Met gids kun je waarlijk mens worden. Zonder gids blijf je voornamelijk dier. Zolang je je aan niemand kunt onderwerpen, ben je waardeloos voor de weg. Zolang je je alleen op jouw manier kunt onderwerpen, zal de weg je niet vinden en ben je verloren.

Zulkifar, zoon van Jangi


Hans: Ieder mens is voornamelijk dier.

Ayah: Ook een waar mens?

Hans: Als er iets waar is aan een mens, dan is het wel zijn dierlijkheid.

Ayah: De rest is een leugen?

Hans: Als er iets waar is aan een mens dan is het wel zijn leugenachtigheid.

Ayah: Wat is er niet waar aan een mens?

Hans: Alles is waar aan een mens. Of je het nou leuk vindt of niet.

Ayah: Waarom suggereert Zulkifar dan dat je alleen met gids waarlijk mens kunt worden?

Hans: Verzin maar wat.

Ayah: Ik hoopte dat jij een idee had.

Hans: Ideeën zat.

Ayah: Bijvoorbeeld?

Hans: Omdat hij volgelingen zoekt? Omdat hij mensen aan zich wil onderwerpen? Omdat zijn hormonen opspelen? Omdat hij in onware mensen gelooft? Omdat hij een dienaar is van Allah? Omdat hij één is met Allah? Omdat hij het licht heeft gezien? Omdat hij in onwetendheid verkeert? Omdat hij malende is?

Ayah: Misschien ben jij wel malende.

Hans: Ik noem het liever dwalende.

“Als er iets waar is aan een mens dan is het wel zijn leugenachtigheid.”

Ayah: Zou jij je nog aan iemand kunnen onderwerpen?

Hans: God, nee.

Ayah: Jij kunt je alleen maar aan jezelf onderwerpen.

Hans: Dat gaat al helemaal niet meer.

Ayah: Wie is nu jouw gids?

Hans: Wat moet ik met een gids?

Ayah: Waarlijk mens worden natuurlijk.

Hans: Alles is waar aan mij, of ik het nou leuk vind of niet.

Ayah: Jij hebt geen gids nodig.

Hans: En al helemaal geen derwisj.

Ayah: Waarom niet?

Hans: Probeer maar eens iemand te volgen die alleen maar om zijn eigen as draait.

Ayah: Zolang je je aan niemand kunt onderwerpen, ben je waardeloos voor de weg, zegt Zulkifar.

Hans: Ben ik er voor de weg?

Ayah: Als je wilt gidsen wel.

Hans: Alsof ik wil gidsen, zeg.

“Als er iets waar is aan een mens, dan is het wel zijn dierlijkheid.”

Ayah: Waar ben je dan mee bezig?

Hans: Mensen het bos in leiden?

Ayah: Waarom zou je iemand het bos in willen?

Hans: Omdat je er helemaal je eigen weg kunt banen?

Ayah: Wat is daar leuk aan?

Hans: Dat je nooit weet waar je uitkomt?

Ayah: Alleen maar omdat je verdwaald bent.

Hans: Dat je nooit meer kunt verdwalen?

Ayah: Alleen maar omdat je de weg al kwijt bent.

Hans: Hoelang ben jij de weg al kwijt?

Ayah: Al sinds mijn tienertijd.

Hans: Er valt dus mee te leven?

Ayah: Alleen maar omdat ik hem nog steeds hoop te vinden.

“Alles is waar aan een mens. Of je het nou leuk vindt of niet.”

Hans: Wegen vind je overal.

Ayah: Ik hoop de enige juiste te vinden.

Hans: Zijn er dan onjuiste?

Ayah: Je moet érgens van uitgaan.

Hans: Is er wel een juiste?

Ayah: Daar ga ik dus van uit.

Hans: Misschien vind je je weg alleen als je nergens van uitgaat.

Ayah: Daar ga ik niet van uit.

Hans: Wat als je hem eindelijk gevonden hebt?

Ayah: Dan weet ik eindelijk waar ik heen ga.

Hans: Dan mag je nergens anders meer komen.

Ayah: Het juiste pad is breed genoeg.

Hans: Hoe weet je dat als je het nog niet gevonden hebt?

“Als je elke weg weet te vermijden gaat er een wereld voor je open.”

Ayah: Wie zou jij trouwens het bos in moeten leiden?

Hans: Het is maar een wijze van spreken.

Ayah: Je hebt niet eens volgelingen.

Hans: Niet-weten is onnavolgbaar.

Ayah: Dat was me al opgevallen.

Hans: Wie het toch probeert, snijd ik meteen de pas af.

Ayah: Waarom?

Hans: Dat is nou eenmaal de kortste weg naar het bos.

Ayah: Wie zou jou nou willen volgen?

Hans: Die genoeg heeft van de weg?

Ayah: Zou jij iemand aan je kunnen onderwerpen?

Hans: Ik kan me niet eens aan mezelf onderwerpen.

Ayah: Dan ben je volgens Zulkifar verloren.

Hans: Daar heb ik lang naar gezocht.

“Ik zou me aan niemand meer kunnen onderwerpen. Ik kan me niet eens aan mezelf onderwerpen.”

Ayah: Jij zocht toch naar niet-weten?

Hans: Dat kon ik toch niet weten?

Ayah: Zo zul je de weg nooit vinden.

Hans: Ik blijf er zo ver mogelijk van weg.

Ayah: Van welke weg?

Hans: Van elke weg.

Ayah: Wat als je elke weg weet te mijden?

Hans: Dan gaat er een wereld voor je open.

Helikopterview van een dansende derwisj met daaromheen een spiraal van mensen in bidhouding.

Hoe je iemand volgt die alleen maar om zijn as draait.

Hoe vind jij het om voornamelijk dier te zijn?

Hoop je ooit volledig aan je dierlijkheid te ontsnappen?

Wat vind jij kenmerkend voor mensen, hun leugenachtigheid of hun eerlijkheid?

Hoe zou het zijn als iedereen kon horen wat jij allemaal dacht?

Hoe zou het zijn als jij kon horen wat iedereen dacht?

Hoe zou het zijn als je zelf niet meer kon horen wat je dacht?

En als alleen jij niet kon horen wat je dacht, maar alle anderen wel?

Aan wie of wat ben jij op dit moment onderworpen?

Door wie of wat zou jij best onderworpen willen worden?

Wie of wat onderwerp jij aan jezelf?

Wie of wat zou jij best aan je willen kunnen onderwerpen?

Waar voel jij je het best, op de weg of in het veld?

Categorieën: Hans van Dam
Tags: , , , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu