Jouw wezen is het lichaam van de Boeddha. ‘De fonkelende edelsteen ligt in je hand’ is een bekend zen- gezegde. Het symboliseert dat je ware natuur er altijd al is. Hakuin vat het kernachtig samen. Die eerste regel “Alle levende wezens zijn van nature Boeddha’s” is geen poëtische overdrijving, maar het is een stelling, een axioma. Als we dat als ‘waar’ aannemen, dan volgt daaruit dat onze beoefening geen ‘worden’ is, maar gaat het om het ‘herkennen’ van onze ware natuur. Want we zijn al Boeddha’s en in de handeling komt de expressie van onze ware natuur vanzelf tot uitdrukking.
je kunt er niet uitvallen
Niemand kan eruit vallen
Elsbeth Wolf: ‘De paasviering is de expressie van de redding uit de onderwereld: je kunt er niet uitvallen. Het was een persoonlijke ervaring, die Ton zijn leven lang uit bleef dragen. Hij deed dat ook toen hij een keer meeging naar de gevangenis, waar ik in die tijd als geestelijk verzorger werkzaam was. Ik had hem gevraagd een teisho te houden. Er was veel reclame gemaakt en de stilteruimte puilde uit. Iedereen wilde die man weleens met eigen ogen zien en horen. De mannen hielden niet op vragen te stellen, er werd geluisterd, ze voelden zich gezien, er was aandacht, balsem voor de ziel.’
Boeken – Je kunt er niet uit vallen
Ton Lathouwers laat als onconventionele zenleraar zien hoezeer de inzichten van zen in vele religieuze tradities aanwijsbaar zijn, ook bij denkers als Sjestov, Nietzsche, Kierkegaard en zelfs Sovjetauteurs die geen religieuze taal meer hadden.



