Het boeddhisme is geen geloof; meer een levenswijze of psychologie. Die bewering deed ik vaak tegen vrienden en kennissen. Want – zei ik dan – in het boeddhisme is geen sprake van een god en je hoeft verder niets te geloven. Inmiddels kan ik deze beweringen niet langer volhouden. Op z’n minst is het handig om aan te nemen dat de mens een fundamentele goedheid bezit: boeddhanatuur, het potentieel om zich te bevrijden van lijden en de verlichting te bereiken.
Maar hoe meer boeddhistische teksten je leest, des te meer onwaarschijnlijke zaken je tegenkomt. Vanuit een modern, nuchter, westers perspectief althans. Sommige verhalen over het leven van de boeddha doen qua wonderen niet onder voor de gemiddelde bijbelpassage. Als je de Lotus Sutra letterlijk zou nemen, dan is geen enkele natuurwet meer heilig. Een gedetailleerde uiteenzetting over de opkomst en ondergang van het universum en alle bestaanswerelden ontbreekt evenmin in de boeddhistische leer. Het is als een scheppingsverhaal, maar dan zonder enkelvoudige schepper. En tot overmaat van ramp staat in een van de sutra’s dat we de leer van de Boeddha überhaupt te danken hebben aan een gesprek tussen de pas verlichte Siddharta Gautama en de godheid Brahma Sahampati. Die pleit er met succes voor dat de Boeddha zijn kennis gaat delen met anderen. God zij dank!
Ik moet bekennen dat mijn westerse brein moeite heeft met sommige van die vertellingen. Natuurlijk kan je zeggen dat veel daarvan symbolisch zijn. En dat allerlei wonderlijke zaken zich op innerlijk vlak afspelen. Een grotere troost voor mij is dat het boeddhisme geen blind geloof verlangt. Het wordt zelfs afgeraden. Een bekende toespraak van de Boeddha staat opgetekend in de Kalama Sutra. Daarin legt de Boeddha uit dat je niets simpelweg moet aannemen omdat het beweerd wordt in een geschrift, door een wijze of desnoods door iedereen om je heen. Zijn advies luidt: neem afstand van dingen waarvan je merkt dat ze nadeel en lijden veroorzaken. Alle alarmbellen mogen gaan rinkelen als het onderricht begeerte, afkeer, haat, onwetendheid en waandenkbeelden oproept. Kies er dus voor om alleen datgene te geloven en praktiseren waarvan je uit eigen ervaring weet dat het tot welzijn en geluk leidt.
Een heldere uitleg is te vinden in de Abhidharma. Daar staat dat er drie legitieme redenen zijn om te geloven. Om te beginnen is er geloof op basis van bewondering voor het doen en laten van grote leraren. De Dalai Lama is bijvoorbeeld voor veel mensen een inspiratie. Verder is er geloof op basis van de motivatie om het pad te volgen en resultaten te boeken. Een derde basis bestaat uit vertrouwen en overtuiging voortkomend uit het herkennen van de waarheid van het onderricht in de eigen ervaring.
Echte waarheid en geloofwaardigheid vind je alleen door eigen onderzoek, analyse en meditatie. De praktijk en de balans tussen kennis en geloof zijn van groot belang. Volgens de Boeddha is een geleerde die zijn boekenwijsheid niet beoefent, als een kleurrijke bloem zonder geur. Kennis, beoefening en geloof gaan dus hand in hand. Sterker nog, er wordt gesteld dat de verlichting bereiken niet mogelijk is zonder geloof. Maar ook dat moet je natuurlijk zelf ondervinden.
Het boeddhisme is geen godsdienst, zeg ik voortaan maar. Hoe lang ik die bewering volhoud, dat weet alleen Onze Lieve Heer.
© Copyright (kuch kuch) Boeddhistische Omroep Stichting / Ferry van Haastert


