Nu de temperaturen gaan oplopen tot 37 graden, is het in de slaapzaal van daklozenopvang soms goed benauwd. En dan te bedenken dat mijn zaal op de begane grond ligt. Op de verdiepingen boven me moet het nog veel warmer zijn. Als ik overdag verkoeling zoek in het centrum, krijg ik boodschappen door over mijn bed dat zou worden ingespoten met insectenbestrijdingsmiddel, zodat ik het benauwd krijg. Ik denk niet dat dit waar is.
Ook moet ik geloven dat andere daklozen geld krijgen om me dwars te zitten. Ik kan dat niet heel; serieus nemen. Ze hebben het ’s nachts niet makkelijker dan mij. Ik zit in een rolstoel en sommigen moeten me daarom niet, maar dat ben ik gewend.
De zwervers die ik ’s avonds en ’s nachts tref in de daklozenopvang, zie ik overdag ook wel in de plaatselijke vestiging van het Leger des Heils. Sommigen zijn ook daar druk, anderen slapen met het hoofd op tafel. Over de begeleiding en de bewaking in de daklozenopvang, wordt weinig gepraat. Het verandert niets. Ik denk dat mijn stapelbed in de daklozenopvang mijn laatste gesubsideerde matras op deze wereld is.


Geef een reactie