Het is in Nederland sinds de Napoleontische tijd tot vrij recent gebruikelijk geweest dat de man zijn achternaam gaf aan het gezin waarvan hij het hoofd was. Lees deze zin nog maar eens. Uit de zin kun je afleiden dat vóór de Napoleontische tijd (dus voor begin 19de eeuw) niet iedereen automatisch de naam van hun vader (de man) kregen. Dat kon natuurlijk wel, maar het was mogelijk dat men gedurende het leven van naam veranderde. Heette Piet eerst Mulder (omdat zijn pa een molenaar was), later heette Piet ineens ‘van de Brug’, omdat hij vlakbij de enigste brug van een dorp woonde en iedereen Piet kende als die vent ‘van de Brug’.
antropologie
Over Antropologie 17 – Eerwraak
Ik heb het vorige keer over bruidsschatten en nageslachtsschatten gehad, als vormen van reciprociteit. Eerwraak sluit hier mooi op aan. Of moet ik zeggen: lelijk, want er valt weinig moois over eerwraak te zeggen. Althans… het is natuurlijk aan wie je vraagt. Personen die eerwraak uitoefenen, doen dat vanuit het idee dat ze niet anders kunnen omdat de familie-eer zo grof is geschonden, dat alleen de dood van de schender die smet kan wegwerken.
Over Antropologie 16: De bruidsschat
Een bruidsschat heeft te maken met reciprociteit. Allemachtig wat een moeilijk woord weer. Moet dat nou? Ja… want net als ander takken van wetenschap schuwt de Antropologie moeilijke woorden niet. Dat heeft vooral te maken met betekenissen. Reciprociteit is een woord voor het principe van geven en ontvangen binnen sociale interacties. In gewoon Nederlands: wederkerigheid. In de praktijk: ‘voor wat hoort wat’. En dan als ongeschreven verplichting. Ik doe iets voor jou, dus is het normaal dat jij iets terugdoet voor mij. Ik geef jou iets, dus is het normaal dat jij iets teruggeeft. Dat hoort zo.
Over Antropologie 15: Mono- en Polygamie
In Nederland is uitsluitend het monogame huwelijk juridisch toegestaan. En in relaties vindt men monogamie eveneens het meest wenselijk. Ik ‘doe het’ met jou en jij ‘doet het’ met mij. Punt uit. Officieel dan … want over wat er stiekem gebeurt, smoezen we wel met deze of gene, maar praten we liever niet met de eigen partner. Hoe wenselijk of onwenselijk dat is, is voor deze serie artikelen geen onderwerp.
Over Antropologie 14: Huwen en paren
Veel mensen vinden het niet passend om mensen met dieren te vergelijken wanneer het om nageslacht gaat. Maar het is algemeen bekend dat echte rashonden qua gezondheid kwetsbaarder zijn dan vubara’s (vuilnisbakkenrassen). En in dierentuinen wereldwijd houdt men zorgvuldig bij welk dier welke nakomelingen voort heeft gebracht, zodat inteelt kan worden voorkomen. De ‘genenpoel’ moet zo divers mogelijk zijn om sterke, gezonde dieren te fokken. Waarom zou dat bij mensen anders zijn?
Over Antropologie 13: Het gezin
Volgens sommige politieke partijen is het gezin de hoeksteen van de samenleving. Die gedachte haakt aan bij overgeleverde normen en waarden. Maar wat is eigenlijk een gezin? Bestaat een gezin altijd uit een man en een vrouw, met een of meer door de man bij de vrouw verwekt(e) kind(eren)? Gezellig, samen in één woning, met een tuintje en een huisdier? Huisje, boompje, beestje? Zoiets? Of kan een gezin ook zijn: Twee mannen met drie geadopteerde kinderen? Twee vrouwen met samen één man, zonder eigen kinderen maar wel liefdevol zorgend voor alle kinderen uit de buurt? Zeg het maar… Er zijn allerlei variaties.
Over Antropologie 12: Kolonialisme
Vroeger bestond kolonisatie voornamelijk uit het met geweld veroveren van een gebied om er daarna controle over uit te oefenen, bijvoorbeeld door er soldaten te stationeren, of door burgers uit het koloniserend land – het moederland! – aan te moedigen zich in de kolonie te vestigen. Het ging de kolonisator om een, twee of zelfs alle drie van de volgende zaken: gewin, prestige en strategische posities . Zo werd Nederland er economisch beslist niet slechter van dat het macht uitoefende in wat nu Indonesië heet, of Suriname. De oorspronkelijke bewoners van de kolonie hadden weinig tot niets in te brengen, en trokken op allerlei gebied aan het kortste eind. Door hun taal en cultuur als minderwaardig te bestempelen en soms zelfs te verbieden, verwierf, behield en verstevigde de kolonisator de eigen macht. Moderne kolonisatoren hebben dezelfde motieven. Ontkennen heeft geen zin. Doen of je neus bloedt helpt niet, net zo mij als een mooi verhaal ophangen onder de mom van ‘bevrijding’ of ‘herstellen van historische grenzen’. Helaas denken de kolonisatoren daar zelf doorgaans heel anders over.
Over Antropologie 11: Influencers en media
De meeste mensen realiseren het zich niet of nauwelijks, maar zij laten hun identiteit, of in ieder geval het idee dat zij van zichzelf hebben, sterk door anderen bepalen. Vooral opinieprogramma’s en andere programma’s op televisie met pratende hoofden, podcasts, columns en bijdragen van zogenoemde influencers op sociale media hebben impact. En de wijze waarop moderne algoritmen werken, versterken die impact nog eens doordat ze iedereen precies dát laten horen, zien en lezen wat zij graag willen horen, zien en lezen: dat wat ze al vinden! Het “daar ben ik het helemaal mee eens” en het “zie je wel!” zijn niet meer van de lucht. Je hoeft helemaal niet meer zelf te denken, want alles wat je al dacht wordt simpelweg bevestigd, benadrukt en nog eens dunnetjes (dik) over(ge)trokken.
Over Antropologie 10: Nationalisme
Nationaliteit is een uitgevonden construct van relatief recente datum. Er moet eerst een land zijn, met landsgrenzen. Deze grenzen lopen overal op de wereld soms dwars door etnische groepen heen.
Over Antropologie 9: Wij en zij
Wanneer twee personen elkaar voor de eerste keer ontmoeten, stellen zij voor zichzelf in een split second (eerste indruk) de etnische identiteit van de ander vast. Zo van: ‘O, dat is er niet een van mijn eigen in-group’. Er vindt etnische stereotypering plaats. Deze typering kun je herleiden tot onbewuste classificatiedrang, ofwel de bij eigenlijk alle mensen natuurlijke behoefte om overzicht te houden door alles en iedereen in ‘hokjes’ te stoppen. (Denk aan: aardig, niet aardig, beetje aardig, misschien aardig, beetje raar, niet mijn soort, vreemd, gevaarlijk enzovoorts).
Over Antropologie: 8 – Collectieve en sociale identiteit
Ieder mens heeft een persoonlijke identiteit, een sociale identiteit en een collectieve identiteit. Drie identiteiten die je niet zomaar door elkaar moet husselen of met elkaar moet verwarren. Je collectieve identiteit houdt in – en geeft je het gevoel – dat je tot een bepaalde groep behoort, of je dat nu wilt of niet. Zo behoor je tot een bepaalde familie (stamboom, familienaam, gelijkenissen etc.), een bepaalde klasse (ondernemersfamilie, boerenstand, adel), een bepaalde bevolkingsgroep (Friezen, Marokkanen, Molukkers) en je hebt een bepaalde nationaliteit (je bent Nederlander, Duitser, Amerikaans staatsburger of wat anders).
Over Antropologie 7 – Stereotypering en culturele toe-eigening
Het zit er dik in dat jij jouw gedrag, denkwijze, kledingkeuze en ga zo maar door laat (mede)bepalen door wat men in jouw sociale omgeving en cultuur waardeert. Zaken die men in jouw leefomgeving niet op prijs stelt, zul je waarschijnlijk minder uiten. Misschien ben jij de uitzondering op de regel, of doe je expres het tegenovergestelde van wat ‘de norm’ is maar meestal is het zo. Waarom dragen mannen en vrouwen, jongens en meisjes, in bepaalde streken anders klederdrachten? Waarom anders zouden ze in sommige dorpen, steden of zelfs hele landstreken op zondagen alle winkels en zelfs benzinestations op slot doen? Of regenbogen verdacht vinden? Het hele gezicht tatoeëren of juist alle tattoos verguizen? Het is niet alleen ’s lands wijs – ’s lands eer maar ook ‘s dorps wijs – ‘s dorps eer, ‘s families wijs – ‘s families eer dan wel ‘s groeps wijs – ‘s groeps eer. Zo doen wij dat hier’!





