Een goede dichter opent. Een goede reiziger blijft thuis.
wijsheid
Meester Tja 46 – De wortel van wijsheid en dwaasheid
Wat wijsheid lijkt voor een dwaas, lijkt dwaasheid voor een wijze. Wijsheid kan de wortel van dwaasheid niet zijn, dwaasheid niet de wortel van wijsheid.
Meester Tja 44 – Mezelf ken ik wel het slechtst
De hemel ken ik als de aarde.
Meester Tja 37 – Wie zichzelf in de schaduw stelt werpt geen licht
Wijs is wie zijn dwaasheid erkent. Ook dat is geen verdienste.
Meester Tja 36 – De wijze houdt zich aan het Tja
Al houdt het Tja zich niet aan hem, de wijze houdt zich aan het Tja. Zodoende is hij groot noch klein, herder noch schaap, echt noch nep.
Meester Tja 32 – Wijsheid is van alle markten, maar nooit thuis
Niets is waar of onwaar, dat maakt het denken ervan. Ook dit is niet waar of onwaar, dat maakt het denken ervan.
Meester Tja 31 – Verzaak de wijsheid
Verzaak de wijsheid en u zult geen afkeer van begeerte hebben, noch onverschilligheid begeren.
Meester Tja 25 – Waarom de wijze zich nooit laat kennen
Hij juicht niet mee, je weet maar nooit. Hij klaagt niet mee, je weet maar nooit.
Meester Tja 24 – De dwijze is dwaas noch wijs
Wie is het die zijn helderheid behoudt zonder de troebelen te klaren? Wie is het die rust neemt in beweging en beweging in rust?
Meester Tja 16 – Grote Gedachten, Grote Dwaasheid
Grote Prikkels verblinden de geest. Grote Ambities verblinden de geest. Grote Woorden verblinden de geest.
Meester Tja 12 – Van je onwetendheid geen verlichting maken, kun je dat?
Van je niet-weten geen wijsheid maken, kun je dat? Van je onwetendheid geen niet-weten maken, kun je dat?
Meester Tja 6 – De wijze is zonder natuur
Wat zich in de natuur afspeelt, lijkt nergens op. Het is goed noch slecht, juist noch onjuist, zinvol noch zinloos. Daarin komt het de wijze nabij.

