Terugzoeken, dat is wat we doen. Moge iedereen gelukkig zijn, vrij van lijden, haat en gehechtheid.
Columns
Het jaar 2017 – de honderdenzevenentachtigste dag – bij en vlinder
Ik hou het kort vandaag. Moge iedereen gelukkig zijn, vrij van lijden, haat en gehechtheid.
Het jaar 2017 – de honderdenzesentachtigste dag – Toon
Toon was mijn schoonvader, hij is dood. Moge iedereen gelukkig zijn, vrij van lijden, haat en gehechtheid.
Het jaar 2017 – de honderdenvijfentachtigste dag – mededogen
Mededogen. Moge iedereen gelukkig zijn, vrij van lijden, haat en gehechtheid.
Ksaf – De kunst van het onzegbare
Woorden moeten erg lang rijpen om essentie te vatten. Boeddha nam vaak zijn toevlucht tot metaforen. Bijvoorbeeld om uit te drukken dat onze agressie bedwingen een kunst is.
Het jaar 2017 – de honderdenvierentachtigste dag – een ontmoeting
Eenzaamheid. Alleen. Samen. Moge iedereen gelukkig zijn, vrij van lijden, haat en gehechtheid.
De zorg wordt beter maar wordt die ook menselijker?
Het verplegend personeel heeft vaak geen tijd voor een patiënt die zijn hart wil uitstorten.
Heden
Meer dan ooit worden we in beslag genomen door sociale verwachtingspatronen, je moet aan van alles voldoen, het vreet je op, woont je uit tot je er bij neer valt. We proberen allemaal voor ons zelf een rustig en veilig leefmilieu te creëren, bijvoorbeeld door onze verantwoordelijkheid in de schoenen van een ander te schuiven.
Het jaar 2017 – de honderdeneenentachtigste dag – hete hellen
Ik ben de zoon van Moeddha. Moge iedereen gelukkig zijn, vrij van lijden, haat en gehechtheid.
Betekenisdiarree
Sinds Homo Sapiens is gaan nadenken, lijdt h/zij aan betekenisdiarree. Alles en iedereen wordt voorzien van uiteenlopende betekenissen, en dat verandert dan ook nog met de setting en de tijd.
Het jaar 2017 – de honderdentachtigste dag – schrijven
Het was vanmiddag als het herfst was, zo melancholisch. Moge iedereen gelukkig zijn, vrij van lijden, haat en gehechtheid.
‘Het aantal kwaliteiten van de heer Gotama is onmetelijk.’
‘Evam me sutam’, aldus heb ik gehoord.
Deze woorden werden uitgesproken door Ananda, de neef en persoonlijke verzorger van de Boeddha. Volgens de traditie had hij een uitzonderlijk geheugen en reciteerde hij, tijdens het eerste concilie dat vlak na de dood van de Boeddha werd gehouden, alle leerredes.





