Het moet gezegd worden: ik heb altijd leuke maar ook vreemde vrienden gehad. Nu nog. Ik kan natuurlijk niet uitgebreid in het openbaar hun eigenschappen belichten maar ze passen wel bij mij. Ik pas nooit ‘vreemde vogel criteria’ toe in de contacten die ontstaan, soms een leven lang. Helemaal geen criteria eigenlijk. Het is ontmoeten zonder moeten.
Vriendschap is voor mij ook vrijheid delen. Toen ik een jonge hippie was in de jaren zeventig en samen met Paul Stolk het persbureau RPR oprichtte dat de journalistiek meer menselijk, sociaal maakte, met aandacht voor onze medemens, ging ik bijna elke middag met vrienden en onze honden het Kralingse Bos in. Daar beleefden we onze vrijheid in beweging en denken maar deelden ook lief en leed. Wat was dat heerlijk.
Als ik nu in dat bos ben buigen de bomen naar mij toe maar zwijgen. Ze zijn vrienden voor het leven: in stilte. Paul was behalve mijn vennoot ook mijn vriend. We beleefden de journalistiek en samenleving vanuit heel verschillende sociale achtergronden maar zagen de belangen van de arbeiders in de grote steden. De onderdrukking en uitbuiting. En besloten daar wat aan te doen met pen en camera.
Toen ik een jonge vent was was het tijd voor actie, niet elkaar voor rotte vis uitmaken via de zogenaamde sociale media maar bijvoorbeeld dieren in een asiel die bestemd waren voor vivisectie met mijn vrienden helpen bevrijden zonder dat er een dierenbevrijdingsfront was. Aandacht voor mensen zonder er een label op te plakken.
Een vriend van mij zei deze week dat er in de maatschappij plaats is voor meer solidariteit. Dat herken ik wel. Gisteren waren er stakingen in de Rotterdamse haven. Arbeiders legden het werk neer uit protest tegen het financieel uitkleden van mensen door de huidige regering. Decennia terug liepen duizenden havenarbeiders door de Maastunnel in Rotterdam om werkgevers – en de maatschappij- te laten weten dat er een grens bereikt was in het aantasten van hun rechten. Solidariteit.
Ik hou van mijn vrienden.


Geef een reactie