‘De opdracht van het leven is alle opdrachten achter je te laten, Hans.’
‘Behalve deze zeker.’
‘Welke?’
‘De opdracht alle opdrachten achter je te laten.’
‘Dan… eh… hè?’
‘Gevangen.’
‘Dan is de opdracht van het leven alle opdrachten achter je te laten, inclusief de opdracht alle opdrachten achter je te laten.’
‘Dat is gewoon de volgende opdracht.’
‘Wat als je alle opdrachten achter je hebt gelaten?’
‘Welke opdrachten?’
‘Nou, eh…’
‘Wie is het die ons met opdrachten opzadelt?’
‘Het leven, dacht ik.’
‘Het leven is iets dat opdrachten uitdeelt?’
‘Klinkt stom.’
‘Is er wel zoiets als het leven of is dat maar een begrip?’
‘Dat begin ik me nu ook af te vragen.’
‘Wie is het die de opdrachten van het leven uit moet voeren?’
‘Ik?’
‘Wie is ik?’
‘Daar vraag je me wat.’
‘Is er wel zoiets als een ik of is dat ook maar een begrip?’
‘Dat weet ik eigenlijk niet.’
‘Nou, ik ook niet.’
‘Nu weet ik het helemaal niet meer.’
‘Misschien is niet weten wel de opdracht van het leven.’
‘Dan… eh… hè?’
‘Gevangen.’

