Het leven is een raadsel, is dat waar? Vijfde van acht inleidingen van Niet om door te komen! De Poortloze Poort.

 

Het leven is een onoplosbaar raadsel

 

Wat is het leven waarvoor dwaalteksten en koans symbool staan? Een raadsel. Een vraag. Een wonder. Een mysterie.

Wat voor raadsel? Een raadsel dat je niet kunt oplossen. Wat voor vraag? Een vraag die je niet kunt beantwoorden. Wat voor wonder? Een wonder dat je niet kunt verklaren. Wat voor mysterie? Een myste­rie dat je niet kunt ontsluieren.

Als het leven inderdaad een koan is en als een koan inderdaad een on­oplosbaar raadsel is, dan ben je verkeerd bezig als je het probeert op te lossen.

Als het leven inderdaad een onbeantwoordbare vraag is, dan ben je verkeerd bezig als je hem probeert te beantwoorden.

Als het leven inderdaad een onverklaarbaar wonder is, dan ben ben je verkeerd bezig als je het probeert te verklaren.

Als het leven inderdaad een niet te ontsluieren mysterie is, dan ben je verkeerd bezig als je het probeert te ontsluieren.

 

Is het raadsel van het leven wel onoplosbaar?

 

Maar is het dat wel? Het leven een onoplosbaar raadsel noemen, is dat soms geen oplossing?

Het leven een onbeantwoordbare vraag noemen, is dat niet het vol­gende antwoord?

Het leven een onverklaarbaar wonder noemen, is dat niet niet weer een verklaring?

Het leven een niet te ontsluieren mysterie noemen, is dat niet gewoon het mysterie ontsluierd?

Hoe weet je eigenlijk dat het raadsel van het leven onoplosbaar is? Er zijn in de loop der millennia duizenden oplossingen gegeven waarvan ieder mens er in zijn leven hoogstens enkele tientallen of honderden kan bestuderen, en er maar enkele kan praktiseren. Alleen al het boeddhistische pad wordt geacht vele levens te vergen.

 

Een Intergalactische Waarheidsconferentie

 

Nooit zul je persoonlijk alle oplossingen zelfs maar oppervlakkig kun­nen onderzoeken. Je moet je dus wel verlaten op anderen, maar op wie? Mensen die een of andere oplossing omarmen zijn per definitie partijdig, mensen die een of andere of alle oplossingen afwijzen even­zeer.

Bovendien lopen er inmiddels miljarden mensen rond, waarvan je er maar een paar honderd kunt raadplegen, laat staan de honderd miljard overledenen en de myriaden mensen die nog geboren moeten worden en de myriaden onmensen die wellicht het heelal bevolken.

Wat nu? Moeten we misschien een Intergalactische Waarheidsconfe­rentie organiseren waarop alle wezens van alle tijden en plaatsen hun zegje kunnen doen en waarop je dankzij ondenkbare technologie in een eindige tijd oneindig veel zegjes kunt aanhoren en oneindig veel workshops en retraites kunt volgen?

Succes ermee. Zelf heb ik in een halve eeuw niet kunnen vaststellen of het raadsel van het leven oplosbaar is. De kans dat het alsnog gebeurt is nihil, want ik hou me er niet meer mee bezig.

Daar heb ik vrede mee, grote vrede. Door niet te claimen dat het op­losbaar of onoplosbaar is, blijven alle mogelijkheden open en wordt het raadsel van het leven alleen maar groter.

 

Is het leven wel een raadsel?

 

Het klinkt nogal eenzijdig

Dat komt er dichtbij, aangenomen dat het leven inderdaad een raad­sel, een vraag, een wonder, een mysterie is. Maar is dat wel zo, en is daarmee alles wat er over het leven te zeggen valt gezegd?

Het klinkt anders nogal eenzijdig. Net zo eenzijdig als alle universele uitspraken over het leven of over wat dan ook.

‘Leven is lijden’, zegt de Boeddha – de eerste van de vier zogenaamde edele waarheden. Maar is dat wel zo, en is daarmee alles wat er over het leven te zeggen valt gezegd?

‘Leven is overleven’, beweert Charles Darwin. Maar is dat wel zo, en is daarmee alles wat er over het leven te zeggen valt gezegd?

‘Het leven wil geleefd worden, niet begrepen’, zegt Osho. Maar is dat wel zo, en is daarmee alles wat er over het leven te zeggen valt gezegd?

‘Het leven is een illusie in Bewustzijn’, zegt de non-dualist. Maar is dat wel zo, en is daarmee alles wat er over het leven te zeggen valt gezegd?

‘Het leven is een geschenk van God’, zegt de christen. Maar is dat wel zo, en is daarmee alles wat er over het leven te zeggen valt gezegd?

‘Het leven is God’, zegt de mysticus. Maar is dat wel zo, en is daarmee alles wat er over het leven te zeggen valt gezegd?

Zou het wellicht allemáál waar zijn? Of niets ervan? Is het misschien alleen waar voor degene die dat denkt voor de duur van zijn gedachte? Kunnen gedachten eigenlijk wel waar zijn of is dat ook maar een ge­dachte? Of is dit ook maar een gedachte?

Wat als we alle gedachten over het leven even wegdenken? Dan houdt het in één klap op een raadsel of een niet-raadsel of wat dan ook te zijn. Dan is het leven gewoon, eh, het leven.

Door niet te claimen dat het leven dit of dat is, liefde of mededogen, een opdracht of een uitdaging, genieten of leren of bewustwording of groei of voortplanting of toeval of een hel of een gekkenhuis of een test of een kosmische grap of een voorbereiding op het hiernamaals of weet ik veel, houden we alle mogelijkheden open en wordt het raadsel van het leven alleen maar groter.

 

Zeg ‘heks’ en de jacht begint

 

Het leven is een label.

Het leven is het leven – dat komt er dichtbij, maar het blijft een ge­dachte. Een vrijwel inhoudsloze gedachte, dat wel. Een tautologie die per definitie waar is. Wat zeg je dan eigenlijk nog? Zeg je nog wel iets?

Wat als we de loze gedachte dat het leven het leven is, ook wegden­ken? Dan heb je geen leus meer, maar een woord: het leven. Dan stel je niets meer, dan benoem je. ‘Het leven’ is een label. Minder kun je niet zeggen zonder niets te zeggen. Toch?

Toch niet. Een label wekt de suggestie van een onderliggende entiteit, daarom heet het een label. Zeg ‘sint’ en alle kinderen geloven erin. Zeg ‘god’ en de offertafels rijzen uit de grond. Zeg ‘duivel’ en de exorcisten staan in de rij. Zeg ‘heks’ en de jacht begint. Zeg ‘Untermensch’ en er komen concentratiekampen en massagraven.

 

Is er wel zoiets als ‘het leven’?

 

Een katalysator die het denken aanjaagt

Een naamkaartje is gauw gemaakt, maar of het ergens op slaat is vers twee. Volgens realisten en idealisten als Plato correspondeert ieder la­bel met iets reëels, volgens nominalisten en boeddhisten als Nagarju­na zijn alle labels loze namen zonder tegenhanger in de werkelijkheid.

Wat filosofen er ook van vinden, labels worden volop gebruikt, vooral door henzelf. Het ‘leven’, de ‘mens’, de ‘geest’, het ‘id’, het ‘ego’. De ‘waarheid’, het ‘ware zelf’, de ‘ziel’, ‘universeel bewustzijn’. Het ‘zijn’ der ‘zijnden’, de ‘kenner’ van het ‘gekende’, het ‘subject’, het ‘object’, het ‘al’, het ‘niets’.

‘Boeddha’, ‘bodhisattva’, de ‘boeddhanatuur’, ‘karma’, ‘reïncarnatie’, ‘nirwana’, ‘onthechting’, ‘verlichting’, ‘de poortloze poort’ – de etiket­ten vliegen je om de oren, ook in het boeddhisme, ik bedoel, ook in het ‘boeddhisme’, bedoel ‘ik’. Maar of ze ergens voor staan?

Is er wel zoiets als ‘het leven’, een entiteit met tal van eigenschappen die we kunnen ontdekken, onderzoeken en benoemen? Of is het alleen maar een naam voor een idee, een denkbeeld, een virtuele werkelijk­heid, een schijngestalte, een afgod, een non-entiteit?

Is ‘het leven’ wel meer dan een katalysator die het denken aanjaagt zonder er zelf iets aan bij te dragen?

 

Alles wegdenken

 

We zeggen niets meer, en ook daar houden we mee op.

Ik ga me daar niet over uitspreken, ben je gek. Liever doe ik een be­roep op je verbeelding. Wat als we het label ook nog wegdenken?

Door niet langer te claimen dat er zoiets is als het leven of dat er niet zoiets is als het leven, laten we alle mogelijkheden open en wordt het raadsel alleen maar groter.

Dat komt er dichtbij. We zeggen nu niet meer dat het leven een onop­losbaar of een oplosbaar raadsel is, we zeggen niet meer dat het leven een raadsel of iets anders is, we zeggen niet meer dat het leven is of niet is.

We beweren zelfs niet meer dat het raadsel van het leven daardoor al­leen maar groter wordt. Dat veronderstelt immers dat ‘het leven’ be­staat, dat het meer is dan een denkbeeld.

We zeggen niets meer, en ook daar houden we mee op.

 

Zelfs het wegdenken wegdenken

 

Is er dan nog wel een weg?

Zo denken we onze gedachten stuk voor stuk stuk, of wie of wat het ook is dat onze gedachten stuk denkt, aangenomen dat het onze ge­dachten zijn, aangenomen dat het gedachten zijn, aangenomen dat er gedachten zijn en dat ze elkaar opvolgen, de een na de ander, en dat ze door iets of iemand gedacht worden en stuk kunnen gaan.

Is wegdenken de weg? Dat komt er dichtbij, maar het blijft een ge­dachte. En komen we eigenlijk wel dichtbij met al die weggedachte ge­dachten? Dichter bij wat?

Is het onze missie, ons lot om de rest van ons leven onze gedachten weg te denken? Het leven is er om onze gedachten te doorzien, deze ook – is dat waar? Wat als we zelfs het wegdenken wegdenken? Wat blijft er dan nog over? Wat valt er dan nog weg?

Is er dan nog wel een weg? Is er dan nog iets om dichter bij te komen? Is er dan nog iets dat dichtbij komt? Is een eventuele toenadering van deze twee grootheden dan nog te verkiezen boven een eventuele ver­wijdering of bewegingloosheid?

 

Agnose

 

Een virtuele stilte

Als we zelfs het wegdenken wegdenken, loopt het denken in zichzelf dood. Dan brandt het door. Dan valt er een stilte, hoe kort ook. Een oppervlakkige stilte waarin je het even niet meer weet, of een diepe stilte waarin je zelfs niet meer weet dat je het niet meer weet.

Geen doodse stilte, kan ik je vertellen, maar een levende. Geen letter­lijke stilte, maar een figuurlijke – de stilte van niet-weten.

Een cumulatieve stilte die mettertijd steeds sterker doorklinkt in de gedachten die er onvermijdelijk op volgen, erdoor opgepikt, verlengd en versterkt wordt, erin resoneert en rondzingt als in een glas of een klankschaal.

Een virtuele stilte waar geen eind aan komt, al is de herrie nog zo groot. Een ontspannen(de) stilte, een zachte stilte, een zalige stilte. Ik noem het agnose.

Alles wegdenken, zelfs het wegdenken – daarover gaat niet-weten. Daarover gaan dwaalteksten. Daarover gaan koans. Daarover gaat de Poortloze Poort. Daarover gaat zen: het zwarte gat in het weten waar­aan niets kan ontsnappen. Het oog in de orkaan.

 

Verder, verder!

 

Zeg ‘graal’ en je hebt een queeste.

O ja? Is dát waar koans, de Poortloze Poort en zen over gaan?

Of is dit gewoon de volgende beperkte en beperkende gedachte, de volgende generalisatie, de volgende oplossing, het volgende antwoord, de volgende karikatuur, de volgende gevangenis, de volgende doodlo­pende weg – de volgende heilige graal?

Willen we hier werkelijk in een paar simpele zinnen voor iedereen voor eens en voor altijd vastleggen waar zen over gaat? Nee toch. We weten waar dat toe leidt. Zeg ‘graal’ en je hebt een queeste.

De graal doorzien, dat is de queeste. Of is dat opnieuw een graal?

De queeste beëindigen, dat is de graal. Of is dat de volgende queeste?

Wat als we deze gedachten ook nog wegdenken?

 

Volgende week de zesde inleiding: Zen op z’n slechtst: onderdanigheid en ritualisme

Alle inleidende artikelen van de Poortloze Poort.

 

Niet om door te komen! de Poortloze Poort

Voorplat van het boek Niet om door te komen! De Poortloze Poort.

 

De Poortloze Poort in het Boeddhistisch Dagblad: alle links

 

De Poortloze Poort inkijken/kopen

 

 

Categorieën: Hans van Dam
Tags: , , , , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu