Hij zou niet weten hoe.
het Grote Tja
Meester Tja 69 – Nooit is een woord het laatste
Ruim is de geest die alle gedachten toelaat. Ruimer nog de geest die alle gedachten uitlaat. Hoe ruim is de geest die ook deze gedachten loslaat?
Meester Tja 68 – Wie Tja heeft is overal en nergens
Waar hij ook heen gaat, hij was er al. Waar hij ook is, hij is er niet.
Meester Tja 67 – De wijze is groot in zijn kleinheid
De wijze is zacht in zijn hardheid en eenduidig in zijn dubbelheid. Hij is licht in zijn duisternis en groot in zijn kleinheid.
Meester Tja 66 – Zacht is wie zijn woede kent
Hoog is wie zijn laagheid kent. Wijs is wie de mens niet kent. Thuis is wie de weg niet kent.
Meester Tja 65 – Wie er een doel van maakt, zal het nooit bereiken
Een voltooid leven bestaat erin te verdwijnen voor je sterft.
Meester Tja 64 – Een eeuwige ontlediging van de geest
Het Grote Tja is als het uitstromen van een rivier in zee, het opstijgen van de zee naar de wolken.
Meester Tja 63 – Hoe groot is een idee?
Is een geest in staat het Grote Tja te bewaren, dan keren alle gedachten zich spontaan tot hem. Ja en nee, hemel en aarde, deugd en ondeugd – alle tegenstellingen vermengen zich vrijelijk.
Meester Tja 62 – Mensen zijn onmensen, ik zeker
Mensen zijn gehecht, ik niet. Mensen zijn onthecht, ik niet. Mensen hebben antwoorden, ik niet. Mensen hebben vragen, ik niet.
Meester Tja 61 – De dienaren des levens zijn de dienaren des doods
Hetzelfde mes snijdt het vlees aan en de hals door.
Meester Tja 60 – Gezegend zijn de doden
Het is tot mijn verdriet dat ik in het doden vreugde vindt.
Meester Tja 59 – Mensen doden en laten doden
Mensen doden en laten doden, maar ze noemen het geen doden. Ze noemen het gerechtigheid. Ze noemen het euthanasie. Ze noemen het ruimen. Ze noemen het eten.

