Je nergens op beroepen, dat is de leer.
de Linji-lu
Preek 17 – Niets heiligs, niets aards!
Wie het heilige aanbidt, aanbidt namen. Wie het aardse minacht, minacht namen.
Preek 16 – De vier elementen zijn illusies!
Eén moment van gehechtheid aan een gedachte en je verdrinkt.
Preek 15 – De leer is leeg!
Vertrouw niet op de tienduizend dingen. Welke daarvan zou meer dan kortstondige verlossing kunnen brengen?
Preek 14 – De ware mens is zonder rang of stand!
Vind hem door hem niet te zoeken. Ken hem door hem niet te kennen. Wees hem door hem niet te zijn.
Preek 13 – Boeddha’s ontstaan uit wantrouwen!
Geloof niets, dit ook niet, en je hoeft geen boeddha meer te worden. Dat is het juiste inzicht.
Preek 12 – Uitzicht komt vanzelf naar je toe!
Wie de weg kent is hem kwijt, maar wie hem kwijt is kent hem.
Preek 11 – Blijf nergens hangen!
Wie de tien richtingen vrijelijk doorkruist, schuwt de tienduizend dingen niet.
Preek 10 – Geen Boeddha, geen Mara!
Er zijn geen voelende wezens, er is niemand om te verlossen, er is niemand die verlost. Dat zijn allemaal hersenspinsels. Fantomen in je geest.
Preek 9 – Geen Boeddha zonder Mara!
Wie van Mara naar Boeddha overloopt, van gehechtheid naar onthechting, van de vorm naar de leegte, die verruilt het ene nest voor het andere.
Preek 8 – Wijzen weten niet beter!
Als je niets gelooft is er geen situatie om meester van te worden, geen plek om heen te gaan.
Preek 7 – Kijken zonder kopen!
Uiterlijk maak ik geen onderscheid tussen werelds en heilig, innerlijk verwijl ik niet in het absolute. Ik ken zekerheid noch twijfel en kijk overal dwars doorheen.

