De afgelopen tien jaar is het aantal boeddhistische gemeenschappen in Nederland toegenomen. Ik ben enorm benieuwd naar het verhaal van boeddhisten: wat doen ze op hun meditatiekussen, hoe passen ze de wijsheden uit de dharma (teachings van de Boeddha) in het dagelijkse leven toe en hoe gebruiken zij boeddhistische wijsheden om een positieve impact te maken op onze moderne westerse samenleving? Daarom bezoek ik sangha’s en boeddhistische organisaties en luister met belangstelling naar de ervaringen van anderen.

Docent Ruud (37) (vanwege zijn privacy wil hij niet met volle naam genoemd worden) is beoefenaar van vipassana- of inzichtsmeditatie. Sinds 2004 gaat hij regelmatig in retraite bij meditatiecentra in de traditie van Sayagyi U Ba Khin, een Birmese boeddhistische theravadaleraar. Een leerling van Khin, S.N Goenka, heeft over de hele wereld vipassana-centra opgericht. Daarin worden elfdaagse retraites gegeven waar je de kracht van vipassana kan ervaren. Ik heb een aantal jaar geleden zelf zo’n retraite gedaan, en ervoer de strikte dagelijkse routine als een aangename marteling.

Om half vijf ’s ochtends begint de eerste meditatiesessie. Verspreid over de dag zijn er acht meditatiesessies waarbij je in totaal tien uur per dag op je meditatiekussen zit. Mannen en vrouwen zijn van elkaar gescheiden, je mag niet praten, schrijven, bellen of van het terrein af, en lichamelijk contact is niet toegestaan. Vanaf twaalf uur ’s middags kan je alleen beschikken over thee, water en koffie, want vast voedsel wordt alleen geserveerd bij het ontbijt en de lunch. Juist door de strikte routine fascineert het mij dat Ruud vanaf zijn eerste retraite in India daaraan verknocht was; vipassana heeft een enorme impact gehad op hem en op hoe hij in het leven staat. Het begon allemaal ruim dertien jaar geleden met een vraag van een leergierige leerling.

De vuurpijl

Ruud: ‘Ik was docent natuurkunde op een school in Rotterdam-Zuid. Op een gegeven moment was er een leerling die tijdens de les vroeg hoe ik wist dat de kern van de aarde er uitzag zoals op de plaatjes in de boeken. Ik antwoordde dat ik daarvoor had gestudeerd en dat het zo is. Ik legde uit dat onderzoekers proeven hadden gedaan met seismografen en hierdoor weten uit wat voor lagen de aarde bestaat. Hij was niet tevreden met mijn antwoord en bleef vragen op mij afvuren: “Hoe weten de schrijvers van de boeken dat de kern van de aarde er zo uitziet? En hoe kunnen de onderzoekers weten dat de kern van de aarde er uitziet zoals op het plaatje, als ze er zelf niet zijn geweest?” Het was alsof een vuurpijl mij raakte: voor het eerst wist ik dat ik eigenlijk iets zeker wist, en dat was dat ik iets niet wist. Het gebeurde precies voor de kerstvakantie en gelukkig had ik de tijd om even tot mijzelf te komen.

Maar een paar dagen na de gebeurtenis in de klas, besefte ik dat ik eigenlijk nog geen stap verder was gekomen in het weten. Het was alsof er een vacuüm in mijn hoofd was ontstaan. Ik probeerde het op te vullen met het lezen van filosofische boeken, waaronder Symposium van Plato en teksten van Socrates. Socrates legde uit dat hij in een gesprek met Diotima had gehoord dat ware schoonheid, de ultieme waarheid, verwezenlijkt kon worden door de dingen niet als mooi of lelijk te zien, maar als schoonheid op zichzelf en in zichzelf bestaand. Deze tekst pakte mij en ik las het keer op keer, totdat de waarheid van de woorden zich begon te openbaren. Er opende zich iets in mij: het was alsof ik een diepere realiteit begreep waarover al de religies en spirituele goeroes praten. Ik had in die dagen geen gedachten en geen mening, maar ervoer totale gelijkmoedigheid. Ik begreep dat ieder mens toegang heeft tot alle wijsheid; het ligt gewoon voor het oprapen. Als je iets wilt weten, dan kan je een connectie maken met die universele bron van wijsheid.’

Ruud is ervan overtuigd dat hij een spirituele ervaring had. Hij was toen niet bekend met het boeddhisme. Tijdens zijn vakantie was er toevalligerwijs een documentaire op de televisie over de Boeddha. Ruud zag daarin hoe prins Siddharta een weg zocht naar het einde van het lijden en boeddhaschap bereikte. Na afloop van de documentaire wilde hij meer weten over meditatie en had een sterk gevoel dat hij naar India moest, anders zou voor hem alles bij hetzelfde blijven. ‘Ik wilde echt een transitie in mijn leven maken en begon met sparen voor mijn reis. Na de kerstvakantie zei ik tegen mijn leerlingen: “De natuurkundeboeken schuiven we voorlopig aan de kant, we gaan nu werken aan ons eigen inzicht. Jullie gaan een project bedenken vanuit jullie eigen interesse.” De school was heel blij met mijn nieuwe aanpak.’

Wetenschap ontmoet vipassana meditatie

‘Ik was mij bewust van het gevaar van mijn spirituele ervaring en de euforie die ermee gepaard ging. Het zou kunnen leiden tot narcistische trekjes wanneer ik mij zou identificeren met het gevoel dat ik uniek ben en de wereld kan verbeteren. Het is een verraderlijke gemoedstoestand, want je hebt niet echt door dat anderen niet per se willen horen hoe jij je voelt. Het delen van jouw gevoel wordt al gauw preken, en dan meen je opeens te weten hoe iedereen moet leven. Daarom wilde ik naar India, om te leren hoe ik mijn inzichten aan andere mensen zou kunnen doorgeven. Na de zomervakantie ben ik niet teruggekeerd naar mijn klassen in Rotterdam-Zuid, want ik zat in India. Ik had besloten pas terug te komen naar Nederland als ik op persoonlijk en spiritueel gebied was waar ik wilde zijn; het mocht één of tien jaar duren, dat deed er niet toe. Uiteindelijk ben ik na zes jaar teruggekomen waarvan ik twee en half jaar in India, een jaar in Nepal, twee jaar in China en in nog wat andere Aziatisch landen heb gewoond.’

In zijn eerste maand in India ontmoette Ruud in een internetcafé in Dharamsala een gelijkgestemde Europese reiziger: beiden waren ze op zoek naar verdieping. ‘Toen ik hem voor de tweede keer in dat café zag, viel het mij op dat iets in zijn gezicht was veranderd. Hij vertelde dat hij bovenop een berg een elfdaagse vipassana meditatieretraite had gedaan. Het was anderhalf uur lopen van waar wij ons bevonden. Er zou op die dag een nieuwe cursus beginnen en hij adviseerde mij om te gaan kijken of er nog plek was. Ik heb direct mijn computer afgesloten en ben de berg opgelopen. Anderhalf uur later kwam ik moe bij het meditatiecentrum aan. Er was nog één plekje. Ik ben direct terug naar beneden gelopen, heb mijn spullen gepakt en ben weer de berg opgegaan.

Op de eerste dag wist ik direct: dit is de realiteit van de ademhaling, er is alleen wat er is in het moment. Voor mij werkte, als natuurkundeleraar, de vipassanamethode zoals die wordt onderwezen door Goenka, uitstekend: geen mantra’s en geen geloof, maar objectief de gewaarwordingen in het lichaam observeren, en je aandacht richten op wat je voelt in je lijf, zoals pijn en emoties. Reageer je meteen op wat je voelt, of observeer je alleen maar door objectief te kijken naar de fysieke en mentale gewaarwordingen. Het was voor mij de ideale wetenschap van hoe geest en materie met elkaar in verbinding staan.’

Ruuds ervaringen in het vipassana meditatiecentrum in India sloten naadloos aan bij zijn natuurkundige kennis. ‘Volgens Einstein bestaat alles uit energie. Maar als ik formules leer zoals: E=MC2, of dat alles in het universum uit vibraties bestaat, word ik niet wijzer. Door vipassana heb ik ervaren dat het menselijk lichaam echt uit energie bestaat. Hierdoor is voor mij de theorie van Einstein echt een wetenschap geworden! Dit heeft de rust en vrede gebracht waar ik naar opzoek was.’

Een zuiveringsproces

Inmiddels heeft Ruud zevenentwintig elf daagse vipassana retraites in Nederland, België, India en Nepal gedaan. Daarnaast heeft hij een half jaar als vrijwilliger gewerkt bij het centrum in België. Vipassana ervaart hij als een diep zuiveringsproces dat hem helpt om zijn ambitie te verwezenlijken. ‘Mijn ambitie is een goed mens te zijn en vipassana helpt mij hierbij. Bewust liegen om iemand in de maling te nemen doe ik niet meer, maar onbewust zal ik het vast en zeker soms nog doen. Voor mij is het belangrijkste dat ik mensen volledig accepteer, en echt naar iemand luister zonder mijn gedachten te laten afdwalen naar wat ik wil vertellen; dus er compleet zijn in het moment. Ik ben veel liefdevoller en geduldiger geworden en ik kan veel beter met geld omgaan. Daarnaast houd ik mij aan de voorschriften voor vipassana beoefenaars: ik ben vegetariër, ik drink en rook niet, en kies mijn woorden zorgvuldig.’

Weer voor de klas

Ruud is inmiddels weer actief als docent, en heeft ook een studie maatschappijleer en Engels achter de rug. De combinatie van lesgeven en studeren vond hij zwaar. ‘Zonder Vipassana had ik in de afgelopen vijf jaar ongetwijfeld een burn-out gehad. Als je stress hebt, leg je knopen in je lichaam. Door vipassana ga je helemaal in dat gevoel zitten, en als je objectief naar dat gevoel kijkt, trillen al die knopen los. Daarom mediteer ik elke dag en scan ik mijn lichaam; het is alsof er een koel briesje door mijn lijf gaat. Ik zie het als mijn mentale douche. Wanneer ik spanningen in mijn lichaam voel, haal ik mijn gedachten weg van de gedachten die de stress veroorzaken, en ga ik naar het gevoel en de gewaarwordingen in mijn lichaam. Het is niet de situatie die de stress veroorzaakt, maar de gedachten over de situatie en het bijbehorende gevoel. Vervolgens komt tijdens de meditatie het terugkerende besef dat ook dit gevoel tijdelijk is. Dit is het belangrijkste aspect van vipassana.’

Na jarenlang enorm prettig als docent gewerkt te hebben, staat Ruud nu voor een flinke uitdaging. Sinds vier maanden geeft hij les op een vakcollege in het Westland, en zijn nieuwe klassen zijn relatief lastig in vergelijking met de voorgaande. ‘Ik heb deze klassen overgenomen van een docent die een burn-out heeft gekregen en sommige leerlingen denken dat ze hem hebben weggepest. Het is niet zo dat ze nu opeens rustig zijn. Ik kan tijdens het lesgeven niet altijd mijn kalmte bewaren; er zijn momenten waarop ik word overmand door de stress en boos word. Door deze drukke klas merk ik dat ik nog niet de leraar ben die ik wil zijn wanneer ik weinig ruimte heb om te gedijen of te floreren. Maar mijn relatie met deze klas moet nog groeien, en ik zie het als een uitdaging. Wellicht kan ik ooit mijn meditatie-ervaring met hen delen. Ik geloof dat meditatie niet alleen nuttig is voor docenten, maar ook voor leerlingen. In mijn vorige klassen stonden de leerlingen er voor open. Ik ben toen heel laagdrempelig begonnen door te vragen: volg je ademhaling en wat voel je op het moment?

Wanneer ik op mijn meditatiekussen zit, zijn alle gewaarwordingen in mijn lijf tijdelijk van aard, en zo weet ik dat ik in de toekomst niet meer elke dag boos voor mijn huidige klassen zal staan. Al geniet ik momenteel niet van het lesgeven, ook deze emotie is vergankelijk.’

Dit artikel is op 6 februari 2016 eerder in het BD geplaatst.

Categorieën: Boeddhisme, Geluk, Vipassana
Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Lees ook:

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk