De moderne geschiedenis van Thailand is roerig, gekenmerkt door militaire staatsgrepen, twaalf of dertien sinds 1932. Dit artikel gaat met grote stappen door die geschiedenis heen en staat stil bij de rol van het boeddhisme. De Thaise Sulak Sivaraksa, oprichter van het International Network of Engaged Buddhists zegt: ‘Moreel bestuur zorgt voor een fundamenteel gelijkwaardige relatie tussen bestuurder en bestuurden. Zonder het geven en nemen van echte politiek wordt een bestuur onnadenkend en bijgevolg onderdrukkend.’

Even wat getallen: Thailand had in 2017 ruim 68 miljoen inwoners, waarvan bijna 95% boeddhistisch is. Er zijn 4,29% moslims die over het algemeen leven in Zuid-Thailand. De meeste bewoners zijn Thai 90%, de grootste minderheid is Chinees, andere minderheden zijn bijvoorbeeld de Khmer en de Mon.

Misschien bestond in Thailand het boeddhisme al vanaf 228 voor Christus. Zeker is dat boeddhistische monniken uit Ceylon (Sri Lanka) in de 6de eeuw het boeddhisme naar Thailand brachten. Het hindoe-boeddhistische Khmer-rijk beheerste van de 9de tot de 13de eeuw het grootste deel van het Zuidoost-Aziatische schiereiland. De eerste koninkrijken in Thailand waren etnisch Mon, Khmer en Maleis.

Rond de 10de eeuw vielen de Thai het land binnen. Over hun herkomst bestaan allerlei meningen, is het Zuid-China of Zuidoost-Vietnam? Ze waren beïnvloed door de Chinezen en in Thailand door de Indiase achtergrond van de Khmer en de Mon. De Thai stichtten twee koninkrijken: het koninkrijk Sukhotai en het koninkrijk Ayutthaya. Ayutthaya werd invloedrijker en nam Sukhothai over. In 1767 maakte het Birmese leger de hoofdstad van het koninkrijk Ayutthaya met de grond gelijk en verdeelde dit koninkrijk.

Chakri vorstenhuis

De Siamese koning Taksin (van 1767 tot 1782) versloeg twee jaar later de Birmezen. De dreiging van Birma vroeg om een sterke Siamese leider, de koning werd afgezet en geëxecuteerd. Volgens de traditie zou een plaatsvervanger gedood zijn, hijzelf zou nog jarenlang een boeddhistische monnik zijn geweest. Zijn generaal Chao Phraya Chakri volgde hem op, oftewel Rama I (van 1782 tot 1809). Hij was de stichter van de Chakri dynastie, het koninklijk huis van Thailand.

In 1851 volgde koning Rama IV (van 1851 tot 1868) zijn overleden halfbroer op. Rama IV was voor hij koning werd 27 jaar lang een boeddhistische monnik. Hij hervormde het boeddhisme en versterkte de band tussen de monarchie en de sangha. Ook voerde hij tal van westerse vernieuwingen door. Zijn Rama V (van 1868 tot 1910) zette de modernisering voort en kreeg de leiding over de sangha. Sulak Sivaraksa vergelijkt hem in Zaden van vrede met de Meji keizer (regeerde 1868 – 1912), die Japan van een feodaal systeem naar een wereldmacht leidde in een enkele generatie.

In de 19de eeuw zagen de Chakri machthebbers hun land omringd door kolonies. Siam wist dit te voorkomen door diplomatieke betrekkingen aan te gaan, niet alleen met Engeland, maar ook met Frankrijk, de Verenigde Staten, en kleinere Europese landen als België en Nederland. Tegelijkertijd werden er dus bestuurlijke hervormingen en vernieuwingen doorgevoerd en een leger opgericht.

Grondwettelijke monarchie

De Siamese revolutie van 1932 was een geweldloze staatsgreep, georganiseerd door westers georiënteerde en nationalistische militairen en ambtenaren. Pridi Banomyong en Luang Plack Phibunsongkhram (Phibun) hadden plannen gemaakt om de absolute heerschappij te vervangen door een grondwettelijke monarchie, waarbij de koning een symbool is van nationale identiteit en eenheid. Koning Rama VII (van 1925 – 1935) was de laatste absolute koning van Siam. In 1933 vonden de eerste parlementsverkiezingen plaats.

De regering van veldmaarschalk Phibun, vanaf 1938 premier, voerde een nationalistische koers en veranderde de naam Siam in Muang Thai (Land of the free), Thailand. Hij haalde de banden met Japan nauwer aan en was een bewonderaar van Mussolini en Hitler. Zijn regering tekende in januari 1942 een wederzijds militair verdedigingspact met Japan en verklaarde de oorlog aan Engeland en de Verenigde Staten. Seni Pramoj de anti-Japanse Thaise ambassadeur in de VS weigerde echter de oorlogsverklaring over te brengen. De VS zagen af van een oorlogsverklaring aan Thailand. Seni en zijn staf schaarden zich actief achter de geallieerden. In de eerste jaren van de oorlog bedankten de Japanners Phibun voor zijn medewerking door teruggave van grondgebied dat ooit aan Thailand toebehoorde, na de oorlog moest het weer worden afgestaan. Japan stationeerde 150.000 militairen in het land. In 1944 werd Phibun afgezet door burgerpolitici.

De Thaise regering viel in 1942 uiteen in twee facties: het regime en de Free Thai movement (‘Seri Thai’), een pro-geallieerde verzetsbeweging, die op een bepaald moment bestond uit 90.000 Thaise strijders. Deze beweging werd gesteund door Pridi Banomyong, regent van de jonge koning die studeerde in Zwitserland. De Free Thai Movement spioneerde voor de geallieerden, pleegden sabotage en zorgden ervoor dat de premier in 1944 door burgerpolitici werd afgezet. Dit is één van de oorzaken dat Thailand niet als één van de verliezende partijen werd gestraft.

Staatsgrepen tijdens Rama IX

Na het verdachte overlijden van zijn broer besteeg Bhumibol Adulyadej de troon, koning Rama IX (van 1946 tot 2016) de militairen hadden het toen voor het zeggen. De nieuwe koning kreeg te maken met een aantal militaire staatsgrepen, waarbij hij soms militairen naar de kazerne dirigeerde. Andere keren bemiddelde hij tussen militairen en de burgerregering. Hieronder volgt een indruk van de serie verkiezingen, staatsgrepen en opstanden.

In 1947 vond een staatsgreep plaats, waarbij Phibun premier werd van 1948 tot 1957. Hij werd afgezet door een militaire staatsgreep en vervangen door militaire regeringen (1958-1980).

De groeiende onrust in de jaren 1973 tot 1976, de politieke instabiliteit in deze periode en de angst dat het communisme van de omringende landen zou overslaan naar Thailand bewogen de militairen en de koning ertoe de in 1973 afgezette militaire dictator Thanom Kittichorn, een van de ‘drie tirannen’, in 1976 terug te halen. Dit veroorzaakte onrust, omdat gevreesd werd voor een contrarevolutie. Op 6 oktober 1976 vielen politie, Thaise troepen en ultrarechtse paramilitairen de studenten van de Thammasat Universiteit aan, de Thamassat University massacre geheten.

Op de aanval volgde chaos en een militaire staatsgreep die werd gesteund door de koning. De nieuwe premier (tussen 1976 en 1977) was een opperrechter. De rechter was lid van de Nawaphon, een extreemrechtse paramilitaire organisatie. Hij werd afgezet door generaal Kriangsak Chomanan, die met meerderheid van stemmen van de National Assembly en de National Administrative Reform Council (NARC) werd gekozen tot interim premier. NARC was een militaire junta die Thailand bestuurde van 1976 tot 1980.

Generaal Prem Tinsulanonda was premier van 1980 tot 1988. In 1981 en 1985 waren er twee mislukte militaire staatsgrepen. Hij was zelf het doelwit van vier mislukte aanslagen. Vanwege de politieke onrust ontbond hij in 1988 het parlement en schreef algemene verkiezingen uit. De leiders van de winnende politieke partijen vroegen hem aan te blijven, wat hij niet deed. Premier werd Chatichai Choonhavan, voorzitter van de Thai Nation Party, Thai legerofficier en diplomaat. Hij was de eerste democratisch gekozen premier na jaren militaire dictatuur en ‘semi-democratie’. In 1991 werd de gekozen regering door een militaire staatsgreep afgezet vanwege corruptie en machtsmisbruik voor persoonlijk gewin.

Na de algemene verkiezingen in 1992 vroegen de meerderheidspartijen aan staatsgreeppleger generaal Suchinda Krapayon om premier te worden. Dit veroorzaakte onrust en de daarop volgende volksopstand van 17 tot 20 mei wordt Black may of Bloody may genoemd. Bevreesd voor een burgeroorlog greep de koning in en dwong Suchinda en de leider van de pro-democratie beweging Chamlong Srimuang tot een televisie-audiëntie om een vreedzame oplossing te vinden. De historische televisie-uitzending was op 20 mei om 21.30 uur, waarbij de koning onder andere zei: The Nation belongs to everyone, not one or two specific people. The problems exist because we don’t talk to each other and resolve them together. The problems arise from ‘bloodthirstiness’. There will only be losers, only the losers. Those who confront each other will all be the losers. And the loser of the losers will be the Nation….’ Op 24 mei 1992 trad de generaal af als premier. Algemene verkiezingen werden gehouden en een burgerregering trad aan.

Thaksin Shinawatra en zijn ‘redshirts’

Thaksin Shinawatra oprichter van de Rak Thai Rak Party (‘Thais Love Thais Party’) was van 2001 tot 2006 premier van Thailand. Hij was de eerste democratisch gekozen premier, die zijn termijn uitzat. In 2005 werd hij overtuigend herkozen.

In 2003 startte hij een zeer omstreden controversiële ‘war on drugs’, die ook kon rekenen op de afkeuring van de internationale gemeenschap. Hij slaagde erin de armoede op het platteland te verminderen en algemene gezondheidszorg in te voeren, waardoor hij veel steun kreeg van het platteland. Zijn regering werd echter steeds vaker beschuldigd van onder andere dictatoriaal optreden, corruptie, belangenverstrengeling, schendingen van mensenrechten en vijandigheid ten opzichte van de vrije pers. Ook persoonlijk was hij omstreden.

In februari 2006 ontbond Thaksin het parlement en schreef verkiezingen uit voor april. De meeste oppositiepartijen boycotten de verkiezingen. De uitslag van de verkiezingen werden ongeldig verklaard en nieuwe verkiezingen voor oktober uitgeschreven. In september 2006 vond de staatsgreep tegen zijn regering plaats. In mei 2007 werd de Thai Rak Thai Party definitief door het Constitutionele Hof ontbonden voor overtredingen van de kieswet in april 2006. Thaksin en een aantal partijleden werden voor vijf jaar verboden politiek actief te zijn. Thaksin werd bij verstek veroordeeld tot twee jaar voor corruptie. Vanuit het buitenland probeert Thaksin nog steeds de Thaise politiek te beïnvloeden door middel van de People’s Power Party (PPP) en het United Front voor Democracy Against Dictatorship, oftewel de ‘red shirts’.

In december 2007 won de PPP onder leiding van Samak Sundayarev, de algemene verkiezingen en werd de grootste partij. Samen met vijf andere partijen, voorheen geallieerden van Thaksin, vormden zij een regering. De regering wilde de grondwet van 2007 veranderen. De People’s Alliance for Democracy (PAD) beschuldigde de regering ervan Thaksin en corrupte PPP’ers vrij te pleiten. De regering trok het grondwetsvoorstel in, maar de PAD bond niet in. Begin 2008 verslechterde het conflict tussen de PAD en PPP, een herhaling van de politieke crisis van 2005 – 2006 toen de PAD protesteerde tegen de Thai Rak Thai Party regering. PAD-aanhangers waren gekleed in de koninklijke kleur geel. De volgelingen van het National United Front of Democracy Against Dictatorship (UDD), de supporters van de afgezette Thaksin, droegen rode kleding.

In 2008 besloot het Constitutioneel Hof dat de premier moest aftreden. Somchai Wongsawak volgde hem op. Na bezetting van het parlement en beëindiging ervan werd het hoofdbureau van de politie korte tijd bezet. In november bezette de PAD het vliegveld, het Suvarnabhumi International Airport en het Don Muang Airport. Het leger weigerde in te grijpen. In november besloot de rechter dat de PAD het vliegveld moest verlaten, de PAD weigerde dit. Kort nadat het Constitutioneel Gerechtshof de drie partijen van de regeringscoalitie had ontbonden, werd de bezetting van het vliegveld opgeheven. In december 2008 vonden er verkiezingen plaats om leden van de drie partijen te vervangen. In december werd er een nieuwe regering aangesteld door de oppositiepartij, de Democratic Party, met steun van de coalitie partijen van de PPP en hun splinters. De nieuwe premier werd Abhisit Vejjajiva. De omstandigheden van zijn aanstelling verbond hem nauw met de Bangkok elite, leger en het koninklijk paleis.

Yingluck Shinawatra

Vanaf 26 maart tot 14 april 2009 vonden er in Thailand demonstraties en daarop volgende rellen plaats tegen de regering van Abhisit Vejjajiva en tegen het militaire optreden als reactie op de onrust. Abhisit zou aan de macht gekomen zijn door een ‘judicial coup’ en een ‘silent coup’. De protesten werden geleid door de ‘red shirts’ van National United Front of Democracy. Een gewelddadige confrontatie brak uit met de supporters van de regering. Het leger trad op. Ook in 2010 vonden er gewelddadige botsingen plaats, trad het leger op en braken er gevechten uit tussen het leger en de ‘red shirts’. Ten slotte werden er voor mei 2011 verkiezingen aangekondigd.

Yingluck Shinawatra van de Pheu Thai Party en de zuster van de gedwongen afgetreden Thaksin Shinawatra, werd na de verkiezingen van 2011 premier van Thailand. De Pheu Rak Thai Party is overigens de derde ‘reïncarnatie’ van de partij van Thaksin Shinawatra. Na een massaprotest tegen haar regering vroeg ze in het najaar 2013 om ontbinding van het parlement. In mei 2014 ontsloeg het Constitutionele Hof haar als premier en defensieminister. Tijdens de militaire coup van 2014 werden zij en voormalige ministers vastgezet, tot na de staatsgreep. In 2017 werd zij bij verstek veroordeeld tot vijf jaar.

Op 22 mei 2014 pleegde het Thaise leger een staatsgreep onder leiding van generaal Prayut Chan-o-cha. Het leger richtte een junta op, de National Council for peace en Order (NCPO) die het land regeert. De grondwet die docenten aan de rechtenfaculteit van Chulalongkorn University hadden ontworpen werd ingevoerd, nadat Rama X het had goedgekeurd en getekend. Op 22 juli werd het ingevoerd en verving de grondwet van 2007.

In maart 2019 waren er de eerste algemene verkiezingen in Thailand sinds 2014. Er werden in totaal 500 leden gekozen voor de nieuwe House of Representatives, nadat de vorige ontbonden was bij de staatsgreep. De Pheu Thai Party behaalde 136 zetels. De pro-militaire partij, de Palang Pracharath Party, behaalde 116 zetels.

Na een dag debatteren van het verzamelde parlement van Thailand werd op 5 juni 2019 generaal Prayuth Chan-o-cha tot premier gekozen met 500 stemmen van de 750. De doorslag gaf de 250 leden tellende senaat, die samengesteld was door de militaire junta. De grondwet van 2017, samen met het grondwettelijk beschermde staatsapparaat, aangesteld door de junta zal zorgen voor de stabiliteit van de gekozen regering. Het valt echter te betwijfelen of deze veel respect en vertrouwen zal krijgen van de Thai, of van de internationale samenleving. Ondertussen is er nog geen oplossing voor de jarenlange strijd tussen het aartsconservatieve establishment en de prodemocratische partijen. Zij worden gesteund door de lage en middenklasse en door jongeren, die genoeg hebben van bazige generaals.

Zuid-Thailand

Het koninkrijk Siam veroverde in 1785 het Sultanaat van Pattani, dat een overwegende moslimbevolking heeft. Al eerder was het sultanaat een vazalstaat van het Thaise koninkrijk Sukhotai en later van het koninkrijk Ayutthaya. De regering in Bangkok bemoeide zich weinig met deze landstreek in Zuid-Thailand en de moslims hadden hun eigen positie. Echter, in 1934 zette Phibun een proces van Thaïficatie in gang en dit viel verkeerd. Een Patani nationalistische beweging ontstond in de jaren 1950.

Na 2001 leefde het geweld op in de vorm van aanslagen op onder andere politiebureaus, op militaire posten door goed gewapende groepen. Andere acties waren het opblazen van tempels, het vermoorden van boeddhistische monniken, onthoofdingen, het bedreigen van verkopers van varkensvlees en het vermoorden van leraren – vooral vrouwen. Scholen en andere voorbeelden van de Thaise autoriteit werden in brand gestoken en van aanslagen op individuele politieagenten en militairen. Tussen 2004 en 2013 werden er 157 leraren vermoord.

De ‘Tak Bai massacre’, 25 oktober 2004, is in de geschiedenis van Zuid-Thailand de bloedigste dag van de opstand van Maleisische moslims tegen de Thaise regering. 78 Mensen stikten toen ze met vastgebonden handen achter hun rug, en met gezicht naar beneden op elkaar gestapeld werden in Thaise militaire trucks. Zeven anderen stierven toen veiligheidstroepen op een grote menigte schoten, die zich buiten een politiestation had verzameld om gevangenen vrij te krijgen. Geen enkel lid van de Thaise veiligheidstroepen is veroordeeld voor het incident, ondanks regeringsonderzoek dat de acties van de troepen die dag veroordeelde.

De rol van buitenlandse militanten in verzetsgroepen is onduidelijk, maar men denkt dat het aantal minimaal is.

Lokale leiders hebben verschillende keren gevraagd om meer autonomie en sommige separatistische organisaties willen onderhandelingen en vredesgesprekken. De belangrijkste verzetsgroep de Barisan Revolusi Nasional (1963) ziet daar geen reden voor en wil niet met andere verzetsgroepen praten. Van 2004 tot 2015 zijn er meer dan 6.500 doden en 1.200 gewonden gevallen.

Cakkavatti

De maatschappijvisie van de Boeddha-Dhamma bestaat uit gedragscodes over hoe groepen mensen met elkaar omgaan. Bijvoorbeeld de dasa-raja-dharma, de tien koninklijke deugden, en het Singalovada-sutta, de gedragscode voor leken. Het zijn aanwijzingen, maar ‘recht’ is voor het boeddhisme een relatief modern westers begrip. Het komt niet letterlijk voor in de Dharma, maar wel wat ‘verschuldigd is’.

Relevante teksten uit de Pali Canon over de vroeg boeddhistische politieke theorie zijn de Agganna-Sutta, de Cakkavatti-Sihanada Sutta, de Mahasudassana Sutta, het begin van de Mahaparinibbana Sutta en verschillende Jataka vertellingen, zoals Jataka 385. De regeringsvorm die deze vroege teksten propageren is het verlichte koningschap, waarbij koningen regeren volgens de Dhamma.

De Boeddha is het ideale voorbeeld voor boeddhistische monniken en voor de heerser is dit de chakravartin (P. cakkavatti) of dhammaraja, de wereldheerser. Deze chakravartin (letterlijk: ‘draaier van het wiel’) was sinds keizer Asoka eeuwenlang de hoeksteen van de boeddhistische politieke theorie. Volgens deze theorie zijn religie en politiek twee met elkaar verbonden ‘wielen’ en moeten samen een fatsoenlijke samenleving garanderen. Het wiel van gerechtigheid (dharmacakka) moet invloed uitoefenen op het wiel van de macht (anachakka). De sangha vertegenwoordigt het wiel van gerechtigheid.

Sivaraksa schrijft in Zaden van vrede: ‘Het is plicht van de heerser om gewelddadige elementen in de samenleving in toom te houden, misdaad te voorkomen door armoede te verlichten en de materiële benodigdheden te verschaffen die de staatsburgers in staat stellen een religieus leven na te streven.’ De heerser is daarbij aan één macht ondergeschikt: de Dharma. Vervult hij zijn rol niet naar behoren dan veroorzaakt dit spanning tussen beide wielen de ondergang van de macht en een nieuwe heerser zal de macht overnemen.

Ethiek

Rechtvaardigheid en ethiek zijn van wezenlijk belang voor heersers. Auteur Sivaraksa haalt de Boeddha aan uit de Agganna Sutta.

‘Wanneer koningen rechtvaardig zijn, zijn de ministers van de koning rechtvaardig, zijn brahmanen en huisvaarders ook rechtvaardig en zijn stedelingen en dorpsbewoners rechtvaardig. Als dit zo is, volgen zon en maan hun juiste baan. Als dit zo is, dan doen sterrenbeelden en sterren evenzo; dagen en nachten, weken en maanden, seizoenen en jaren volgen hun geregelde loop; winden waaien met regelmaat en in het goede seizoen, en de hemel verschaft voldoende regen. Als dit zo is, dan rijpt het gewas in het goede seizoen en leven mensen die zich met deze gewassen voeden, lang, voorspoedig, sterk en zonder ziekte.’

Weliswaar is de sangha dus niet direct betrokken bij de macht, maar in wel in staat om de rechtmatigheid ervan te bevestigen of te ontkennen. Dit in het belang voor het welzijn van de samenleving. Dat het boeddhisme zich niet bekommerde om de organisatie van de samenleving doet in de ogen van Sivaraksa geen recht aan de geschiedenis. ‘Traditiegetrouw heeft het boeddhisme persoonlijke verlossing en maatschappelijke rechtvaardigheid als in elkaar grijpende elementen beschouwd.’

Michael Jerryson schrijft in zijn boek If you meet the buddha on the road dat in deze constructie de lekensamenleving geen permanente rol heeft voor wat betreft politieke kritiek op het bestuur. De autoriteit van de heerser is niet afhankelijk van de goedkeuring of steun van leken, maar is gebaseerd op het primaat van de Dharma en de dragers ervan, de monniken. Nergens in de geschriften is er plaats in de politieke arena voor boeddhistische leken.

Vaderfiguren

Thailand is een bijzonder geval, omdat het in tegenstelling tot Birma een koning heeft als staatshoofd, schrijft Jerryson. Ook is het land om een andere reden bijzonder, omdat het een lange geschiedenis heeft van moreel ondersteunde autocratieën. Al in de Sukhothai periode (1238 – 1438) werden heersers geïdealiseerd als vaderfiguren (phokhun). Democratie was onbekend in Thailand, autocratieën waren er traditioneel en inheems.

In de 20ste eeuw werden boeddhistische ideeën verweven in dit politieke systeem. Veel Thai zagen de in 2016 overleden populaire koning Bhumibol als een virtuele hedendaagse cakkavatin, daarbij was er weinig monastieke kritiek op de monarchie. Integendeel, monniken hebben juist bijgedragen aan het imago van de monarchie in Thailand. De rijzende ster van koning Bhumibol was geconstrueerd door een netwerk van militaire, religieuze en koningsgezinde aanhangers.

Veel monniken herkennen de zwakte van het Thaise bestuur niet, schrijft sociaal activist Sulak Svaraksa: “They still feel that because we have a king, the government must be just, since the government supports the Sangha. This is the Dhammaraja, or ‘Wheel-Turning King’ theory.” Het lijkt er op dat de Thaise sangha ontworpen is om de monarchie te ondersteunen en om iedereen die kritisch is af te vallen, aldus Jerryson. De Thaise politieke wetenschapper concludeert: ‘…the presupposition that the monks are the best agents for national development and integration, with consequent political modernization, seems unjustified.’  

Majesteitsschennis

In Thailand werd majesteitsschennis ingevoerd in 1908 tijdens de absolute monarchie. In 1957 werd dit artikel 112 van de Criminal Code herzien. Er nu staat 3 tot 15 jaar gevangenisstraf op het misdrijf. De toepassing van majesteitsschennis (lèse majesté) is een voorbeeld van de houding van de ‘moderne cakkavattin’ ten opzichte van zijn burgers.

Sulak Sivaraksa is een van de bekende boeddhistische leken die verschillende keren beschuldigd is van lèse majesté, maar hij werd onder internationale druk vrijgesproken. De beschuldigingen weerhielden hem er niet van kritiek uit te oefen op de monarchie. Hij zei tijdens een lezing in 2014: ‘Een cruciale vraag die niemand durft te stellen is: Moet de monarchie gehandhaafd worden in Thailand? Let wel dat het stellen van deze vraag al een misdrijf is in dit land. Als we de monarchie in Thailand bewaren, hoe moet deze er dan uitzien? Welke mogelijke vormen kan het aannemen? En hoe moet het er uitzien?’

Toen hij dit aankaartte stond het Thaise politieke klimaat discussie niet toe. Deze vindt wel plaats buiten Thailand. Volgens velen kreeg na de coup van 2006 het land meer kenmerken van een totalitaire dictatuur. Duizenden websites werden gesloten vanwege majesteitsschennis, publieke figuren en wetenschappers werden veroordeeld. De historicus David Streckfuss spreekt van een ‘epidemic of lèse majesté cases’.

De Thaise politieke wetenschapper Giles Ji Ungpakorn is een ander voorbeeld. Hij vluchtte na de beschuldiging van majesteitsschennis naar Engeland. De Thaise rechtbank vroeg om zijn uitwijzing. Als reactie hierop ontkende hij majesteitsschennis, maar schreef vervolgens: ‘De koning heeft meer politieke ervaring, meer dan enige politicus, vanwege de lengte van zijn tijd op de troon. Hij kastijdt gekozen regeringen, zoals die van eerste minister Thaksin. De belangrijke vraag voor vandaag is: als de koning de Thaksinregering kan kastijden over misbruiken van mensenrechten in de war on drugs, waarom kan de koning niet het leger kastijden voor het organiseren van een staatsgreep en het misbruiken van alle democratische rechten?’ Giles heeft de Engelse en Thaise nationaliteit en uit zijn kritiek vanuit Engeland. Hij kan niet terug naar Thailand, omdat er vier zaken van majesteitsschennis tegen hem lopen. Net als Sivaraksa kan hij rekenen op internationale steun.

Moreel bestuur

Een citaat uit hoofdstuk 5, geheten Moreel bestuur uit het boek Wijs en duurzaam van Sivaraksa. ‘Politiek gaat over het vinden en behouden van consensus. Mensen zullen altijd moeite houden met hoe de dingen zijn. Een goede politiek moet een gespierd debat en zelfs verschillen van mening toestaan. Moreel bestuur zorgt voor een fundamenteel gelijkwaardige relatie tussen bestuurder en bestuurden. Zonder het geven en nemen van echte politiek wordt een bestuur onnadenkend en bijgevolg onderdrukkend. Democratieën hebben controles zoals one person, one vote, scheiding van machten, controles en correctiemechanismen en de regel van de wet die niet mag worden vergeten. Als een leider rechtschapen is, zullen mensen hem als een rolmodel zien. In het uitoefenen van macht moeten de wetgevende macht, de rechtbanken en de leider van het land rechtvaardig en onpartijdig zijn en morele waarden hooghouden. Als iemand verzuimt dat te doen, moet die persoon uit de macht worden ontzet.’

Ten slotte schrijft Sulaksa Sivaraksa: ‘Ik ben een radicale conservatief. Ik geloof in gerechtigheid, macht aan het volk en de waarde van een zeer zichtbare en rechtschapen leider.’

Naschrift

Op 1 december 2016 volgde Maha Vjiralongkorn, Rama X, zijn overleden vader op en werd op 4 mei 2019 gekroond. Op 3 mei 2019 schrijft Michel Maas in De Volkskrant: ‘De koning doet zo gek als hij zelf wil en wie er wat van zegt verdwijnt in de gevangenis. Zijn poedel Fufu gaf hij de rang van maarschalk (air chief marshall) van de Thaise luchtmacht.’

Bronnen

Jerryson, M. If you meet the Buddha on the road. Oxford University Press, 2018

History of Thailand. One nation Nations Online (OWNO)

Pridi Phanomyong, premier of Thailand. Encyclopaedia Brittanica

Luang Phibunsongkhram, premier of Thailand. Encyclopaedia Brittanica

Sivaraksa, S. Zaden van vrede. Asoka, Nieuwerkerk aan de Amstel,1997

Sivaraksa, S. Conflict, culture, change. Wisdom publications. Boston, 2005

Sivaraksa, S. Wijs en duurzaam. Asoka, Rotterdam, 2010

Moore, M. Buddhism and political theory. Oxford University Press, New York, 2016

Democratie nog lang niet terug in Thailand. De Ochtend. NPO Radio 1, 4-2016

https://www.nporadio1.nl/de-ochtend/onderwerpen/352781-democratie-nog-lang-niet-terug-in-thailand

Pistono, M. Why Thai Buddhist activist Sulak Sivaraksa could go to jail over history lesson. Lion’s roar, 10-2017

https://www.lionsroar.com/why-thai-buddhist-activist-sulak-sivaraksa-could-go-to-jail-over-a-history-lesson/

Morch, M. The slow burning insurgency in Thailand’s deep south. The diplomat, 2-2018

News/Thailand. Muslims in south Thailand mark 15 years since ‘Tak Bai massacre’. Al Jazeera, 10-2019

Thailand, events of 2019. Human Rights Watch

https://www.hrw.org/world-report/2020/country-chapters/thailand

Thailands monks

https://www.youtube.com/watch?v=IYVcSXX48xA

HARDtalk: Sukak Sivaraksa Part 2

https://www.youtube.com/watch?v=1bWfiF3gHS0

Thailand’s Bhumibol dies at 88 – BBC News

https://www.youtube.com/watch?v=5nxi7Ylh6C4

Junta leader elected Thai premier

https://www.youtube.com/watch?v=0vDhl5HAMAs

 

 

Categorieën: Krijgsmacht, Politiek, Misbruik, Achtergronden, Boeddhisme, Theravada, Geluk, Dharma en filosofie, Pakhuis van Verlangen
Tags: , , , , , , , , , ,

Lees ook:

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk