Aan het eind van de Mahāparinibbānasutta wordt de crematie van de Boeddha beschreven en ook wat er met de overblijfselen van het lichaam van de Boeddha is gebeurd. Er waren verschillende partijen die deze opeisten. De brahmaan Droņa deelde de as op in 8 delen en gaf elk van de eisende partijen een deel. Elk van deze 8 delen zou worden ondergebracht in een stoepa die daarvoor gebouwd zou worden en waar pelgrims de Boeddha zouden kunnen vereren. Droņa bouwde zelf een stoepa en een 10e partij bouwde een stoepa in Papphalivana voor de resten van de lijkkist.
Het wezen van het christendom
Het grootste struikelblok is ook bij Feuerbach de theodicee, de vraag hoe een goede almachtige God de mens aan zo’n aards tranendal kan onderwerpen. Deze vraag verdwijnt zodra je inziet dat God niets anders is dan een projectie van de mens. De theologie wordt zo een antropologie. De eigenschappen van God kunnen dan worden verklaard uit de voorkeuren en neigingen van de mens. Zo kun je ook de obsessie met wonderen in het christendom begrijpen.
Spel als reis door de kosmopolis
Het boek vraagt ook wel degelijk een zekere instemming van de lezer. Het is geschreven vanuit zekere veronderstellingen over de wereld, veronderstellingen die we aantreffen in de antroposofie, in de verschillende vormen van creatieve therapie en in de psychologie van Carl Gustav Jung. Hoewel de boodschap universeel pretendeert te zijn, zal een boeddhist of een moslim bijvoorbeeld zich niet in alle delen van de tekst kunnen vinden. De eenheid, die noodzakelijkerwijs wordt beschreven vanuit een helikoptervisie, vraagt bovendien een zekere afstandelijkheid en beïnvloedt de interpretatie van de verschillende filosofen en religies.
Een diepgaand onderzoek naar de praktijk van boeddhistische meditatie
Na de dood van de Boeddha ontstond er veel discussie en twijfel over wat nu precies jhāna is. Aan deze discussies is nog steeds geen einde gekomen. Het begint al met de vaststelling dat het begrip samādhi ook al voor het boeddhisme bestond en nog steeds ook in andere kringen met een andere betekenis wordt gebruikt. Het betekent in het boeddhisme meestal zoiets als concentratie of verzonkenheid. Shankman omschrijft het als “een geest die kalm en stabiel is en die niet wordt afgeleid” (a mind that is calm and settled without distraction). Er zijn verschillende meningen over hoe diep je verzonkenheid moet zijn. Moet je niet verder gaan dan voorverzonkenheid (acces concentration), of moet je de vier jhāna’s helemaal doorlopen? De leraren de methode van het inzicht of vipassana voorop stellen neigen tot het eerste, anderen vinden echter dat een diepe verzonkenheid onmisbaar is voor fundamenteel inzicht.
Boeddhisme en psychotherapie
Kan de leer van de Boeddha ons helpen bij geestesziekten? Enerzijds heeft de Boeddha meerdere malen benadrukt dat zijn leer er niet een is van deze wereld. Hij had zelf alle banden met de wereld verbroken voordat hij aan zijn verlossingsweg begon. Dit was niet omdat hij een trauma had, maar omdat hij niet meer afgeleid wilde worden door alledaagse problemen. Zijn belangrijkste leerlingen waren daarom allemaal monniken en later nonnen. Aan de andere kant wordt de Boeddha ook wel eens de grote heelmeester genoemd en hebben de laatste decennia psychotherapeuten zich laten inspireren door met name de boeddhistische meditatievormen, vooral in de Verenigde Staten. Je zou je kunnen afvragen of dit geen oneigenlijk gebruik is, of niet meditatie wordt gereduceerd tot een trucje om tot rust te komen.
Rondom Dao, de filosofie van Otto Duintjer als wegwijzer naar Laozi en Zhuangzi
Duintjer werd geboren in 1932, in een gereformeerd bankiersgezin. Aanvankelijk wilde hij dominee worden en begon aan een studie theologie. Gaandeweg verloor hij zijn vertrouwen in het geloof, hij voelde zich meer aangetrokken tot het existentialisme. Hij schakelde over naar een studie filosofie in Groningen, nadat hij zijn studie theologie in Amsterdam had afgerond. In 1966 promoveerde hij op een proefschrift over Kant en Heidegger.
Duintjer’s carrière nam echter een onvoorziene wending. In 1969 ervoer hij plotseling dat hij uit zijn lichaam trad en dat de werkelijkheid zich op een bevreemdende manier zich aan hem voordeed. Hij voelde zich opeens deel van een omvattende en onbekende werkelijkheid die hij “het rondom” ging noemen. Vanaf dit moment heeft hij steeds geprobeerd om deze ervaringen, die zich vaker begonnen voor te doen, filosofisch te verwoorden.
Wedergeboorte – gewoon een feit?
Erik Hoogcarspel: ‘Zelfs als de Boeddha telkens kon ‘voorpiepen’ bij zijn geboorte, dan nog moet zijn eerste geboorte 4 miljoen jaar geleden hebben plaatsgevonden. Dit is ruim 1 miljoen jaar voordat de eerste mens verscheen op aarde. De getallen kloppen dus niet en de latere toevoeging van de vele hemelen en hellen die we in het Tibetaanse model van de vijf of zes rijken aantreffen, maken de afwijkingen alleen maar groter.’
Hoe is het om af te dwalen?
In 2017 heeft een aantal onderzoekers geprobeerd om er achter te komen wat nu precies de ervaringen zijn die kunnen optreden tijdens een meditatie en nu niet via metingen, maar door het te vragen aan mediterenden zelf. Zij gebruikten de methode van de micro-fenomenologie. Hierbij gaat het niet om het subjectieve individuele gevoelsleven, maar om verschijnselen die optreden en die voor iedereen herkenbaar zijn. De geïnterviewden worden dus niet ondervraagd over wat ze van hun meditatie vinden, maar over ervaringen die zich aan hen tijdens de meditatie voordoen en die beschrijven als niet meer dan verschijnselen.
Boekbespreking – Dansen met je ego
Het is een opmerkelijk helder en toegankelijk geschreven boekje. Het is ook didactisch heel goed van opzet en heel geschikt voor het middelbaar onderwijs. Het verdient een plaats in elke schooltas naast de schoolagenda.
Hoe Plato je uit je grot sleurt, een boekbespreking
Mario Veen, filosoof en hoofddocent aan de Hogeschool Utrecht, is ervan overtuigd dat we allemaal in een illusie leven. Om dit uit te leggen gebruikt hij de allegorie van de grot, die wordt verteld door de filosoof Plato (427- 348) in zijn boek De Staat (boek 7, § 514a- -520a). Plato beschrijft hoe mensen in een grot gevangen zitten, zonder dat ze hun hoofd kunnen bewegen. Achter hen brandt een vuur en voor dat vuur langs lopen mensen met allerhande voorwerpen op hun hoofd, zodat de schaduwen van deze voorwerpen op de muur voor de gevangenen worden geprojecteerd. De gevangenen zitten er al hun hele leven en ze kennen niets anders dan deze schaduwen. In de loop van de tijd hebben ze een hele wetenschap ontwikkeld over deze schaduwen. Ze kunnen zelfs vaak voorspellen welke schaduwen gaan komen en wanneer de schaduwen verdwijnen. Ze leven met andere woorden in een werkelijkheid van schaduwen. Op een zeker moment weet een van de gevangenen zich los te maken, of wordt losgemaakt en gaat, al dan niet gedwongen, naar de uitgang van de grot. Daar komt hij in het zonlicht, hij ziet de echte wereld in geuren en kleuren en hij ervaart diepte.
Boekbespreking – Bijzonder is gewoner dan je denkt
Peter Jurgens, is managementconsultant, maar houdt zich daarnaast bezig met filosofie. Hij is voorzitter van de Stichting Spinoza in Den Haag en van de Vereniging voor Wijsbegeerte aldaar. Hij heeft zelf enkele malen een overweldigende ervaring gehad en vond het tijd om daar eens een boek aan te wijden. De meeste lezers zullen eerst wel eens willen weten wat hij onder een overweldigende ervaring verstaat.
De gebakken peren van Augustinus
Het debat over wilsvrijheid is al heel oud. Kerkvader en filosoof Aurelius Augustinus (354-420) introduceerde de vrije wil zo’n 1600 jaar geleden. In zijn autobiografische boek De Belijdenissen beschrijft hij een perendiefstal uit zijn puberteit, die hij met vrienden ondernam. Op zich is dit een onschuldige vorm van kwaad. Maar Augustinus vond zijn eigen motief om aan de diefstal mee te doen verwerpelijk. Hij deed eraan mee, juist omdat het niet mocht. Hij werd gedreven door weerzin tegen gerechtigheid. Hij wilde genieten van de diefstal en van de zonde die ermee gepaard ging. De peren op zich interesseerden hem weinig. Die voerde hij samen met zijn vrienden voor het grootste deel aan de varkens. Boekbespreking. De redding van de vrije wil.












