Rudolf Steiner zegt in een voordracht te Dornach op 19 december 1920, die opgetekend staat in het boekje De brug tussen lichaam, ziel en geest, iets heel treffends: ‘Net zoals we tot vrijheid komen door het doorstralen van het gedachteleven met de wil, zo komen we tot de liefde door het doordringen van het wilsleven met gedachten.’ Veel kans zul je nu zeggen, hoezo iets treffends? Immers als we de verlangens en driftmatigheden van het ego in het denken brengen geeft dat onvrijheid in plaats van vrijheid en als we de concepten en oordelen van het denken in het handelen brengen geeft dit eerder afscheiding dan liefde en mededogen. Wat kraamt die Steiner voor nonsens uit die niets met het boeddhisme te maken hebben.

