• Door naar de hoofd inhoud
  • Skip to secondary menu
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst

Boeddhistisch Dagblad

Ontwart en ontwikkelt

Header Rechts

Vijftiende jaargang

Zoek op deze site

  • Home
  • Agenda
    • Geef je activiteit door
  • Columns
    • Andre Baets
    • Dharmapelgrim
    • Bertjan Oosterbeek
    • Dick Verstegen
    • Edel Maex
    • Emmaho
    • Goff Smeets
    • Hans van Dam
    • Jana Verboom
    • Joop Hoek
    • Jules Prast
    • Paul de Blot
    • Rob van Boven en Luuk Mur
    • Ronald Hermsen
    • Theo Niessen
    • Xavier Vandeputte
    • Zeshin van der Plas
  • Nieuws
  • Contact
    • Steun het BD
    • Mailinglijst
  • Series
    • Boeddha in de Linie
    • De werkplaats
    • Recepten
    • De Linji Lu
    • De Poortloze Poort
    • Denkers en doeners
    • De Oude Cheng
    • Meester Tja en de Tao van Niet-Weten – alle links
    • Fabels door Goff
    • Cartoons van Ardan
    • Tekeningen Sodis Vita
    • De derwisj en de dwaas
  • Over ons
    • Redactiestatuut van het Boeddhistisch Dagblad
    • Redactieformule van het Boeddhistisch Dagblad
  • Privacy

Home » Achtergronden » Wat is een kind waard?

Wat is een kind waard?

10 mei 2026 door Kees Moerbeek

Op zoektocht naar zijn overgrootmoeder Geeske Staal stuitte Menno Lanting op het verschijnsel bestedeling en kinderveiling. Tot diep in de 20ste eeuw werden niet alleen kinderen, maar ook ouderen en mensen met een beperking geveild en uitbesteed aan de laagste bieder. Lantings boek De bestedeling. De geschiedenis van kinderveilingen in Nederland is een onthullend en een dat schrijnt.  Dit artikel geeft een indruk van het boek.

Voor veel bestedelingen was het leven erbarmelijk, hoewel hun verzorgers moesten zorgen voor een goede opvoeding, voldoende eten en kleding. In de praktijk waren bestedelingen goedkope arbeidskrachten.

Kwetsbaren

In de 12de en 13de eeuw werd de armoede structureel. De landbouwsamenleving veranderde naar een samenleving die meer op handel was gebaseerd. De steden groeiden en daarmee het aantal armen. Voorheen leefde men in dorpen die zorgden voor de opvang van kwetsbaren.

Oorlogen en overstromingen hadden in de 14de eeuw een vernietigende invloed op de handel en de nijverheid waardoor het aantal hulpbehoevenden opnieuw toenam. In 1315 leidde een hongersnood in Europa tot wanhoop en massale sterfte. Sommige wetenschappers zagen hierin al het begin van de Kleine IJstijd, die duurde tot halverwege de 19de eeuw. In het jaar 1315/1316 verscheen als ‘voorteken van onheil’ een komeet aan de hemel die samen ging met extreme armoede en een pestepidemie.

Diaconieën waren verbonden met een kerkelijke gemeente. Ze namen steeds vaker de zorg op zich voor wezen en andere behoeftigen, zonder de steun van familie of hun gemeenschap. Ze gaven voeding, kleding en aalmoezen. Ook brachten ze wezen en arme kinderen onder bij particulieren. ‘Hiermee formaliseerden ze deels de uitbesteding die voorheen binnen de stam of het dorp plaats vond.’ Deze kerkelijke uitbesteding bood meer structuur en toezicht, maar bleef afhankelijk van de opvang in gezinnen tegen een kleine vergoeding. De bestedelingen werkten op het land of in het huishouden. Vaak werd uitbesteding gebruikt als de goedkope vorm van armenzorg waarvan bestedeling en pleeggezin afhankelijk waren.

Vanaf de 15de eeuw bemoeiden stadsbesturen zich meer en meer met de armen- en wezenzorg die werd veroorzaakt door groeiende steden, de toename van de armoede en het aantal zwervende wezen. Dankzij instellingen als de armenkamers en de weeshuizen kregen stadsbestuurders meer greep op de verdeling van hulp en de opvoeding van armen. Ook was het bedoeld als ‘manier om de sociale orde te handhaven en te zorgen voor toekomstige, nuttige stadsburgers.’

Toevluchtsoorden

Gasthuizen waren de eerste georganiseerde zorginstellingen. Ze waren bestemd voor reizigers, maar later ook voor zieken, ouderen en armen. Meestal waren ze gesticht door kerkelijke instellingen en rijke burgers. Ze gaven onderdak aan wie nergens anders terecht kon. Veel kinderen werden echter nog uitbesteed.

Naast wees- en armenhuizen ontstonden er in de 16de en 17de eeuw dolhuizen en tuchthuizen voor mensen die ‘onmaatschappelijk’ werden genoemd en waarvoor het stadsbestuur verantwoordelijk was. Een dolhuis was bedoeld voor krankzinnigen en in een tuchthuis werden werklozen, bedelaars en andere ‘ongewensten’ onder dwang aan het werk gezet.

Veel van deze instellingen raakten overvol. Het Amsterdamse weeshuis was gebouwd voor 800 kinderen, maar in 1863 waren er 1300 wezen en vondelingen. Het werd een toevluchtsoord voor verlaten vondelingen en kinderen. Ook uit omliggende provincies werden kinderen te vondeling gelegd. De combinatie van oorlogsslachtoffers, werkeloosheid en economische neergang zorgden ervoor dat niet alleen wezen, maar ook bedelaars, weduwen en zieken steeds vaker een beroep op gasthuizen deden die daarvoor waren ingericht.

De waarde van een kind

Door het openbaar veilen van wezen, ouderen en gehandicapten tegen het laagste bedrag kreeg men controle over wie zorg kreeg en tegen welke prijs, maar de kans op uitbuiting en slechte behandeling bleef groot. Op veilinglocaties als het dorpsplein of het kerkplein werden de kwetsbaren tentoongesteld, om te worden bekeken en soms zelfs te worden aangeraakt. Dan werd er geboden. De kerk in West-Souburg, nu een dorp in Vlissingen, organiseerde speciale kerkelijke veilingdiensten.

De waarde van een kind bepaalde sterk wat het armbestuur overhad voor de verzorging van een wees. De jongens werkten vooral op het land, van meisjes werd verwacht dat ze leerden naaien om geld te verdienen voor het pleeggezin. Een vrouw in het Zuid-Hollandse ’s Gravendeel ontving een vergoeding van 90 gulden per jaar voor een weesmeisje van drie jaar oud. De vrouw onderwees haar in naaien ‘afhankelijk van haar capaciteiten.’ In Koudekerke, Zeeland betaalde de diaconie 34 gulden voor een meisje van twee en een half jaar, waardoor ze linnennaaister kon worden.

Armoede op het platteland was in de 18de eeuw wijdverbreid en werd verergerd door misoogsten, stijgende prijzen, dus elk extra inkomen was welkom. Niet alleen op het platteland was de situatie schrijnend, maar ook in de grote steden en sociale ondersteuning was destijds een gunst en geen recht. Armbestuurders eisten van de ontvangers dat ze naar de kerk gingen, zich fatsoenlijk gedroegen en dankbaar waren voor de giften. Diakenen hielden hierop toezicht en straften streng.

In de dorpen werd publiciteit gemaakt voor de veilingen op nieuwsborden en in advertenties in de krant. Zoals in de Middelburgse Courant: Besteding der armen kinderen, in de kerk te Koudekerke op woensdag den 23 December 1818, des voormiddags om 10 uren, waaronder een jongeling is, geschikt om als kleermakers in de stad te dienen’, bladzijde 37.

Het is volgens de auteur niet na te gaan hoeveel mensen er precies op deze manier werden geveild. Alleen al in de 19de eeuw moeten dit er wel duizenden, zo niet tienduizenden zijn geweest. In het Brabantse Sint-Oedenrode werden er in 1820 al 17 kinderen en ouderen geveild. In het Groningse Appingedam waren het er tot 1858 jaarlijks 10 of 20 weeskinderen.

Niet altijd rechteloos

Niet altijd waren de bestedelingen rechteloos. Ook kon de kerkenraad weigeren om een kind toe te wijzen aan de laagste bieder. De levensomstandigheden in sommige dorpen waren bovendien zo beroerd dat er geen bestedelingen ondergebracht werden. ‘Ook waren er huishoudens waar kinderen niet mochten verblijven vanwege onacceptabele omstandigheden, zoals de aanwezigheid van ongedierte of het gebrek aan een fatsoenlijke slaapplek’, bladzijde 39.

Ondanks de groeiende aandacht voor het lot van de bestedelingen en de ophef erover in de pers en officiële rapportages waarvan de auteur melding maakt, was het loslaten van veilingen van bestedelingen een langzaam proces. Tot ver in de 19de eeuw bleven ze bestaan ondanks de groeiende kritiek van hervormers en kinderbeschermers. Het systeem hield armoede meer in stand dan het die oploste.

Reflectie

Aan het begin van de 20ste eeuw werd armoede gezien als persoonlijk falen of als een onvermijdelijk aspect van ons economisch systeem. In 1912 werd een nieuwe armenwet aangenomen. De armenzorg bleef vooral een taak van kerken en particuliere instellingen, maar het burgerlijk armbestuur bood extra hulp als dit nodig was. Gezinnen kregen een aanvullende toelage bij bijvoorbeeld werkeloosheid en ziekte. Ook kon dit bestuur voeding, kleding of brandstof geven en in sommige gevallen medische zorg of huisvesting. De overheid bood een vangnet voor de meest kwetsbaren. Als gevolg hiervan leefden toen nog slechts 14,5% van de huishoudens in armoede. Door de oorlogsomstandigheden van de Eerste Wereldoorlog nam de weer armoede toe.

Halverwege de 20ste eeuw werd de armenzorg professioneler met meer aandacht voor de hulpbehoevenden. Door de economische groei na de Tweede Wereldoorlog en sociale wetgeving verdwenen de armenzorg en kinderveilingen.

In zijn reflectie wijst Menno Lanting erop dat armoede en hulpverlening altijd tot discussie leidde. De verzorgingsstaat wordt steeds verder afgebroken, signaleert hij en vooral bij de jeugdzorg zijn de gevolgen groot. Sommige krijgen hulp, andere vallen tussen wal en schip. De overheid trekt zich steeds verder terug en mensen moeten het zelf maar uitzoeken. Armoede is echter vaak geen keuze. Door ziekte, ontslag of pech belanden mensen in situaties waar ze zelf niet zomaar uitkomen. Nu zijn er voedselbanken en schuldhulpverlening, de vormen veranderen maar het probleem blijft hetzelfde. De vraag blijft: gaan we mensen echt helpen of blijven we dezelfde fouten maken?

Opmerkingen

Auteur Menno Lanting trof in het Deventer Stadsarchief aanwijzingen over zijn overgrootmoeder en haar broers en zussen. In 1877 bezweek vader Lodewijk Staal en twee dagen later moeder Hendrika aan waarschijnlijk tyfus. Minstens 78 anderen in Deventer stierven in die periode aan de vlektyfus. De kinderen Staal werden van de ene op andere dag wees en uit elkaar gehaald. Lantings overgrootmoeder Geeske was toen vijf jaar.

In 1872 telde ons land, dat snel veranderde, zo’n 4 miljoen inwoners. In 1877 waren er tussen de 25.000 en 30.000 wezen. Ongeveer 10.000 zaten in een gesticht of weeshuis. De overige 15.000 tot 20.000 werden uitbesteed aan particulieren. Dit systeem bestond van de 17de eeuw tot aan De Tweede Wereldoorlog en betrof volgens een voorzichtige schatting 500.000 mensen. Dankzij het dossier van de kinderen Staal kon de auteur vrij goed de uitbesteding na de dood van de ouders volgen. Overgrootmoeder Geeske overleed in 1916, mogelijk aan de besmettelijke slaapziekte encefalitis lethargica.

De Gouverneur van Suriname vroeg in 1689 aan de Amsterdamse regenten om weeskinderen als bestedeling naar de kolonie te sturen. Witte protestantse jongens en meisjes moesten als tegenwicht dienen voor de overwegend zwarte slavenbevolking. De uiteindelijke groep bestond uit 27 jongens en 20 meisjes van 15 tot 21 jaar. De jongens hadden vaak een ambacht en de meisjes waren bedreven in handwerk. Echter, net als in het Aalmoezeniershuis in Amsterdam was het sterftecijfer hoog. Tropische ziekten, het zware klimaat en gebrekkige medische zorg eiste zijn tol. Binnen 15 jaar was vrijwel de hele groep overleden of terug in Nederland. Verdere verzoeken om weeskinderen te sturen werden afgewezen. ‘Uiteindelijk stapte men over op Duitse kolonisten, die een betere en hardere werkmentaliteit hadden.’

Al voor het Surinaamse experiment werden weeskinderen uitbesteed aan de VOC, vanuit verschillende weeshuizen als Haarlem, Middelburg en Dordrecht. De gevaren waren groot: van de 161 Haarlemse weesjongens die tussen 1691 en 1805 naar zee gingen, kwamen er 39 terug. De auteur noemt meer voorbeelden.

In textielsteden als Tilburg en Gent, maar ook in de metaal- en steenindustrie kwamen kinderen terecht in werkplaatsen. Het verschil met boerenbestedelingen was dat er in fabrieken minder toezicht plaatsvond op hun welzijn en het werk was er zwaarder en gevaarlijker. Textielfabrieken en weverijen waren verschrikkelijke werkplekken, vooral voor kinderen.

Onder groeiend verzet, en zeker niet alleen in Amsterdam, werd in 1843 besloten om te stoppen met de verplichte verzending van kinderen naar de veenkoloniën. De reden was dat deze plaatsingen steeds meer werden gezien als straf. Het aantal kinderen nam af en in 1869 werden de gestichten leeggemaakt.

In sommige steden konden moeders in de 18de en 19de eeuw door middel van vondelingschuiven baby’s te vondeling leggen wat de kindersterfte deed afnemen. Dit beperkte kindersterfte omdat werd voorkomen dat zij op straat werden achterlaten. Aan het einde van de 19de eeuw verdween dit gebruik door veranderende opvattingen over kinderzorg en armoede en ten slotte ook het aantal vondelingen. De vondelingenschuif in Antwerpen en andere Vlaamse en Nederlandse steden zijn uit nood geboren recente initiatieven.

Bronnen
Lanting, M. De besteding. De geschiedenis van kinderveilingen in Nederland. S2 Uitgevers, 2025
’t Jong, H. De grote hongersnood van 1315-16. Historiek, feb. 2023
Baby Finn werd gevonden in een vondelingenschuif in Antwerpen
https://www.youtube.com/watch?v=1eeR6hMiFbE
Vincent Bijlo over het Aardappeloproer van 1917
https://www.youtube.com/watch?v=Dj-Z_ShUMRg
Over kinderen in armoede | Margrite Kalverboer en Tim ‘S Jongers | Buitenhof
https://www.youtube.com/watch?v=LaRAGaT69Vs

Categorie: Achtergronden, Boekbespreking Tags: Amsterdamse weeshuis, armenzorg, bestedelingen, De bestedeling, Deventer Stadsarchief, dolhuis, Geeske Staal, kerkelijke uitbesteding, kinderveiling, Kleine IJstijd, Koudekerke, kwetsbaren tentoongesteld, Menno Lanting, platteland, uitbuiting, verschrikkelijke werkplekken, vlektyfus, VOC, vondelingschuiven, waarde van een kind

Lees ook:

  1. Boeken – Het wendbare verleden
  2. Sri Lanka: eiland van lijden
  3. Boeddhisten ontwaakt! Deel 1
  4. Bomen uit het Vondelpark jammen met 600 tulpen en lelies van platteland

Elke dag het BD in je mailbox?

Elke dag sturen we je een overzicht van de nieuwste berichten op het Boeddhistisch Dagblad. Gratis.

Wanneer wil je het overzicht ontvangen?

Primaire Sidebar

Door:

Kees Moerbeek

Kees Moerbeek werkte aan De Lotusvijver en was eindredacteur/hoofdredacteur voor het Magazine VvB. Hij gelooft in de sociaal-maatschappelijke aspecten van het boeddhisme. Kortom: het Achtvoudige Pad. 
Alle artikelen »

Agenda

  • Agenda
  • Geef je activiteit door

Ochtend- of avondeditie

Ochtend- of avondeditie ontvangen

Abonneer je

Elke dag gratis een overzicht van de berichten op het Boeddhistisch Dagblad in je mailbox.
Inschrijven »

Agenda

  • 1 juni 2026
    ACTIVITEITEN Stichting Bodhisattva
  • 4 juni 2026
    Meditatie, Dhamma en reflectie
  • 4 juni 2026
    Lezing Hoe je een natuurlijk leider wordt
  • 4 juni 2026
    Lezingen Boeddhisme is een levensfilosofie door Amnyi Trulchung Rinpoche
  • 5 juni 2026
    Lezing De kracht van stilte in het hart door Amnyi Trulchung Rinpoche
  • 6 juni 2026
    Vipassana voor ervaren beoefenaars
  • 7 juni 2026
    (zelf)compassie in een woelige wereld. Begeleid door Lex van Heel.
  • 13 juni 2026
    Lezing Een kostbaar mensenleven door Amnyi Trulchung Rinpoche
  • bekijk de agenda
  • De werkplaats

    De werkplaats.

    Boeddhistische kunstenaars

    Artikelen en beschrijvingen van en over het werk van boeddhistische kunstenaars. Lezers/kunstenaars kunnen zich ook aanmelden met hun eigen werk.
    lees meer »

    Pakhuis van Verlangen

    In het Boeddhistisch pakhuis van verlangen blijven sommige teksten nog een tijdje op de leestafel liggen.

    De Poortloze Poort voor nitwits, koan 7 – Na het eten je schaaltjes afwassen

    Hans van Dam - 24 mei 2026

    De huishoudschool van Zhaozhou.

    Boeddhistische doeners en denkers – de serie (29)

    gastauteur - 17 mei 2026

    Arjan Mulder: 'Het boeddhisme is voor mij een persoonlijke tocht. Ik weet dat dit niet wordt aangeraden, maar ik kan niet zo veel met bijeenkomsten. De meditatie-ochtenden en weekend-retraites die ik heb bezocht, leverden mij vooral 'ongeloof op – over starre interpretaties en rituelen, met weinig ruimte voor gesprek.'

    Boeddhistische doeners en denkers – de serie (27)

    gastauteur - 15 mei 2026

    Loekie: 'Ik ben ook heel dankbaar dat dit op mijn pad is gekomen. Dat het voor mij als leek mogelijk is om met een groep van 60 mensen tien dagen op de Drentse hei samen te mediteren en te leren over het boeddhisme, dat is echt heel bijzonder.’

    Taigu – Het lijden in de wereld

    Jules Prast - 24 april 2026

    Het komt Taigu voor dat boeddhisme te vaak gaat over ‘verlichting’ en te weinig over het lijden in de wereld, dat eerst moet worden opgelost voordat iemand zich in spirituele zin bevrijd kan wanen. Het existentiële kerndilemma van boeddhisme is dat wij ieder delen in de rotheid van de wereld, terwijl wij over het vermogen beschikken onze bevrijding dichterbij te brengen door het lijden van de ander te verminderen. In sommige teksten wordt dit vermogen ‘boeddhanatuur’ genoemd.

    BUN-voorzitter Michael Ritman: ‘de waarheid van de dharma kan niet aangetast worden door wangedrag van een leraar’

    Nicole Mulders - 14 november 2025

    Eind november 2025 neemt Michael Ritman afscheid als voorzitter van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN). In maart 2020 interviewde Nicole Mulders hem voor het Boeddhistisch Dagblad. De boeddhistische wereld verkeerde geruime tijd voor dat interview in zwaar weer door seksueel- en machtsmisbruik door boeddhistische leraren. Het aantal leden van de BUN is van 37 naar ruim 50 gegroeid, onder meer door de aansluiting van Aziatische boeddhistische tempels waar Ritman het contact mee aanging.

    Meer onder 'pakhuis van verlangen'

    Footer

    Boeddhistisch Dagblad

    over ons

    Recente berichten

    • Column van Joop – spirituele lakens
    • Sodis – de virtuele denkster 582
    • The Rights Forum – Booking.com profiteert van bezetting Palestina, krijgt belastingvoordeel
    • B’eter: Orzosalade met linzen
    • De Geest Zonder Houvast – Het einde van worden

    Reageren

    We vinden het geweldig om reacties op berichten te krijgen en op die manier in contact te komen met lezers, maar wat staan we wel en niet toe op de site?

    Over het BD

    Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk journalistiek webmagazine over boeddhistische thema’s en inzichten.
    Lees ons colofon.

    Zie ook

    • Contact
    • Over ons
    • Columns
    • Reageren op de krantensite

    Het Boeddhistisch Dagblad is een onafhankelijk journalistiek webmagazine over boeddhistische thema’s en inzichten. Lees ons colofon.