Amor fati is Latijn en betekent liefde (amor) voor het lot (fati).
Tegen het lot kunnen we ons niet verzetten, we kunnen ons er alleen naar voegen, daarom heet het het lot.
Wie het lot liefheeft, geeft zich er van harte aan over: amor fati. Iemand die zich er van harte aan overgeeft heeft het makkelijker dan iemand die dat mopperend doet of die zich tegen het lot verzet.
De gedachte van amor fati vind je in verschillende religies, zowel theïstische als transtheïstische. Christenen zeggen ‘Uw wil geschiede’, moslims ‘Inshallah’. In het boeddhisme heet het lot ‘afhankelijk ontstaan’ en het amor fati ‘nirwana’.
Nietzsche zei: ‘Ik wil leren om het noodzakelijke van de dingen als het schone te zien’. Dat hij het wilde leren geeft al aan dat hij het niet kon; hij wilde het willen.
Kan je dat leren, iets te willen? Nietzsche alvast niet. Die had liefde voor de liefde voor het lot (amor amor fati), geen liefde voor het lot (amor fati), en dat was zijn lot.
Wat is ons lot? Kunnen we zelf bepalen of we het lot liefhebben of wordt dat ook bepaald door het lot? Waarom moeten we eigenlijk vrede sluiten met ons lot? Is dat niet de volgende strijd? Wat is er mis met gelatenheid of verzet?
Is amor fati wel meer dan een verlangen gevangen in woorden, net als degene die erin gelooft? Ik heb geen idee en heb daar vrede mee, zoals ik er ook vrede mee heb dat ik niet altijd vrede heb met mijn lot.
Intussen weet ik nog steeds niet of de weteloosheid waaraan ik me tegenwoordig van harte overgeef nou een lot uit de loterij is of een noodlot of beide of geen van beide. Ook daaraan geef ik me van harte over.

