Langzaam wordt alles scherp en helder, de inktzwarte duisternis omarmt Bodai met een warm en veilig gevoel. Hij ontdekt zijn ademhaling die diep de grond in daalt en weer opstijgt tot in zijn buik, zijn buik die als water in een kom zijn adem draagt. Bij elke ademhaling strekt ruimte zich verder uit tot de verste uithoeken van het universum. Dan stopt het, als de zee die zich bij eb terugtrekt- zo verdwijnt de ruimte. Bodai blijft onwrikbaar zitten en alles stroomt over hem uit, duisternis, ruimte, tijd, als een weefsel wordt hij er door omkleed. Dan buldert zijn adem weer de grond in- zijn inktzwarte omgeving dijt uit en hij stijgt op; de lege ruimte is gevuld met niets.
Japans boeddhisme
Bodai – Het boze herderinnetje
Langzaam verschijnen er sterren in het wateroppervlak, waar in het midden een kom sneeuwwitte rijstepap drijft- als een zilveren zwaan van schuim en schitterring. De storm in zijn lijf is gaan liggen, er is niets afwezig- de rivier, de boom, het bamboebosje, de gieren in de lucht, buiten is er niets afwezig, binnen is een stille schittering.
Bodai – Ondervoeding en nergens realiteit
Acwajit zegt: ‘Bodai hoe kun je jezelf zo verraden, je tegoed doen aan de illusie van eten, wat is je gelofte nog waard, alles, alles is verloren.’
Bodai – ‘ Is dat niet egoïstisch, alleen jezelf redden?’
Bodai heeft de nacht doorgebracht in het bos en wordt wakker door het getjilp van een eenzame vogel. Hij ziet verder niets, het bos waaruit het geluid komt is nog aardedonker. In het midden van het kamp gloeit het vuur van de vorige avond nog na. Aan de overkant klinkt het gekraak van iemand die zich op zijn bamboebed omdraait. Dit is voor Bodai wel een rare toestand, hij is wel wat gewend maar dakloos zijn was altijd maar van tijdelijke aard. Nu heeft hij geen uitzicht op verandering van zijn situatie, zou het wat voor hem zijn, een ascetisch leven? Langzaam begint het lichter te worden, dan ziet hij dat alleen Kaun nog op zijn bed, ligt de anderen zijn verdwenen.
Bodai – ‘Ik ben geen bedelaar, maar een monnik’
De zwerver raakt op dreef: ‘Je hebt in zeven jaar nog niet veel geleerd, hè. Het enige wat je geleerd hebt is een vroom gezicht trekken, en die klap heeft ook niet veel geholpen. Je zou eigenlijk takken moeten gaan sjouwen om nog wat te leren. Rot op met je liedje het gaat om geven, alleen maar geven.’ Beteuterd kijkt Bodai naar de kom water in zijn handen, de dag begon al raar maar nu is het nog veel gekker. De bedelaar vraagt: ‘Wat ben je van plan?’ ‘Van plan, ik weet het niet, ik, ik…’Diepe zucht.
Bodai – ‘Ik ben niet in de wieg gelegd voor monnik’
De wereld schudt op z’n grondvesten een inktzwart gordijn schuift voor de zon, dan is het doodstil. Bodai staart in een inktzwarte omgeving. Er is geen wind, geen gevoel van de warmte van de zon, geen geur van de bomen, het gras, geen zwaartekracht,…er is alleen inktzwarte duisternis. Gelukkig voelt hij zijn stoel nog. Als hij zijn voeten op de grond wil zetten is er geen grond, onwillekeurig grijpt hij zijn stoel vast, bang er vanaf te vallen. Zijn ademhaling is gejaagd, niet zo rustig als normaal. Alles is doodstil en inktzwart, hij is bang om in een oneindige diepte te vallen.
Bodai – Gestaag stroomt de tijd voorbij
Drie dagen na zijn negentiende verjaardag vraagt hij aan de lama: ‘Ik ben nu zeven jaar in de tempel en ik heb nog steeds geen prajna-ervaring gehad. Ik denk niet dat ik echt voor lama in de wieg ben gelegd.’
Bodai – Het zitten begint te wennen
Je begrip over alles is incompleet, natuurlijk spring je niet in de rivier, je bent nog niet herboren, je slaapt nog, daarom ben je nog niet in staat het geheel, de eenheid te zien. Je hebt er van gehoord en het voelde goed- het was duidelijk en het klopte, maar dat is alles. En dan kom je naar mij om te vertellen dat je een stofje bent. Er zijn momenten dat het oké is om een nietig stofje te zijn.
Bodai – De bel
Na zijn buigingen vertelde Bodai in geuren en kleuren dat hij vannacht zichzelf zag slapen. Zoooooo, zei de lama, ‘als jij jezelf zag slapen,…. wie keek er dan?
Bodai – de adem van de draak
Toen ik jong was stierf mijn vader en mijn grootmoeder, die zo lief voor me was, stierf ook. Ik werd heel hard met de dood geconfronteerd. Ik zag dat er geen ontsnappen aan geboorte en dood is.
Bodai – Varsika (de regentijd)
Bodai begon zo langzamerhand aan het kloosterleven te wennen. ’s Morgens meditatie en gym, na het eten werken en tempeldienst. Na de lunchpauze, werk en tempeldienst en na Yakusaki (dinner) meditatie en daarna naar bed.
Spaanse zen
Mijn onderlichaam begon nu als een massief blok ijzer aan te voelen, mijn hele bovenlichaam begon te trillen, door mijn hoofd gonsde: ‘waar blijft die verdomde gongslag?’
Mag je een boeddhabeeld zelf kopen?
Is het niet arrogant en egoïstisch beter te willen zijn dan een ander?
Compassie
Wat moet een hulpverlener zonder hulpbehoevende? Hulpverlener en hulpbehoevende zijn een eenheid. De vraag is wie helpt wie?
Zonder enig nut
Draag niemands kleren
Zing je eigen lied
Hojoki – aantekeningen uit mijn kluizenaarshut (I)
Kamo no Chomei leefde van omstreeks 1155-1216. Over zijn leven is weinig bekend en wat we weten is deels oncontroleerbaar. Hij zou de tweede zoon zijn van een belangrijk Shinto-priester in de toenmalige hoofdstad van Japan, Kyoto. Hij leek zijn vader te gaan opvolgen, maar door politieke verwikkelingen kwam het hier niet van en Kamo no Chomei weidde zich geheel – en niet zonder succes – aan muziek en dichtkunst.
Woordkunst
Met Muso Soseki was het liefde op het eerste gezicht. Zijn heldere en simpele (natuur)beschrijvingen, zijn verwijzingen naar de oorspronkelijke leegheid – die wat mij betreft voelbaar aanwezig is in veel van zijn gedichten – van ons bestaan, doen me oplichten en herinneren aan een andere geliefde dichter–zenmonnik–kluizenaar: Ryokan.
B’eter – Japanse maaltijdsoep
Dit gerecht schijnt in boeddhistische tempels geserveerd te worden, en een typisch voorbeeld van shojin ryori (“buddhist temple food”) te zijn.
Taigu – Bevrijd door religieuze verbeelding
Geloof het of geloof het niet: er bestaan boeddhisten die niet mediteren. Dat is namelijk de overgrote meerderheid van de boeddhisten wereldwijd.
Taigu – Het eerdere en het latere
Hisamatsu was een vriendelijke, maar messcherpe man met een karakteristieke witte baard en een leraarsstok. Behalve filosoof verbonden aan een universiteit was hij een natuurtalent in zen. Na een kloostertraining stond hij op en vestigde zich op eigen gezag als zenleraar. Zijn missie na de Tweede Wereldoorlog was het vermolmde Japanse zen ingrijpend te vernieuwen en het toegankelijker te maken voor leken.
Als de balken gaan verzakken…
Hoe traumatisch is het als je opeens je hele lijf kwijt bent? Gewoon opeens verloren terwijl je op de fiets zat. In het begin had je het niet eens in de gaten, maar toen je wilde bellen had je opeens geen duim meer. Natuurlijk draai je je om en ga je op zoek of je het nog kunt vinden. En als je bij de plek komt waar je het ongeveer verloren hebt staan daar een hoop mensen en een ambulance. Er is een dikke vrachtwagen over je lichaam gereden en het ligt helemaal in de kreukels. Ze wikkelen je in een zeil en snoeren je helemaal vast op een brancard.
Westerse diplomaten afwezig bij herdenking verwoesting Nagasaki door atoombom VS
De Amerikaanse ambassadeur Rahm Emanuel woonde in plaats daarvan een ceremonie bij in een boeddhistische tempel in Tokio ter ere van de slachtoffers van de atoombom in Nagasaki, samen met zijn Israëlische en Britse collega’s Gilad Cohen en Julia Longbottom.
Hikikomori en de Shintovloek
Een miljoen jonge Japanners leeft in een volledig isolement door de eenzaamheidsstoornis hikikomori. Dat betekent letterlijk; opgesloten in het eigen huis. De lijders zijn onmachtig deel te nemen aan sociale activiteiten en gaan vaak alleen ’s nachts het huis uit om in een avondwinkel eten te kopen. Falen op school of pesterijen door medeleerlingen of leraren zijn meestal de oorzaak. Anderen zien hikikomori als een ultieme poging om te ontsnappen aan het verstikkende conformisme in Japan.
Leegte of de afwezigheid van het iets
Boeddhisten mogen graag discussiëren of mediteren over het begrip leegte, in het Japans en Koreaans ook wel benoemd als ‘mu’.











