
Ludo – Vrijlaten
…
Sogian Desu: NENGE MISHO
Al dat gestudeer leidt uiteindelijk tot niks. Want hoe meer je loopt te denken en te analyseren, of mooie verbanden probeert te leggen, des te meer dénk je te begrijpen.
Doodgaan, sterven
Wat is voor de doorsnee mens de grootste verandering, de meest definitieve verandering in zijn/haar leven? Doodgaan, sterven. Als we over een grote en ingrijpende verandering in ons leven kunnen spreken, dan is het toch wel de overgang van leven naar dood. Maar dit onderwerp komt in het rijtje van bij meditatie gebruikte aandacht objecten (geluiden, gedachten, lichamelijke gevoelens en emoties) zelden voor.
Over heilzame- en onheilzame gedachten
Elsbeth Wolf: ‘Regelmatig krijg ik vragen over de werking van de geest en het bewustzijn. Er bestaan metaforen voor de geest; in het oosten worden bamboescheuten gebruikt als metafoor voor een open en ontvankelijke geest. Wilgentakken zijn in het westen symbool van dezelfde buigzaamheid. Als jonge bamboescheuten buigen ook wilgentakken in alle stormen mee. Het doet denken aan een uitspraak van Confucius: “When the wind blows, the grass bows”. Als de wind waait, buigt het gras soepel mee.’
Een kind plaatsen is nog geen kind beschermen
Een meisje wordt uit huis geplaatst. Haar ouders zien hoe zij steeds verder in gevaar raakt. Ze kunnen haar niet meer voldoende beschermen. Elders zal zij behandeling krijgen, is de verwachting. Daar kan zij herstellen.
Dat vooruitzicht biedt houvast. Aan ouders die ten einde raad zijn, maar ook aan professionals die een ingrijpend besluit nemen. Er is een plek gevonden. Er komt behandeling. Er wordt gehandeld.
Maar de opluchting bij volwassenen loopt vooruit op de veiligheid van het kind











