Eind april van dit jaar brak er brand uit op vier militaire oefenterreinen op de Veluwe en in Brabant. Het vuur greep gretig – zo heet dat – om zich heen in het droge voorjaar toen de oefeningen uit de hand liepen. Gelukkig vielen er geen mens doden of gewonden. Wel dieren die niet tijdig konden vluchten in bos- en heidegebieden. Brandweerkorpsen uit het buitenland hielpen mee het vuur te blussen.
In die dagen werd de bevolking gewaarschuwd om voorzichtig om te gaan met open vuur omdat de omgeving dan in de fik zou kunnen gaan. Maar defensie trok zich daar niks van aan en knalde er vanuit tanks, kanonnen en ander militair tuig lustig op los. Daar kwam veel kritiek op. Daarop besloot de militaire top om de eigen regels bij oefeningen bij grote hitte opnieuw te bezien. En deze week trad ze ermee naar buiten. Ik verwachtte dat militairen als er bosbranden dreigen geen schot meer zouden lossen tijdens oefeningen maar de soldaten pang, pang, boem, boem, knal, knal zouden roepen, schieten en explosies nabootsend, zoals als vroeger al pang, pang geroepen werd toen er een tekort aan losse flodders dreigde,
Maar dat ging de top te ver. In een mededeling deze week vertelde de top dat oefenen wel nodig blijft, ook als de natuur kurkdroog is, maar dat de brandweer nu paraat staat bij zogeheten springputten, zoals bij ‘Harde – waarin explosieven ontploffen – om hete deeltjes die vrijkomen en ontsnappen te kunnen blussen. Applaus, applaus.
Verder krijgt de terreinopzichter de bevoegdheid om oefeningen uit te stellen of stil te leggen. Ook moet vanaf nu bij het gebruik van bepaalde munitie binnen 25 meter brandbestrijding beschikbaar zijn. Zo’n specifieke afstand was nog niet vastgelegd.
Toen ik vroeger met mijn gezin op een camping in het Franse Bourg Saint Andéol soms een kleine barbecue aanstak, maakte ik van tevoren de grond eronder nat, zorgde met schermen dat er geen vonken konden wegdwarrelen en hield een emmer water bij de hand om te voorkomen dat de camping in de fik zou gaan. Daar hoefde ik niet over na te denken. Geen minuut.
De defensietop prakkiseerde en prakkiseerde –‘hoe komen we hier uit?’- hoe ze het schieten voort kon zetten zonder de boel te laten affikken. En op een dag, twee maanden na de enorme branden, was het Eureka: we zetten op een afstand van 25 meter emmers water – de brandweer – neer om vuur te doven.
En met zo’n leger moeten we de vijand te lijf gaan. Soldaat aan overste: ‘Meneer, waar ligt de munitie? Of moet ik pang pang roepen?’
Overigens zijn er nog gen militairen gearresteerd op verdenking van het opzettelijk vernietigen van kostbaar natuurgebied.

