In de vorige columns ging het over sociale angst. Over de overlever die gevaar voorspelt, ons laat vermijden of ons dwingt vooral niets verkeerd te doen. Maar de overlever probeert niet alleen onze eigen gevoelens te beheersen. Soms probeert hij ook de ander onder controle te krijgen.
Dat wordt zichtbaar waar mensen macht over anderen uitoefenen.
Columns
Een toevluchtritueel
Toen we eind jaren ’80, samen met Ton Lathouwers, zijn leraar Ashin Jinarakkhita in Indonesië bezochten, kregen we de opdracht mee om het boeddhisme een vorm te geven die hier bij ons in het Westen past. Ook al vatte ik daar toen de draagwijdte niet van, het is voor mij altijd een leidraad gebleven.
Over Antropologie 37 – Schouwtoneel en pijpkaneel
Misschien heeft de Nederlandse dichter Joost van den Vondel kennisgenomen van de door William Shakespeare geschreven komedie ‘As you like it’, want tegenwoordig schrijven wij de uitspraak “De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel” aan Joost toe, terwijl William eerder in zijn stuk schreef “De hele wereld is een schouwtoneel en alle mensen zijn slechts spelers”. Een paar eeuwen later parodieerde iemand deze zin in “De wereld is een pijpkaneel, elk zuigt eraan en krijgt zijn deel”. Wat betekent dit allemaal?
Jan Veenendaal – Geen dood, geen vrees (10) – Overgave, vrij zijn
Overgave = vrij zijn. Wat een feest! Het is als een diepe meditatie en net als de momenten van vrij zijn die ik eerder heb beleefd zoals die keer dat ik vanaf Terschelling de Waddenzee inliep en in volledige stilte alles een was.
Column van Joop – Judas
Moge iedereen een lang, gezond en gelukkig leven hebben, niemand uitgezonderd.
Vrede en alle goeds, zeggen de Franciscanen.
Politie te paard en mijn dementerende oma.
Moedig voorwaarts!
Guy dhammazaadjes – Territorio incógnito
Zelfrealisatie is altijd een persoonlijke odyssee langs territorio incógnito. Een pelgrimsreis zonder enig greintje veiligheid. Een yatra met enorm veel hinderlagen. Het is springen zonder parachute.
Jan Veenendaal – Geen dood, geen vrees (9) – Leven als doden?
In de ultieme dimensie zijn we nooit geboren en zullen we nooit sterven. In de historische dimensie leven we in vergetelheid en zijn we zelden springlevend. We leven als doden.
Column van Joop – bagger –
Moge iedereen een lang, gezond en gelukkig leven hebben, niemand uitgezonderd.
Vrede en alle goeds, zeggen de Franciscanen
Maak een eind aan oorlog en geweld, stop de wapenhandel.
Na het zien van die commerciële rotzooi herstel ik langzaam geestelijk maar ik zal nooit meer de oude worden.
B’eter: Lauwwarme salade met noedels en tofu uit Okinawa (Mazesoba)
Vorige week scheef ik al over de belevenissen met onze eetclub, en deelde een eerste recept uit de keuken van Okinawa: aubergines met misoglazuur. Vandaag ga ik verder met Mazesoba, een lauwwarme salade met noedels en tofu, ook uit Okinawa. Ik maakte zelf de fout door “1 pak ramen noedels” letterlijk te nemen, met als gevolg dat de salade naar verhouding wel erg veel noedels bevatte. Ook ben ik vergeten ze koud na te spoelen, waardoor ze wat plakkerig waren. Zijn op Okinawa de pakjes noedels kleiner? Geheel in lijn met hun “hara hachi bu” filosofie?
Peter – Vier weken vakantiehuisje
Beide onderbenen zijn al geamputeerd. Gisteren kreeg ik in het plaatselijke ziekenhuis te horen dat mijn hele rechterbovenbeen geamputeerd moet worden. Ik ben 61, ik rook nog steeds. Ik zou de operatie niet eens overleven. Dus binnen zes weken zal ik sterven aan actieve euthanasie, waarschijnlijk in een hospice.
Jan Veenendaal – Geen dood, geen vrees (8) – Schemerzone
De schemerzone tussen hoop en vrees wordt het leven met kanker vaak genoemd. Het is inderdaad een diffuse wereld. De artsen vertellen me dat ik erg ziek ben maar ik heb nergens last van.
Ksaf – Waar eindigt de aarde en begint de hemel?
Hoe vertelde je, nog niet zo lang geleden, een klein kind dat het zijn broertje verloor? Bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Je broertje is naar de hemel gegaan.’ Nu zouden we eerder een rationele uitleg moeten bedenken. ‘Je broertje is niet meer op aarde. Maar we kunnen nog wel aan hem denken.’ Ons kleine kind zal dan vragen: ‘Maar als mijn broertje niet meer op aarde is, waar is het dan?!’ Ons kleine kind brengt ons meteen weer bij af, wie niet meer op aarde is, moet logischerwijze toch in de hemel zijn? Of is er nog een andere plek?










