‘In wat voor tijd leven we?’. We raadplegen de barometer van cultuur en samenleving.
Hengelen
Binnen de driehoek religie-macht-spel verkeren macht en spel meestal op gespannen voet. In elke religie krijgt macht een eigen vorm, ergens tussen horizontaal en verticaal in.
Een beetje
Het zit genesteld in ons taalgebruik, ‘een beetje’. Is het typisch Nederlands? Of algemeen menselijk?
Linkse kerk
Grappige term. Want wat nu bij links gebeurt, kennen religies al lang. Die vertonen een bijna wetmatige cyclus tussen vernieuwing en establishment. Politiek en religie vertonen verrassende parallellen. Zie de huidige opleving op links.
Weg met die dikke ikken
‘Ik houd niet van religies die zich exclusief opstellen. Waar haalt een religie de arrogantie vandaan om te zeggen dat ze de enig juiste is?’
Marge
Soms val je jezelf in de rede. Neem nu het woord ‘marge’. Ik gebruik het graag en veel. Maar de laatste tijd heb ik er moeite mee.
Consultancy – Een religieuze job
Van religieuze leiders verwacht ik dat ze een visie als werkelijkheid… eh, tja, hoe zeg ik dat… verkopen? in de markt zetten? Onafwendbaar kom ik bij marketingtermen uit. De reclametaal is ook mijn taal binnen gesijpeld.
Monarchie – Leuk spel!
Zoals het carnaval dwars staat op het vasten, zo is de monarchie de ontkenning van de democratie.
Handelingsverlegenheid – Die houden we erin!
Ik had nog nooit van ‘handelingsverlegenheid’ gehoord, maar vond het wel een grappige term. Waarom eigenlijk?
Regelneef – Tijd en ruimte temmen
Ik fiets door een laantje met aan weerszijden bomen. Die staan op onregelmatige afstand van elkaar. Ik betrap me erop dat ik daar regelmaat in wil brengen. Ik probeer een trapper juist onderaan te hebben als ik een boom passeer.
Dooddoener? – Levensbeschouwing als doodsbeschouwing
Als 70-plusser merk ik dat ik in de generatie ben beland waar de dood de frequentie opvoert. Vijf uitvaarten binnen drie maanden bepalen me bij de eindigheid van mijn eigen leven.
GULDENHART EN GOEDELIEVE – Een sprookje
Intussen kwam de koning alleen nog zijn bed uit om voor het raam de seizoenen te bestuderen. Daar werd hij niet vrolijker van. Steeds vroeg hij zich af: ‘Ga ik in dít seizoen dood?’. Zelfs de lente kon hem niet opbeuren. Hij zag alleen maar hoe eksters eitjes roofden uit nestjes.











