Liefde is mooi, liefde is alles. Alles is liefde. Liefde is soms ook treurig. Iemand willen ‘hebben’ die je niet krijgen kan, zorgt voor de blues. Iemand verliezen waar je van houdt, geeft diep-donkere blues. Persoonsgerichte liefde is vooral op het eigen ik gericht en nauwelijks op de ander.
Bescheidenheid en nederigheid
Het universum kent geen criteria voor goed, kwaad, bescheidenheid of onbescheidenheid. Die criteria bedenken mensen. Door bescheiden gedrag laat je het licht op een ander schijnen.
Schuldspijt
Over nutteloze gevoelens.
Aanwezig-zijn
Als je Aanwezig bent, ben je in het hier en nu, in het ergens en gisteren, in het daar en morgen, in het overal en overmorgen, in het nergens en (n)ooit. Onafgebroken en ononderbroken.
Belangeloze goedheid.
Maar, vertelde een inwendig stemmetje, was toch er een secundaire winst. Het bevredigende gevoel Goed te zijn geweest. Het Brave Hendrikgevoel.
Pakketje
Ik woon in een dorpje op nummer twintig en vulde dat braaf in op het on- line-formulier. Alleen: het moderne uitvloeisel van de goeie, ouwe PTT was het niet met mij eens dat ik op twintig woonde, en eiste dat ik een ‘A’ zou toevoegen. Dat weigerde ik, want ik woon niet op ‘A.’
Alleen-zijn
Wat is alleen? Is dat hetzelfde als eenzaam? Ik heb tijdens mijn twee handenvol (en inmiddels overlopende) lentes vaak mensen ontmoet die zeiden dat alleen-zijn niet hetzelfde is als eenzaam zijn.
De spiegel
In het boeddhisme is de spiegel een symbool van de volmaaktheid van de oorspronkelijke zuiverheid.
De (zin)ledigheid van het bestaan
Ze deed mij nog het meest denken aan een Parijse clocharde, die op de weg terug is, of op de weg heen, van of naar een bestaan in een doos onder een brug.
Troostraam
Misschien vraagt u zich af – of misschien ook niet – waar een dzogchenpractitioner troost in- en voor zou moeten zoeken.
Angst
Die eindeloze praatjesmaker die in onze tijdelijke grijze massa zetelt probeert je af te leiden met rampscenario’s.
Crisisgedrag in de Supermarkt
Waar ik vandaan kom, is men gewend om direct en assertief te reageren. Soms ben ik dit – tot mijn eigen schade en schande – ook wel eens. Zonder aarzelen riep ik: ‘Tja, ik heb nogal een krachtige stoelgang, hè, dus ik heb extra groot toiletpapier nodig!’












