(En waarom die zo belangrijk is)
Ik ben in mijn leven niet altijd een heilige geweest. Ik was verslaafd. Ik jatte en loog. Ik hoerde en snoerde. Mijn morele kompas was ik helemaal kwijt. Aldus bleef van mijn zelfrespect niets over.
Tot ik besloot het over een andere boeg te gooien. Mijn verslavingen liet ik achter me. Ik besloot sindsdien alleen nog maar in de waarheid te staan. Ik begon te streven naar een waarachtig leven.
Een oprecht, integer bestaan is een dagelijkse hindernisbaan. Leugentjes om bestwil kunnen noodzakelijk zijn. En alles zeggen wat je denkt leidt tot onbeschoftheid en beledigingen. Daarom verdient het aanbeveling soms maar gewoon te zwijgen.
Ik ben invalide en word drie keer per week onder de douche geholpen door verpleegkundigen van de thuiszorg. Soms zijn dat engelen, maar niet altijd. Vanochtend had ik er een over de vloer die ik De Nazi Zeug noem. Dat is niet fraai, maar toch waar.
Ze is bemoeizuchtig, opdringerig, bureaucratisch, vooringenomen en paart lompheid aan domheid, een dodelijke combinatie. Toch blijf ik correct tegen haar, al kost me dat soms een bovenmenselijke inspanning. We moeten mededogen hebben met de boersen onder ons.
Toen ik nog beschermd woonde, ervoer ik dat nogal wat hulpverleners, psychiaters en psychologen verre van integer zijn. Ze konden liegen, intimideren, dreigen en, meer in z’n algemeenheid, fanatieke pogingen doen me het eigenaarschap over mijn eigen leven te ontnemen.
Ik reageerde daarop door veel van me af te laten glijden en alleen als het echt niet anders kon verbaal uit de hoek te komen. Dat deed ik hard en soms grof, met als dieptepunt dat ik mijn persoonlijk begeleidster adviseerde om te solliciteren als akela bij de Hitlerjugend, waarop ze overstuur wegrende uit mijn kamer.
Het was geen fraaie uitspraak van me, maar wel nodig.
Overigens ben ik, jaren later inmiddels, en stukken diplomatieker, nog steeds geen heilige. Ook mijn geest kent achterbuurten. Als man van gevorderde middelbare leeftijd kijk ik wel eens naar mooie pubermeisjes en denk dan dingen waar de bijbel geen woorden voor heeft. Foei.
Ik heb een nogal zwart gevoel voor humor, maar ventileer dat zelden meer. We leven in politiek-correcte tijden. De tenen zijn lang, de lontjes kort. Mensen hebben geen gevoel voor ironie meer en interpreteren alles letterlijk. Mogelijk speelt de ontlezing daar een rol in.
Mijn vrienden en kennissen hier in Venray doen daar trouwens niet aan mee. Het zijn de verschoppelingen van deze wereld: gestoord, verslaafd, eenzaam en arm. Ik kan alles tegen ze zeggen zonder dat ze gechoqueerd of gekwetst zijn. Omgekeerd maken ook zij van hun hart geen moordkuil.
Op hun manier staan ze hoogst waarachtig in het leven. Ze maken zich weinig illusies meer. Ze zijn door de plee van de samenleving getrokken. Dan rest de essentie: overleven, liefst met een laatste beetje zelfrespect.
Mahatma Gandhi zei; ‘De weg van vrede is de weg van waarheid. Waarachtigheid is zelfs belangrijker dan vredelievendheid.’ Dat zei deze halve heilige ver voordat alternatieve feiten, complotten en regelrechte desinformatie de wereld gingen regeren.
Soms kan het nodig zijn oprechtheid en integriteit met geweld op te leggen. Slechte mensen bestaan. Soms krijgen ze macht. Het kan nodig zijn ze te elimineren, ook fysiek. In militaire dienst was ik de beste schutter van mijn peloton. In gedachten knal ik wel eens slechteriken af met een Heckler & Koch Scharfschutzengewehr. Dat is niet verheffend, maar ik doe het wel vanuit de waarachtige intentie om van de wereld een betere plek te maken.
Leven is ook vuile handen maken. Het licht kan niet bestaan zonder de duisternis, het goede niet zonder het kwade. We moeten nederig buigen voor de wetenschap dat we allemaal ontoereikende klungels zijn. Maar ook een sukkel kan waarachtige intenties hebben.
Laatst werd ik op straat aangesproken door een pastoor die me niet onvriendelijk maar wel vlakaf vroeg hoe ik in een rolstoel was beland. Nou heb ik het om mij moverende redenen niet zo op roomse zwartrokken, maar de eerwaarde kwam oprecht op me over, dus ik deed mijn verhaal. Tot mijn hilariteit zei hij vervolgens dat hij een preek aan me ging wijden in zijn kerk. Zijn toon was waarachtig, dus ik gaf hem mijn zegen.


Geef een reactie