Vorige week werd in een uitzending van Nieuwsuur door de presentator aan het hoofd van een Nederlandse reddingsploeg van naar ik meen zo’n 80 mannen, vrouwen en reddingshonden die in Venezuela na de verschrikkelijke aardbeving in de enorme puinhopen naar slachtoffers zocht, impliciet de vraag gesteld of deze inzet niet te grootschalig was, ik vertaal het in eigen woorden. Je zou ook kunnen zeggen: zoveel geld besteden aan het redden van één mens. Het hoofd liet daar geen twijfel over bestaan. Elk gered mensenleven is er een.
Na een ramp, in dit geval een aardbeving, worden rekenkundige modellen op de overlevingskansen van slechtoffers losgelaten. In dit geval drie dagen. Maar de werkelijkheid is anders. Afgelopen donderdag werd nog een man levend onder het puin vandaag gehaald. Een beveiliger van een gebouw die de aardbeving in zijn intact gebleven cabine overleefde maar letterlijk geen kant uit kon. Drie dagen lang werd hij na de ontdekking tot zijn uiteindelijke redding kunstmatig gevoed en in leven gehouden. Hij had de redders gevraagd zijn familie niet te laten weten dat hij levend onder de brokstukken lag.
Een paar dagen eerder werd ook nog een jonge moeder met haar baby gered. Zij had de hoop en moed niet opgegeven om het leven van het kindje te redden. Ze kriebelde regelmatig over het neusje van de baby om te ervaren of dat nog in leven was. Tot redders haar droom tot werkelijkheid maakten.
Ik kom niet aansjouwen met wie één mens redt redt de hele wereld, een wijsheid uit de Talmoed, wetten en geschriften binnen het Jodendom. Die getuigt van een menselijk inzet om tot actie over te gaan. Wie moet je dan nog redden als je de hele wereld al hebt gered?
Ik zie de realiteit in beelden als reddingswerkers weer een mens levend onder het puin vandaan halen. Hun blijdschap en inzet. Empathie en compassie. Doorzettingsvermogen. Geen theoretische rekenmodellen. Een grootsheid die niet te meten is. Hoeveel is een mensenleven waard?
In Venezuela zijn er nog vele duizenden mensen vermist. Hoeveel er van zijn nog in leven in hun eigen ‘cabines’ met eten en drinken en wachten op bevrijding. Op een dag wordt het stil, boven en onder de puinhopen.
Wat is een mensenleven waard en wie bepaalt dat? Hoeveel inzet is toelaatbaar om een mensenleven te redden? Mag dat wel een vraag zijn?
Toen Duitse troepen in mei 1940 Nederland binnenvielen wist koningin Wilhelmina niet hoe snel ze met haar gezin aan boord van een fregat ons land moest verlaten om haar heil te zoeken in Engeland. Haar dochter Juliana vluchtte later met haar gezin naar het veilige Canada. Wilhelmina dacht later in die oorlog haar door de nazi’s geteisterde en geëlimineerde volk moed in te spreken met haar praatjes via Radio Oranje. Voor zover mij bekend is zij de enige van een Europees vorstenhuis die de benen nam. Wilde zij haar hachje redden? Wilde ze niet collaboreren met de vijand? Voelde ze zich meer dan een ander?
Ook in het boeddhisme lijkt de een meer te zijn dan de ander. Toen de in 2021 overleden Vietnamese zenmeester Thich Nhat Hanh in 2014 een hersenbloeding kreeg en niet of nauwelijks kon praten en zijn boodschap van vrede en verlichting van het lijden niet meer kon uitdragen en als icoon voor zijn organisatie Plum Village letterlijk monddood leek te zijn, deed de organisatie er alles aan om dit boegbeeld te behouden. Ook in eigenbelang: wat was Plum Village zonder Thay zoals hij door zijn volgelingen werd genoemd. Duizenden mensen per jaar trokken naar Plum Village om lezingen en leringen van Thay bij te wonen. Al wil ik niet spreken van een commercieel belang. Of toch?
De zenmeester werd met een vliegtuig naar de VS gevlogen voor medische en kostbare consulten: om hem weer op te lappen. Op 89-jarige leeftijd vloog de zenmeester weer naar huis in Frankrijk. En zijn organisatie deed er alles aan om zijn gezondheidstoestand voor de vaak bij te stellen. Hij is stabiel en aanwezig, sprak de communicatiemachine van Plum Village.
De verklaringen van Plum Village waren in tegenspraak met een rapport dat door de journalist Liam Fitzpatrick is gepubliceerd in het tijdschrift TIME, gebaseerd op een reis die Fitzpatrick zes weken geleden naar de tempel van Thich Nhat Hanh in Vietnam maakte. Fitzpatrick schreef dat Thich Nhat Hanh, toen hij op bezoek was, ‘eruit zag alsof hij op elk moment zijn laatste adem kon uitblazen’. Hij meldde ook dat Thich Nhat Hanh de medicatie had geweigerd en zijn woning deels vanwege zijn slechte gezondheid niet meer verliet.
Een andere niet door iedereen erkende boeddhistische grootheid is geshe Kelsang Gyatso van de Nieuwe Kadampa Traditie. Bang voor aanslagen werd de man in zijn centrum in Engeland bewaakt door een korps professionele beveiligers. De organisatie gaf daarmee aan dat Kelsang belangrijker was dan zijn volgelingen die mogelijk ook wel bewaking konden gebruiken.
En ikzelf was geruime tijd lid van de groepsondernemingsraad van een grote landelijke dagbladuitgever. Ik merkte dat de uitgever regelmatig sprak over achten in de organisatie, meer getalenteerde werknemers. Terwijl wij van de GOR vonden dat er ook plaats moest zijn voor vieren, vijven en zessen, een weerspiegeling van de maatschappij.
Wat is een mensenleven waard? Is Thay meer waard dan een andere boeddhist die mogelijk meer kennis heeft van de boeddhistische ideologie? Varen fregatten alleen voor koningen? Zal AI in de toekomst bepalen wie er gered moet worden?
Is niet elk mensenleven uniek en waardevol.


Jana Verboom zegt
Beste Joop,
Ik vermoed dat je visie op de zorg voor Thich Nhat Hanh zijn oorsprong vindt in ons westers perspectief. Het viel me juist op hoe zorgzaam in Plum Village wordt omgegaan met de ouderen. De eerste generatie monastics in Plum Village wordt oud en broos, maar in de Vietnamese cultuur wordt niemand weggestopt in verpleeghuizen. Er wordt tot het laatst voor de dierbaren gezorgd. Respect voor voorouders en leraren zit diep in de Vietnamese cultuur.
Ik ben in juni twee weken in Plum Village geweest om de 60e verjaardag van de door Thich Nhat Hanh opgerichte Orde van Interzijn te vieren. De traditie is springlevend, er waren 900 mensen uit 55 landen. En Thich Nhat Hanh’s aanwezigheid is duidelijk voelbaar in de gemeenschap, zelfs vele jaren na zijn dood. Hij zou dit jaar 100 zijn geworden. De Plum Village gemeenschap is populairder dan ooit, ze kunnen de belangstelling nauwelijks bijbenen.
Jana
Jana Verboom zegt
PS
“De verklaringen van Plum Village waren in tegenspraak met een rapport dat door de journalist Liam Fitzpatrick is gepubliceerd in het tijdschrift TIME, gebaseerd op een reis die Fitzpatrick zes weken geleden naar de tempel van Thich Nhat Hanh in Vietnam maakte. Fitzpatrick schreef dat Thich Nhat Hanh, toen hij op bezoek was, ‘eruit zag alsof hij op elk moment zijn laatste adem kon uitblazen’. ”
Belangrijk om te vermelden in dit verband is dat de toen 92-jarige Thich Nhat Hanh daarna nog drie jaar heeft geleefd: hij is uiteindelijk op 95-jarige leeftijd overleden. Dus wie had er gelijk?