Antropologen bestuderen menselijke culturen en de ontwikkeling van de mens als onderdeel van een maatschappij. Deze serie artikelen in het Boeddhistisch Dagblad pretendeert niet volledig te zijn. Over vrijwel ieder thema valt ontegenzeggelijk veel meer te zeggen, en bepaalde zaken komen zelfs niet of nauwelijks aan bod. Voor wie door deze serie in antropologie geïnteresseerd raakt, is er meer dan genoeg boeiende, verdiepende literatuur te vinden.
Taal is universeel. De meeste mensen beheersen minstens één, soms meer dan twaalf talen. Beheers je vier of vijf talen? Dan ben je een polyglot. Beheers je er meer? Dan mag je jezelf een Hyperglot noemen. Onder beheersen moet je dan wel verstaan: spreken, lezen en schrijven. Je bent geen polyglot wanneer je alleen in meer dan één taal kunt tellen of een simpele bestelling kunt doen in een restaurant, nee: je moet een gesprek kunnen voeren, een boek kunnen lezen enzovoorts.
Er bestaan levende talen, dode talen, kunsttalen, machinetalen, tweelingtalen en zelfs fantasietalen. Een levende taal is een taal die leeft. Dat wil zeggen dat deze taal nog volop aan veranderingen onderhevig is doordat allerlei mensen de taal binnen een gemeenschap dagelijks gebruiken en er woorden aan toevoegen, woorden van betekenis laten veranderen, – uitbannen of – verbasteren. Het woord neger is bijvoorbeeld in de ban gedaan. Het verbieden van bepaalde woorden is van alle tijden. Wat is het volgende woord dat ‘taboe’ wordt? Seks? (In heb vernomen dat je daar niet over moet praten maar dat je het gewoon moet doen). Vrouw? Man? Chocoladehagelslag? Ik weet vrij zeker dat het Nederlands van nu over een jaartje of honderd weer vele veranderingen heeft doorgemaakt.
Een dode taal verandert niet meer doordat geen enkele gemeenschap de taal nog als moedertaal gebruikt. Dode talen kunnen echter nog wel gesproken en geschreven worden, en daardoor ook nog gelezen. Voorbeelden zijn: Latijn, Oud-Grieks, Sanskriet en Pali. De katholieke kerk bezigt het Latijn nog steeds, zeker in Vaticaanstad, maar het is meer dan aannemelijk dat de paus zijn eerste woordjes nooit in het Latijn heeft gebrabbeld. Ook het Pali is een dode taal. Het wordt vandaag de dag nog steeds gebruikt in kringen van het Theravada boeddhisme. De Indiase regering heeft het Pali officieel aangewezen als één van de klassieke talen van India net als Sanskriet.
Over machinetalen hoeven we het niet te hebben, want mensen zijn geen machines. In die taal is AI ons absoluut de baas. Dat ligt anders bij fantasietalen, zoals het Klingon (bekend van de filmreeks “Startrek”) het Quenya en het Sindarijns (Elfentalen uit de verhalen van Tolkien). Op aarde spreekt niemand een van deze talen van kinds af aan, maar er zijn groepen waarvan de leden er plezier aan beleven onderling in een fantasietaal met elkaar te communiceren. Esperanto is een kunsttaal, bedacht door de oogarts Zamenhof om wereldvrede te bevorderen vanuit de idealistische gedachte dat als iedereen dezelfde neutrale taal zou spreken, er door toenemend begrip voor elkaar geen oorlogen meer zouden zijn.
Pidgin is een mengelmoestaal. Zo noem ik dat. Er bestaat niet één Pidgintaal … er zijn er een heleboel. Ik noem het een mengelmoestaal omdat Pidgin altijd bestaat uit minimaal twee en soms zelfs meerdere talen die door elkaar zijn gemengd. Om je dat enigszins voor te kunnen stellen, kun je Pidgin vergelijken met dubbelvla, bijvoorbeeld vanille- en chocoladevla. Waar die twee soorten bij elkaar komen, ontstaat ‘Pidgin(vla)’: Engels + Frans; Engels + Nederlands, Nederlands + Maleis, Duits + Nederlands + Engels + Zoeloe… er is van alles mogelijk. Pidgintalen hebben doorgaans een simpele structuur, want waar het om gaat is meestal: onderhandelen, kopen en verkopen, strategische uitwisseling van informatie, arbeidsoverleg. Dat soort zaken. Pidgintalen vind je daarom vooral in havensteden, handelsknooppunten en strategisch gelegen oorden. Roer je de talen zo door elkaar dat het voor de mensen die er wonen een taal wordt die kinderen als moedertaal gaan spreken, noemt men het een Creoolse taal. Zo’n Creoolse taal is dan meestal ook een ‘Lingua franca’ ofwel de voertaal binnen een gemeenschap waarvan veel leden van oorsprong verschillende moedertalen spreken. In Suriname is het Srnantongo de voertaal, met Engelse, Nederlandse en uit allerlei inheemse talen afkomstige woorden.
India is een enorm land met ruim anderhalf duizend inheemse talen en dialecten en daarom is het zeker handig dat het zowel het Hindi als het Engels als lingua franca heeft.
In komende afleveringen laat ik het thema ‘taal’ verder liggen, hoewel er vanuit antropologisch oogpunt ontegenzeggelijk meer over taal te melden valt. Waar het om gaat is dat taalontwikkeling cultuurbepalend is en dat cultuur op haar beurt weer veel invloed heeft op taalontwikkeling. Taal = cultuur en cultuur = taal. Dat betekent automatisch dat ook het boeddhisme in Nederland, in Europa, over de hele wereld (!) sterk onder invloed staat van taalontwikkeling.
(Wordt vervolgd)


Geef een reactie