Onze westerse cultuur staat ambivalent tegenover intuïtie. Voor de één is die innerlijke stem een waardevolle gids, voor anderen is die stem verdacht of wordt als zweverig terzijde geschoven, want meten is immers weten. Maar is dat wel zo?
In de afgelopen decennia is er wereldwijd onderzoek gedaan naar onbewuste processen in de hersenen. Daaruit blijkt dat intuïtie allesbehalve vaag of bovennatuurlijk is; integendeel, zij is aantoonbaar en biologisch verklaarbaar. Wanneer we aandachtig luisteren naar die subtiele signalen – ook wel aangeduid als ‘onderbuikgevoelens’- en die serieus nemen, kan er een vertrouwensrelatie ontstaan met die innerlijke stem. Op momenten dat het rationele denken tekort schiet, kan juist zij ons richting geven. Bovendien doen zich in het dagelijks leven geregeld ervaringen voor die niet te verklaren of te beredeneren zijn. Voor Albert Einstein was intuïtie een betrouwbare bron van inzicht en inspiratie.
Albert Einstein (1879–1955), geboren in Ulm, was bevriend met de natuurkundige en Nobelprijswinnaar Hendrik Lorentz. Hij bezocht Lorentz regelmatig in Leiden. Samen maakten ze muziek: Einstein op de viool en Lorentz op de piano. Hij kwam graag in Leiden en noemde die stad “dat verrukkelijke plekje op deze dorre aarde”. Voor Einstein was: “de intuïtieve geest een heilig geschenk en de rationele geest haar trouwe dienaar, maar we hebben een maatschappij geschapen die de dienaar vereert en het heilige geschenk is vergeten.” In onze cultuur wordt de betekenis van intuïtie vaak ondergewaardeerd. De dualiteit van logica en intuïtie leidde ertoe dat de aandacht zich meestal beperkt tot slechts een deel van de werkelijkheid met alle gevolgen van dien voor ons welzijn en gevoel van welbevinden. De psychiater en neuro-wetenschapper Iain McGilchrist, bekend van zijn onderzoek naar de samenwerking tussen beide hersenhelften, verwoordt iets vergelijkbaars. In een interview in Trouw (januari jl.) zegt hij: “onze cultuur laat de gezant heersen en is de meester vergeten.”
De oorsprong van de dualiteit ratio versus gevoel voert terug naar de Verlichting in de 18de met de uitspraak van Descartes: ‘Ik denk dus ik ben’. De ratio kwam daarmee op een voetstuk te staan; intuïtie werd weggezet als irrationeel en zelfs ‘hysterisch’. Met name vrouwen kregen dat predicaat regelmatig opgeplakt, als gevoel onwelgevallig werd bevonden. Einstein daarentegen sprak over intuïtie als een heilig geschenk. Hij luisterde naar zijn innerlijke stem en kwam daardoor tot inzichten die uiteindelijk hebben geleid tot de ontdekking van de relativiteitstheorie[i]. Het is bijzonder hoe hij dit expliciet benoemt en erkent. Intuïtie manifesteert zich spontaan en direct, ideeën en ingevingen openbaren zich zonder tussenkomst van de logica. Einstein zag zichzelf als instrument van iets veel groters, namelijk: de intuïtieve geest -de meester- die in hem als denker werkzaam was. Hij noemde dat een heilig geschenk; hij was de dienaar.
Iedereen heeft die innerlijke intuïtie, maar we leerden die innerlijke stem te wantrouwen. Daardoor luisteren we er niet naar en handelen bewust of onbewust tegen onze eigen gevoelens of belangen in. Sinds de Verlichting raakte de wereld onttoverd, werd alles wat niet meetbaar is eruit gemasseerd. We missen daardoor signalen die ons iets willen zeggen. Er zijn talloze voorbeelden van gebeurtenissen die we wegredeneren of reduceren tot toeval, terwijl mensen die dit overkomt ze als betekenisvol of uitzonderlijk ervaren. Bijvoorbeeld, een moeder die in een reflex haar kind wegtrekt en een tel later valt er een boom op die plek. Of een brandweercommandant die bij een brand plotseling mensen in veiligheid brengt en een tel later stort het dak in. Ik ken het verhaal van een wanhopige man die in de stromende regen langs een stilstaande bus loopt, een meisje van achter het raam lacht hem toe. Die glimlach raakt hem zo diep dat in een fractie van een seconde zijn plan om een einde aan zijn leven te maken verdampt. Iemand die in een liturgische dienst wanhopig om een teken van haar vader smeekt; onderweg na de dienst staat ze minutenlang geobsedeerd oog in oog met een ree, op een plek waar ze nooit eerder een hert heeft gezien. De lievelingsmuziek van mijn vader die uit de radio knalt op het moment dat ik de auto start, exact op dag en tijdstip van overlijden, veertig jaar eerder, ik was verstomd en riep: “Pappa je bent er, je bent er!” Dergelijke momenten zijn zo betekenisvol, maar doe er vooral niets mee, kom er niet aan, laat het zijn wat het is. Dit soort momenten zijn zo betekenisvol, er lijkt iets te gebeuren dat meer dan toeval is. Het lijkt een boodschap van het universum aan ons.
Alles wijst erop dat de werkelijkheid vele malen groter is dan wij logischerwijs kunnen zien. Op allerlei momenten in ons leven kunnen we dat ervaren, dat er iets meer is of verder reikt dan de rationele kaders waaraan we gewend zijn en waartoe we ons hebben beperkt. Het blijkt dat de twee hersenhelften de werkelijkheid op verschillende manieren ervaren. De linkerhelft is vooral gericht op rationaliteit, terwijl de rechterhelft ruimte biedt aan intuïtie, aan gevoel en samenhang. Allebei zijn nodig om een volledig beeld van de werkelijkheid te kunnen ervaren. McGilchrist, psychiater en neurowetenschapper ontdekte in zijn onderzoek het grote verschil tussen de beide hersenhelften. Hij kwam tot de conclusie dat in onze cultuur de linker hersenhelft, die rationele, analyserende kant, steeds dominanter is geworden ten koste van de rechter hersenhelft, die juist verbonden is met intuïtie, met context en ervaring. Daardoor blijft een deel van de werkelijkheid buiten beeld. Die scheefgroei heeft gevolgen voor ons welzijn en voor onze manier van in de wereld staan. Het is daarom belangrijk om opnieuw ruimte te maken voor de innerlijke stem en voor een meer omvattende manier van waarnemen. McGilchrist uit zijn zorgen over de huidige tijd en hij wijst op de invloed van het intensieve en verslavende gebruik van smartphones op ons geestelijk welbevinden. Om zijn uitspraak te onderstrepen verwijst hij naar een onderzoek dat sinds 1930 jaarlijks wordt uitgevoerd onder zestienjarigen naar hun ervaren geluksgevoel[ii]. De Amerikaanse psychologe Jean Twenge analyseerde de resultaten van tachtig á negentig jaar onderzoek. Zij komt tot de schokkende conclusie dat het geluksgevoel onder zestienjarige jongeren dramatisch is afgenomen, terwijl psychische aandoeningen onder hen met 400 tot 500 procent zijn toegenomen. De sterkste daling in welbevinden en grootste toename van depressie wordt gezien onder jonge vrouwen[iii]. Het is bekend dat het welbevinden van jongeren ook in Nederland onder grote druk staat.
Volgens McGilchrist zijn er drie factoren essentieel voor menselijk geluk. Op de eerste plaats noemt hij sociale verbondenheid met elkaar: het gevoel deel te zijn van een gemeenschap, diepgaande en betekenisvolle relaties te hebben. De tweede factor is het gevoel van verbondenheid met de natuur in het besef dat wij niet losstaan van de natuur, maar er wezenlijk deel van uitmaken. De derde is een geestelijk zinvol bestaan leiden: een bestaan waarin ruimte is voor zingeving, geloof of spiritualiteit, dat we delen met anderen, zoals wij dat bijvoorbeeld in Steyl enkele keren per jaar samen vormgeven en tijdens de zoom meditaties.
Juist deze drie factoren staan al jaren onder druk. Oude stadswijken waarin sociale samenhang vanzelfsprekend was, zijn grotendeels verdwenen. De meeste mensen wonen tegenwoordig voornamelijk in stedelijke gebieden en hebben geen contact meer met de natuurlijke omgeving. Tegelijkertijd zijn religie en zingeving, die tot ver na de 2de WO nog het organiserende principe van de verzuilde samenleving was, aanleiding geworden tot het stellen van indringende vragen. Toen was religie vanzelfsprekend en geïntegreerd in het dagelijkse leven. Wie nu een spirituele weg gaat -door geloof, meditatie of andere vormen van innerlijke beoefening of zingeving- stuit vaak op onbegrip vanuit de omgeving. Er wordt iets van gevonden, mensen willen een antwoord en vragen: Waarom doe jij dat? Waarom zou je mediteren? Je wordt uitgedaagd om je hiervoor te verantwoorden. Het is een terugkerend onderwerp in dokusan gesprekken. Wat heeft die daar, wat ik niet heb? Maar het is niet uit te leggen aan mensen die er niet voor open willen staan. Het is intiem en niet te duiden als mensen er geen begrip voor willen of kunnen hebben. Ik ga het gesprek niet meer aan, maar nodig mensen uit om het eens zelf te proberen. Toch tekent zich tegelijkertijd een beweging af van een groeiende groep jongeren, die verlangt naar zingeving en onderlinge verbondenheid.
Tegen alle verdrukking in blijven intuïtieve stemmen of energieën latent aanwezig in ons bestaan, vaak sluimerend op de achtergrond. Meestal worden we ons daar pas achteraf van bewust. Iedereen kent wel zulke momenten of ervaringen waarin iets ons als het ware heeft geleid, of dat er iets naar ons is toegekomen zonder dat we het op dat moment konden duiden. In de stilte van onze meditatie kunnen we de intuïtieve hartgeest bewust ervaren als we de beweging maken van ‘doen naar zijn’, als we van buiten naar binnen gaan, ademen tot diep in onze buik naar het punt vlak onder onze navel.
De Chinezen noemen die plek tan-tien, hara in Japans. In de meditatie activeren we de werking van de hartgeest: het is het centrum van onze intuïtieve wijsheid. In het zitten openen we ons voor die andere kracht, die in ons werkzaam is. Voor westerlingen is dat moeilijk, zei Kobori, abt van het Daitoku-ji klooster en verwant aan de Japanse keizerlijke familie. Hij sprak in dit verband over de ‘specifieke ziekte van de westerling’, die vastzit in het rationele denken in het hoofd. We zijn vervreemd van ons lichaam en het contact met ons fysieke lichaam is verstoord.
Terwijl zitten heel fysiek is. In de zen meditatie beginnen we daarom altijd met de afstemming van het zittende lichaam als een instrument en de stilte van het lichaam roept de stilte op van de geest. Geest en lichaam vormen een eenheid en de adem legt de verbinding tussen het zittende lichaam en de geest. Je scant de verschillende delen van je lichaam en maakt een mooi ovaaltje met je handen, de kosmische mudra, die onze verbondenheid uitdrukt met het gehele universum. Kantel je bekken zodat je buik vrijkomt en adem dan een aantal keren tot diep in je onderbuik en laat dan de adem als vanzelf gaan. Dat stil worden lijkt op thuiskomen, zegt de Japanse zenmeester Keizan (1268 – 1325). In de meditatie leggen we het hoofd in de buik, we laten alle denken afdalen tot diep in de buik en nog dieper tot diep in de aarde. We dalen af naar het dragende midden diep onder de navel. We zitten met steeds minder ik en door op het ritme van de ademhaling je hoofd in je buik te leggen, verbreden we de aandacht van de rationele- naar de intuïtieve geest. Weg uit het hoofd. Het maakt dat we steviger gronden en ons letterlijk verbinden met de aarde die ons draagt. Met het zwaarte punt in het hoofd, sta je wankel op je benen en is de verbinding met de aarde er niet. Dat is de kwaal waar Kobori ooit over sprak. Jaren geleden werd onderzoek gedaan door de Boston University, samen met Rice- en de George Mason University[iv] naar de werking van intuïtie. Ze deden de ontdekking dat de darmwand bekleed is met ontelbare neuronen of zenuwcellen. In de buik ligt een tweede brein, concludeerden ze, waar innerlijke wijsheid en intuïtie zetelt. Het tweede brein van onze buik als aanvulling op het andere brein.
Als de ratio teveel ruimte inneemt, zwijgt de intuïtieve geest. Die laat zich alleen ervaren als we met onze aandacht afdalen tot diep in de buik. Dan kan de werking van intuïtie zich ontplooien: als we vragen stellen als: Wat zegt die innerlijke stem, wat zegt die gedachte ons? Onze innerlijke stem fluistert wat te doen of juist niet te doen. Merk het op, waai die stem niet weg, maar durf te luisteren naar die stem. Die stem wil gehoord worden, want alles wat wil veranderen moet eerst gezien worden. Het is aan ons om de moed te hebben te luisteren naar wat gezegd wil worden.
Als we mediteren vanuit eigen kracht boren we andere kracht aan: We zitten binnen een groter perspectief van het universum met alle levende wezens. Het is allemaal veel groter dan de zichtbare wereld waarin we leven. Als we zitten is er een andere kracht, de hartgeest, het grote mysterie, werkzaam in het universum én in ons. Het is de intuïtieve hartgeest die werkzaam is in het hele universum en in ieder van ons. Het is …een heilig geschenk, zo heeft Einstein het ervaren.
Het is genade die ons allemaal regelmatig toevalt en als we er voor open staan, gevoeliger voor worden, gaan we het steeds meer zien in kleine- én grote dingen. Intuïtie is het fluisteren van de ziel in ons en door ons…..je hoeft er alleen maar naar te luisteren…en te handelen.


Geef een reactie