Op basis van de Theravāda leerstellingen
De sectie De basis van meditatie wordt in een geheel nieuw jasje gestoken. De poortwachter vormt er een onderdeel van maar is daar nog niet te zien. In week 33 zal ik -Peter van Loosbroek- de sectie uploaden.
Ik zal mijn uiterste best doen om de ware Dhamma te presenteren, ook al is het een handjevol mensen die hier echt geïnteresseerd in zijn. De meesten zijn meer geïnteresseerd in meningen (diṭṭhi), van henzelf en die van anderen, wat helemaal tegen de Dhamma ingaat. Dat is omdat zij de Dhamma niet kennen. Wordt vervolgd.
De poortwachter
De poortwachter die boven op een stadsmuur staat, heeft de taak om de mensen die onder hem door de poort van de stad in- en uitgaan, te observeren. Dit is zijn taak en verder niets. Om louter zijn taak uit te kunnen voeren, om echt te kunnen zien zonder bij-dingen, moet de poortwachter passief van geest zijn. De passiviteit betekent dat zijn geest kalm is. Die kalmte is alleen mogelijk als zijn geest niet met allerlei dingen bezig is, niet onderhoudend is, niet onrustig is. Zijn geest moet ‘alleen kunnen zijn’, op zichzelf kunnen staan en zich nergens afhankelijk van maken. Want zonder vooropgezette ideeën, zonder verwachtingen, zonder verlangens, zonder een vastgrijpen (anupādāya), is er niets dat hem zal beïnvloeden. Alleen dan kan hij echt zien en ontdekken (passati) wie er door de stadspoort in- en uitgaat.
Op dezelfde manier dienen wij de poorten van onze zintuigen te bewaken (indryaguttadvāra). Door passief te zijn en louter aandachtig te zijn, zullen we een methode cultiveren (bhāvanā) die ons naar het allerhoogste doel zal leiden. Het is een methode waarin geen ‘ik’, geen ‘persoonlijkheid’, geen ‘persoonlijke inkleuring’ in aanwezig of bij betrokken is. Dit is waar attanudiṭṭhimuhacca voor staat hetgeen de voorwaarde is voor de ontwikkeling van helder begrip (sampajañña) en dus bevrijding (vimutti).


Siebe zegt
In de sutta’s wordt mindfulness (sati) besproken als poortwachter van de geest.
Deze beeldspraak van de poortwachter wordt gebruikt in SN35.245 en SN47.12. In SN47.12 wordt gezegd dat welke arahant of perfect verlichte dan ook, eerst hebben ze zo afstand gedaan van de vijf hindernissen, geestelijke corrupties die wijsheid verzwakken. De bewaker moet ze herkennen, en ze niet een kans geven binnen te komen. Ze moeten zich niet kunnen vestigen in de geest. De bewaker moet ook weten welke maatregelen nodig zijn om de ongenade gasten te verdrijven. Daarom, de bewaker wordt besproken als een wijs, competent en intelligent iemand.
…the gatekeeper posted there would be wise, competent, and intelligent; one who keeps out strangers and admits acquaintances..
(SN47.12)